Roland Holst Huis – Bergen (1)

Met de hogesnelheidstrein van Parijs naar Amsterdam. Vandaar met een gewone trein (hoe romantisch zou het zijn als ik hier kon schrijven: boemeltrein) naar Alkmaar en vandaar met de bus naar Bergen.

Ik ben er nooit eerder geweest. Alles wat ik van Noord-Holland ken zijn de havenplaatsjes aan de Oostkant: Monnickendam, Hoorn, Enkhuizen, Medemblik. Als kind bracht ik mijn zomervakanties door op de boot van mijn vader, die meestal in de Zeeuwse wateren voer, maar soms ook wel op het IJsselmeer. Nu ik hier een maand verblijf, wil ik (naast lange dagen schrijven) de plaatsen van mijn jeugd bezoeken in de hoop dat ik ze herken.

Herhaaldelijke blootstelling (Ibiza 2010)

esvedraBegin juli vlogen mijn man en ik voor het derde achtereenvolgende jaar naar Ibiza.
Rond middernacht werden we vanaf het vliegveld in een jeepachtig voertuig genaamd Betsy opgehaald door MD, de chef en regelneef van Huize Henry. Hij reed ons linea recta naar KM5 waar een deel van de crew 2010 bij de orkabar op ons wachtte.
Omdat de villa waarin we logeren direct gelieerd is aan een opnamestudio, verblijven er ieder jaar andere muzikanten en songwriters. Dit jaar maakte ik kennis met een blonde krullenbol en Australiër, die zijn debuutalbum aan het opnemen was en met de Spaanse engineer die eerder achter de knoppen zat voor Michael Jackson. Verder liep er nog een Amerikaanse vriend van MD rond, die later in de armen zou belanden van de Russische Schone uit Zweden, die pas een week later zou arriveren. Te midden van dit zooitje ongeregeld dronken we onze eerste cocktails.
De avond zette de toon voor de rest van de vakantie, die overigens pas echt begon toen onze vrienden uit Stockholm en Rotterdam arriveerden. Overdag reden we met de Mini naar het strand, waar we onder de parasol lagen en zwommen in het kwallenvrije water van de Middellandse Zee. ’s Avonds aten we in de ons bekende restaurants en bestelden we onze favorieten van nimmer veranderende menukaarten: zeewiersalade bij Bambuddha, biologische salade bij La Paloma, vegetarische tapas bij Destino. En in de tussentijd hingen we op het terras voor het huis rond, zogenaamd om te roken en te wachten, maar toch vooral om te lachen en elkaar te leren kennen.
Wat me de eerste twee jaar zo gestoord had (de bevlooide katten, de stinkende handdoeken, de stapels vaat) bleek overkomelijk, want ik had ervoor gezorgd dat onze slaapkamer een deur kreeg en had eigen handdoeken en lakens meegenomen. En de vaat? Ach, als je niet in de keuken kwam, zag je niets en in de Spaanse hitte had je zelden honger.
Er waren nachten waarop we Rebeka Brown’s Disco Drama bezochten @ Amnesia en backstage met de dansers flirtten. En er waren nachten waarop de motor van Betsy het begaf en we, wachtend op een taxi, stijve nekken kregen van het turen naar de sterren. Daarnaast waren er dagen waarop we bij Sa Caleta gemasseerd werden, het Nederlandse team in een oranje gekleurde Blue Marlin van Spanje zagen verliezen, naar zonsondergang keken bij Es Vedra en giechelden door te veel Sangria de Cava.

Na mijn eerste verblijf op Ibiza beweerde ik: ‘Dit eiland is niets voor mij.’ Na mijn tweede bezoek vond ik dat we het jaar erop beslist ergens anders naartoe moesten. En nu hoop ik dat we er volgend jaar langer kunnen blijven dan twee weken. Na herhaaldelijke blootstelling aan Ibiza ben ook ik verliefd geworden.

Jolimont (5)

De andere gasten zijn gearriveerd. Een recruiter-vrouw met haar man (arts) en zesjarige dochter uit Polen, een ander Pools koppel (werkzaam in marketing en bankwezen) met hun twee kinderen en een half Amerikaans half Zuid-Afrikaans homostel uit New York die beiden voor satelliettelevisie werken. Zojuist kwamen daar nog een oom en tante uit Frankrijk (in dienst van de VN) en twee vrienden uit Oostenrijk (muzikanten) bij en gezamenlijk zullen we straks een vuur maken en verhalen uitwisselen.
De taalverwarring die, wonend in Frankrijk en getrouwd met een Amerikaan, vaak op de achtergrond aanwezig is, neemt hier interessante vormen aan. Een op een kan ik Frans spreken met de ouders van de Zwitser, Nederlands met de Zuid-Afrikaan, Duits met de vrienden uit Oostenrijk, gebarentaal met de kinderen en Engels met de rest. Maar afhankelijk van de constellatie moet er steeds opnieuw een lingua franca gekozen worden, want geen enkele taal wordt door alle aanwezigen goed gesproken.
Ik ben benieuwd naar wat er vanavond gaat gebeuren als de tongen onder invloed van de vreemde woorden en te veel wodka in de knoop raken. Mijn vermoeden is: muziek maken en zingen; de lingua franca van alle tijden.

Jolimont (4)

Op een heuvel in Zwitserland, vijfhonderd meter boven het dorp Erlach, staat een huis waarin ik sinds donderdag verblijf. Ver van enig verkeer, omringd door bergen en met een uitzicht over akkers, bossen en meren, is dit de ideale plaats om tot rust te komen.
Zoiets moet ook de vader van mijn gastheer gedacht hebben toen hij als jongeman de heuvel opklom, met zijn rug tegen de stam van een boom ging zitten en het huis in zich opnam. De familielegende wil dat hij daar urenlang zat en zijn toekomst droomde. Eindelijk had hij het huis gevonden waarin hij zijn idealen zou kunnen verwerkelijken. Hier zou een muziekschool verrijzen waar moeilijk opvoedbare kinderen met kamermuziek en noestige huisarbeid voor het leven klaargestoomd konden worden.
Halverwege de jaren zestig opende de school zijn deuren en kwamen duizenden leerlingen  logeren. Soms voor een week en soms voor zes maanden. Men sprak er Frans, Duits en Italiaans en speelde er fluit, piano en viool. De oprichter trouwde met een van de instructrices en stichtte een gezin met vier muzikale kinderen. Na meer dan dertig gloedvolle jaren werd hij getroffen door een hersenbloeding. Hij herstelde grotendeels, maar begreep niet meer goed wat er om hem heen gebeurde. Vanaf die tijd leefde hij in het verleden, waar alles helder was.
Eerst vond ik zijn geschiedenis tragisch, maar hoe meer ik erover nadenk, hoe mooier ik het ga vinden. Deze man heeft een leven waarin hij maar liefst driemaal zijn gloriedagen mag beleven: eerst als toekomstdroom, dan als realiteit en nu als herinnering. Geen wonder dat hij voortdurend vrolijk is.

(Voor eerdere berichten uit 2009 over Jolimont, lees dit, dit en dit.)

Athene (3)

metropolitan_cathedral_of_athens_interior_011In het land waar Pallas Athene eeuwenlang is vereerd, buigen de meeste mensen nu hun hoofd voor de heiligen van de Grieksorthodoxe kerk. Nieuwsgierig naar hun praktijken stapte ik, met bedekte schouders, de kathedraal in.
Religies fascineren me. Op psychologisch niveau en door hun symboliek, twee aspecten die uiteraard met elkaar samenhangen. Gewend aan de op de borst en het voorhoofd geslagen kruisjes en de halfslachtige buiginkjes die katholieken elders in Europa maken, was ik verbaasd de toewijding van de Grieken te zien; voor iedere afbeelding of plakkaat bleven ze murmelend staan en gaven er vervolgens een kus op. Geen zoen in de lucht, maar een echte kus. Alle schilderijen van Jezus, Maria en de andere (half)goden gingen derhalve verborgen achter smoezelig glas met lipafdrukken. Ik ben benieuwd wat er gebeurt als er hier een keer een dodelijk griep uitbreekt.
De kerk zelf was ook de moeite waard, met draken, sfinxen en een afbeelding van een vrouw die verdacht veel op Pallas Athena leek (die zelf overigens weer verdacht veel op Isis leek, een Egyptische godin die we tegenwoordig vooral kennen in de vorm van het Vrijheidsbeeld in de haven van New York). Achter het altaar troonde een stralende in goud afgebeelde piramide, hèt embleem van de Illuminati.
Heerlijk zo’n religie, die zich niets aantrekt van waar een god of symbool vandaan komt en alles incorporeert dat tot de verbeelding spreekt. Het enige verschil tussen de oude en nieuwe verhalen is immers de status: een scheppingsverhaal is een geloof zolang er gelovigen zijn. Zodra de laatste ophoudt in het verhaal te geloven wordt het een mythe.

Athene (2)

Op de ranglijst van dieronvriendelijke landen staat Griekenland op nummer een. Dat vermeldde de Volkskrant onlangs en ik vroeg me toen af waarom. Na mijn bezoek aan het land kan ik melden dat het waarschijnlijk niet is vanwege de miljoenen grilrestaurants en de overmatige vleesconsumptie. En evenmin wegens overbevissing of het op de stenen mals slaan van gigantische octopussen. Nee, Griekenland staat op nummer een vanwege de wreedheid jegens dieren die door de rest van Europa vertroeteld worden.
Zodra ik mijn hotel verliet, struikelde ik over de dakloze honden en katten op straat. Sommige dieren liepen mank of krabden aan een etterende wond. Andere lagen futloos op de stoep in de zon en namen niet eens de moeite hun kop op te heffen wanneer ik voorbij liep. De meeste blaften of miauwden venijnig wanneer ze  van een terras geschopt werden. Twee maal zag ik een auto tegen een hond aanrijden zonder dat iemand ervan opkeek.
Ik houd helemaal niet van huisdieren, maar de taferelen in Athene grepen me naar de keel. Blijkbaar ben ik eraan gewend dat wreedheden jegens dieren (varkens, kippen, geiten) buiten mijn zicht plaatsvinden.  Het geschop van verwaarloosde beesten vond in Athene echter in het daglicht plaats en ik vermoed dat  Griekenland om die reden op de nummer een van de ranglijst staat.
Gelukkig bleken er ook dieren te zijn die in de oprukkende stad hun eigen habitat hadden behouden: op de heilige heuvel van de Acropolis wemelde het van de graskauwende schildpadden. Wie hun bewegingen een poosje volgt, voelt zich geheid onthaast.

P.S. Vegetarisch eten in Athene was overigens geen probleem. Op de gemiddelde menukaart stond tzatziki, auberginedip, gegrilde paprika, spinazie-met-feta-pasteitjes, gele erwten hummus, bietensalade met walnotenknoflookpesto, gefrituurde courgetteburgers, bonen-in-tomaten-stoofpot en gevulde wijnbladeren. En omdat de Grieken zelf ook vaak gerechten als tapas bestellen, keek geen ober vreemd op wanneer we vijf voorgerechten namen en het daarbij lieten. Wel bleken de enorme hoeveelheden olijfolie gevaarlijk: na drie dagen liepen mijn man en ik met puistjes rond.

Athene (1)

957920815_db5d73fecd_mNatuurlijk was ik in Athene om de Acropolis te zien. Drie jaar Grieks op de middelbare school en meer dan vijftien jaar interesse in mythologie hadden me nieuwsgierig gemaakt. Maar met de crisis voortdurend in het nieuws was ik ook benieuwd naar het huidige Griekenland: hoe zichtbaar of voelbaar was hun failliet?
Er werd flink gedemonstreerd voor het parlement, muren, telefoonpalen en elektriciteitshuisjes zaten onder de graffiti en talloze huizen (en soms halve straten) waren opgeofferd aan het verval. En toch was de sfeer op straat gemoedelijk en leek de nationale trots in tact. Zelfs de politie liet de massa’s (illegale) immigranten die overal hun waren aanboden grotendeels met rust, zodat de souvlaki’s en handtassen zij aan zij werden verkocht.
In de zes wijken waar ik doorheen wandelde, zaten de Grieken van ’s morgens vroeg tot ver in de avond druk pratend op terrassen met ijskoffies in handen, die overal voor de afgesproken prijs van vier euro per stuk werden aangeboden. Uit de gesprekken die ik her en der aanknoopte, leerde ik dat het leven er met de euro een stuk duurder op was geworden, maar dat dit niemand ervan weerhield om veelvuldig uit te gaan.
Het failliet was volgens de meesten vooral te wijten aan mismanagement: honderdduizenden zelfstandigen hoefden in het verleden geen administratie bij te houden en konden derhalve bij de belastingen declareren wat ze wilden, evenzoveel ambtenaren konden na twintig of vijfentwintig jaar dienst met pensioen (op 50 jarige leeftijd dus) en de corruptie tierde welig. Dat er iets moet veranderen, daar leek iedereen het over eens, al wilde uiteraard niemand daar zelf de dupe van worden.
Als kind van het Noorden trok ik mijn wenkbrauwen op bij de laksheid die de Grieken tentoonspreidden. En als kind van het Noorden voelde ik tevens een steek van jaloezie: aan de voet van de Acropolis ging het echte leven gewoon door.

Hollandse anekdotes

Vlak voor mijn vertrek naar de VS was ik een paar dagen in Nederland om de vorderingen omtrent mijn nieuwe roman met mijn uitgever te bespreken. In de versnelde Thalys terug naar Parijs noteerde ik de volgende twee anekdotes.

1. Taalverloedering
Drie persfotografen staan keurig naast elkaar opgesteld langs de rode loper van een café. Wanneer de deur openklapt en een lachend gezelschap parmantig naar buiten stapt, laten ze hun camera’s flitsen.
‘Kijk!’ roept een tienermeisje tegen haar tienervriendin, ‘daar heb je de papparatsies.’

2. Stadse naïviteit
Twee slanke dames staan in een supermarkt voor het kaasschap.
– ‘Eg he, van die Q-koorts,’ zegt de een.
– ‘Nou en of,’ zegt de ander, ‘ik snap niet dat die stomme boeren zo veel beesten bij elkaar zetten. Dan vraag je toch om problemen?’
Ze grijpt naar een pakje gesneden geitenkaas en legt het in haar wagentje.
– ‘Dit eet ik iedere dag,’ legt ze uit, ‘veel magerder dan die vette koeienkaas en dus veel gezonder. Dat zouden meer mensen moeten weten. Maar men is zo dom tegenwoordig!’

Schrijven en de Bourgogne

Schrijven op een péniche in de Bourgogne is op zijn zachtst gezegd een uitdaging. Eerlijk is eerlijk: voor mijn vertrek had ik niet goed over de mogelijke obstakels nagedacht. Ik nam aan dat er tenminste één kajuit zou zijn met een klein schrijftafeltje en meer had ik niet nodig.
Ik was vergeten dat:

–    Er alleen 220 Volt voor mijn laptop beschikbaar is als de boot in een haven ligt aangemeerd en het nu juist de kunst van de péniche kapitein is om in het wild langs de kanalen te overnachten.
–    Motorboten, in tegenstelling tot de zeiljachten die ik gewend was, een ronkende machinekamer hebben die het hele schip laat trillen.
–    De oudere kapitein van de boot een ander leefritme heeft, zodat je ‘s morgens niet-uitgerust opstaat en ‘s avonds niet-moe in je bed ligt.
–    Het in oktober op het platteland ’s nachts kan vriezen en de boot niet is uitgerust met centrale verwarming.
–    De kanalen van de Bourgogne om de paar honderd meter een sluis hebben en dat het passeren van een sluis hulp vereist van de bemanning, een groep waarvan je als opvarende automatisch deel uitmaakt.
–    Er alleen heet water is wanneer je dat op het gasfornuis kookt.
–    De ooit op zeewater geharde bikkel in mij in het comfortabele Parijs zo verwend is geraakt dat de geringste hindernissen als ontberingen worden ervaren.

Desondanks of wellicht dankzij deze ontberingen ben ik met een hoofd vol ideeën en een lading energie uit de Bourgogne teruggekomen. En natuurlijk met een flinke voorraad uitstekende wijn. Dit weekend wordt er weer volop geschreven.

Inspirerende regen

Het nazomerweer dat een Balearisch eiland belooft, laat op zich wachten. Volgens de weersvoorspellingen tot na mijn vertrek. De aanhoudende regen op Ibiza past beter bij mijn huidige onderwerp (de drassige polders in mijn roman P.) dan bij de party-en-loung-atmosfeer hier. Het boek vordert daarom vlot: nog even en het echte schrijven kan beginnen. Op dit moment ben ik aan het experimenteren met perspectief, stijl en stem. De plotlijnen en personages zijn er – nu alleen nog een licht ironische vertelstem om het verhaal van begin tot einde luchtig te houden. Zodra die stem er is, begin ik en houd ik niet meer op.