Amsterdam (4) – Verliefd

De volle maan staat trots boven de grachtenpanden en schijnt naar binnen door mijn hoge gordijnloze ramen. Sprookjesachtig is deze stad. Niet vertrouwd of gewoon. Het cliché wil dat je niet weet wat je hebt totdat je het kwijt bent. Pas nu ik acht jaar niet in Nederland heb gewoond, pas nu Amsterdam niet langer door een deken van alledaagsheid wordt bedekt, springt de schoonheid van de stad me in het oog. Al een maand kijk ik uit op dezelfde gevels, dezelfde scheefgezakte panden met hun ruiten en lichtjes en spiegelingen in de gracht. En ik vraag me af: hoe lang moet ik mijn geliefde Parijs gedag zeggen om er opnieuw verliefd op te kunnen worden?

Amsterdam (4) – Een dag niet schrijven

Ik word wakker als Amsterdam ontwaakt. Een wekker is niet nodig. Het metalige gerinkel van fietsen op straat, de lage zoem van voorbij rijdende vrachtwagens, de stemmen van bouwvakkers, moeders met kinderen en gefrustreerde zakenmannen; alles dringt mijn kamer binnen en wanneer het geluidsniveau buiten mijn raam een bepaalde drempel overschrijdt, word ik wakker.
Mijn dag begint met rommelen; een glas water drinken, het raam open zetten, de kleding van de gisteren in de wasmand gooien. En vaak volgt daarna een uur yoga. Thuis voor het raam of op mijn yogaschool.  In de dag die ik nu beschrijf, fiets ik naar de pijp om daar met aandacht te ademen, mijn buik en rug te sterken en mijn spieren te rekken.
Na afloop ga ik op bezoek bij Warchild – een van oorsprong Nederlandse organisatie die inmiddels in tientallen landen actief is. Duizenden mensen zetten zich in om urgente hulp te bieden en om kinderen met oorlogstrauma’s via creatieve programma’s te helpen hun verleden te verwerken. Op de website van de organisatie staan meerdere vacatures open, zowel voor betaalde functies als voor vrijwilligerswerk.
Een lunch op een terras in de zon volgt en daarna snel naar huis om het zweet weg te wassen en fris bij mijn agente te arriveren. Zij woont tijdelijk in een nieuwbouwflat aan de Westerdoksdijk – het is even zoeken naar het juiste gebouw en de juiste woning, maar eenmaal binnen is het uitzicht over Amsterdam fenomenaal. We bespreken een kort verhaal dat ik geschreven heb en ik vertel haar over alle promotie- en publiciteitsplannen van De Geus omtrent Salto mortale.
Om stipt vijf uur parkeer ik mijn fiets aan de Herengracht voor de boekpresentatie van 100 spirituele plekken die je gezien moet hebben . Maar wat blijkt: de uitgeverij is verdwenen! Ik loop de gracht op en neer op zoek naar Prometheus en stap uiteindelijk de receptie binnen van een concurrent om te vragen waar ik zijn moet. Gelukkig ben ik niet de enige die niet wist van de verhuizing, al staat het receptiezaaltje al bomvol  als ik binnenkom. Er zijn een paar writers on heels, een paar nightwriters en een paar journalisten en verder zijn er veel vrienden en familie.
Weer thuis wacht mijn man op mij met Spaanse tapas en een iPod vol Gypsy Kings. Nog voor middernacht val ik om van de slaap en de wijn en moet ik bekennen dat er weer een dag voorbij is.
Morgen weer schrijven.

Amsterdam (3) – Dwerg

De vrouw die doorgaans in dit appartement woont, is lang – tenminste, dat neem ik aan, want ik heb haar nooit ontmoet. Ik kom uitsluitend in Amsterdam als zij in Australië zit en dus treffen we elkaar nooit. Maar omdat ik tussen haar spullen leef en in haar bed slaap, heb ik wel veronderstellingen.
De etage waarop haar loft is gebouwd, is door de bewoners zelf opgedeeld en vormgegeven met als gevolg dat de appartementen er alle drie geheel anders uitzien. In het mijne komen de wastafel en het keukenblok tot aan mijn borst, zodat ik me tijdens de afwas een dwerg voel. Tel daarbij op dat de kapstok voor mij te hoog hangt, het bed 20 centimeter langer is dan doorgaans en ik op haar robuuste herenfiets net bij de trappers kan, en je trekt dezelfde conclusie als ik: hier woont een lange vrouw.
Maar ik weet nog meer: ze is vegetarisch (kookboeken), biologisch (restjes eten in de kast), ze is goed met planten (het is bijna een tuin hier), ze is praktisch (strakke badkamer die eenvoudig te reinigen is), ze houdt van lichte ruimtes (zelfs de vloeren zijn witgeverfd), ze houdt niet van televisie (er is alleen een kleintje waarop de zenders niet eens staan ingesteld) en ze drinkt niet veel sterke drank (dezelfde, inmiddels stoffig geworden, halflege flessen wodka en whisky die er vorige keer stonden, staan er nog steeds). Daarnaast heeft ze nog een kleine boeken- en cd-collectie en hangt haar kledingkast halfvol met spullen. Als ik op basis van al mijn observaties een oordeel zou moeten vormen, zoals de roemruchte roomraiders op MTV, dan zou ik zeggen: ik zou haar best eens willen leren kennen.

Amsterdam (2) – Schaamrood

Wanneer ik thee zet, en dat doe ik gemiddeld vijf keer per dag, kijk ik door het zijraam in mijn keuken en heb ik uitzicht op twee prostituees. Een enkele keer zie ik een klant naar binnengaan of vertrekken en dan wend ik mijn blik met plaatsvervangende schaamte af.
Ik heb niets tegen prostitutie en vind het goed dat het in mijn land legaal is – en toch heb ik er ook iets op tegen. Het is waarschijnlijk een licht gevoel van minachting voor de mannen die van betaalde seks houden. Ik kan me er namelijk niets bij voorstellen, ook niet na films over veertigjarige vrouwen gezien te hebben, die zich op Caribische eilanden door donkere jongens laten verwennen. Seksualiteit hoeft niet altijd met liefde verbonden te zijn, maar in mijn optiek toch wel met wederzijdse begeerte. Je te laten betasten door een man of vrouw die jou niet aantrekkelijk vind, lijkt me vernederend.
Misschien is het dus meer medelijden wat tot mijn schaamte leidt, in plaats van minachting. Ik weet dat de meeste mensen die voor seks betalen anders over de zaken denken en het voor hen niets met zwakte te maken heeft – eerder met macht en het vermogen om egoïstisch te kunnen genieten – en toch gaat die schaamte van mij niet weg. Want is het genot stiekem toch niet groter als het je vrijwillig gegeven wordt in plaats van dat je het koopt?

Amsterdam (1) – Paasimpressie

Voor het open raam van mijn tijdelijke verblijf aan de gracht in Amsterdam kijk ik naar de mensen beneden mij. Bij mooi weer gaan Amsterdammers blijkbaar niet naar het Keukenhof of de woningboulevard. Bij mooi weer gaan ze en masse op straat zitten. Niet alleen op terrassen – want hoewel er honderden zijn, zitten die rond elf uur ’s morgens al vol – nee, Amsterdammers zetten hun eigen meubilair op straat, nemen plaats op de trap van de stoep, gaan op de kade zitten en laten hun benen bungelen of vinden een bankje of een boot om op te zitten. De vrijheid die Amsterdammers nemen om van de zon te genieten is groot.
Recht onder mijn raam wordt er een filmpje opgenomen met een cameraman, een geluidsman (hij die de boombox draagt) en drie jonge meisjes die in eighties outfit op een eighties liedje dansen. Een goedkope reclame? Een Youtube filmpje? Aan de overkant leert een vader zijn zoontje hoe hij het touw moet bewegen om een lus te creëren waarin iemand zou kunnen touwtjespringen. Na een paar minuten gaat het al goed –er is alleen niemand om te springen. Totdat een vrolijke voorbijganger in de lus duikt en het zoontje de vrouw vol trots weet uit te putten. Een ultraslank meisje van rond de dertien, zo een die nog geen borsten of heupen heeft, draagt een enorme taart in haar handen met een gele Paasstrik eromheen. En op de gracht vaart een boot voorbij waarop in het volle zicht van alle terraszitters een poepluier wordt verschoond.
Niets bijzonders misschien, dit plaatje, behalve als je je probeert voor te stellen hoe Parijs eruit zou zien als de Fransen zich zo zouden gedragen – dit beeld, van allerhande vrijzinnige mensen buiten rond de gracht, hoort bij Amsterdam en ik geniet ervan.

Andalusië (5) – Colonne Puntmutsen

De afgelopen jaren heb ik veel in Europa gereisd met een toenemend gevoel van vervreemding. Op het eerste gezicht lijkt alles vertrouwd. Er is brood en wijn, er zijn hotels en restaurants en zelfs als je de taal niet spreekt, red je je wel, omdat Europese idiomen nu eenmaal veel op elkaar lijken en iedereen wel een paar woorden buitenlands spreekt.
Zodra je beter kijkt, langer blijft of uit het toeristenmilieu stapt, begint de verwarring. Waren de Moorse paleizen van Alhambra tot Alcazar al verrassend en begreep ik weinig van de liefde voor stierengevechten of flamenco, mijn verbazing sloeg alles toen de katholieke processies op Palmzondag van start gingen.
We waren gewaarschuwd, dat wel, maar niets had mij kunnen voorbereiden op de massa’s mensen, de eindeloze rijen gelovigen en de angstaanjagende symboliek. Kuddes Spanjaarden, op hun paasbest gekleed, waren uitgelopen om de verschillende religieuze broederschappen te verwelkomen en aan te moedigen, want de kern van processie bestond uit loodzware houten kisten, pasos genoemd, waarop afbeeldingen van heiligen stonden of complete taferelen over de kruisiging, en die kisten werden door een groep costaleros gedragen, wat een helse, vergeef me het woord, onderneming bleek te zijn. De processies gingen vaak traag voorbij, omdat de dragers tijd nodig hebben om te rusten, te eten en drinken en elkaar af te wisselen. Voor en achter de kisten liepen colonnes kinderen en volwassenen in jurken en puntmutsen, een kledij die buiten Spanje beter bekend is als die van de Ku Klux Klan – de Spaanse Katholieke kerk zal niet erg te spreken zijn geweest over het feit dat deze racistische groepering uitgerekend de puntmuts verkozen heeft tot zijn symbolische kledingdracht.
De processie waarvan hieronder foto’s staan, vond overdag plaats en was in vergelijking met wat er die avond volgde beperkt. Niet wetend wat ons te wachten stond, verlieten wij rond achten het hotel om twee vrienden in een nabijgelegen deel van de stad te ontmoeten, maar het was onmogelijk onze wijk te verlaten. Het stadsdeel was hermetisch afgesloten door massa’s mensen die de processie, die via de nauwste straten onze wijk binnentrad, te bekijken. Uiteindelijk gaven we onze pogingen om te ontsnappen op en probeerden in het beschaafde feestgedruis op te gaan. Nooit voelde ik mij meer een buitenstaander in Europa dan die nacht.

Andalusië (3) – Vega in Hamland

Parijs kent, zoals een kosmopolitische stad betaamt, meerdere Spaanse restaurants en tapasbarren en heeft bovendien een gastronomische variant die op basis van wat de chef die dag op de markt heeft ingeslagen het menu aanpast. Ik weet daardoor dat er tientallen variaties bestaan op de soep die gemakshalve steeds gazpacho wordt genoemd. Natuurlijk bestaat er een koude soep van tomaat, paprika en komkommer, maar er is er ook een met brood en amandelen, en een met pompoen en ei, en zelfs een met avocado en cacao.
In de overtuiging niet voor toeristenmenu’s te vallen en buiten de gangbare paden om mijn portie authentiek Spaanse gerechten te proeven, begaven mijn man en ik ons vaak in de wijken die net buiten de gidsjes vielen. We vonden terrassen waarop alleen Spaans werd gesproken en waarop oude mannen en gezinnen met kinderen gezellig door elkaar aan het lunchen waren. Mijn teleurstelling was daarom groot toen ik op die kaarten niets anders aantrof dan het standaard rijtje van gerookte ham, gestoofd varkensvlees en gefrituurde calamares. Waar waren mijn variaties op de gazpacho? Waar de zo delicaat gekruide zoete groene pepers? Waar de gemarineerde aubergine met gekonfijte sinasappel? Nu ben ik de beroerdste niet en bestel ik als veganist op vakantie doodleuk manchego en boquerones, en ik geniet er ook nog van, want het verveelt nogal om alleen tomatensoep, spinazie met kikkererwten en bonen met een gebakken ei te eten. Maar wat ik me afvraag: zijn de vegetarische opties die in Parijs geserveerd worden verzonnen voor de kosmopolitische clientèle aldaar, zijn steden als Sevilla en Grenada definitief voor het toeristendom gevallen en is hun menukaart daardoor onherkenbaar verschraald of heb ik enkel in bodega’s gegeten en zijn de ‘echte’ restaurants me ontgaan? Waar proef je het authentieke Spanje? Misschien moet ik in een auto door kleine dorpjes rijden om die vraag te kunnen beantwoorden.

seville

(Dit gebeurt wanneer sinasappelen niet op het menu staan, maar wel overal om je heen groeien en naar je lonken.)

Andalusië (2) – Waterpraladijzen

Sommige reizigers gaan pas van huis als zij alles over de plaats van bestemming hebben gelezen. Ze kopen romans, die gesitueerd zijn in het betreffende vakantieland en lezen gidsen die hen de geschiedenis verklappen en eetgelegenheden en hotels aanraden.
Ik niet. Ik lees en koop niets van tevoren. Niet omdat ik mij wil laten verrassen of ik mijn ervaringen niet vooraf wil kleuren. Het heeft eerder te maken met tijdgebrek: reizen gebeurt in mijn tweepersoonshuishouden vaak lastminute en zodra de reis is geboekt, heb ik al mijn tijd voor vertrek nodig om belangrijke zaken af te ronden, opdat ik me na vertrek kan ontspannen.

Zo gebeurt het dus, dat ik frivool en onvoorbereid door steden dwaal en monumenten aanschouw die ik pas ‘s avonds middels een gratis toeristenblaadje kan plaatsen. Onze eerste stop in Spanje was Grenada, een stad die al eeuwen verdeeld is in een Arabische, een Joodse en een Katholieke buurt en inmiddels is uitgebreid met buitenwijken en zakencentra. Op een heuveltop, uitkijkend over de stad, ligt het Alhambra, een complex dat achtduizend bezoekers per dag trekt en bestaat uit een kerk, die eerst een moskee was, een fort, twee paleizen en talloze tuinen. Het interieur van het hoofdpaleis is indrukwekkend, met zijn minutieus bewerkte muren, betegelde vloeren en met houtsnijwerk ingelegde plafonds, maar ik was nog het meest getroffen door de fonteinen en waterwegen die van de tuinen en vertrekken één geheel maakten. De Moren, die een aantal eeuwen in Andalusië heersten, hebben het dorre land dat ze aantroffen geïrrigeerd en bruikbaar voor de landbouw achtergelaten en hun meesterschap van het water is ook in hun architectuur zichtbaar. Hun praalpaleizen zijn waterparadijzen, of kortgezegd: waterpraladijzen.

Bij thuiskomst ben ik onmiddellijk op zoek gegaan naar literatuur over de Islamitische cultuur in de Middeleeuwen en over Moorse architectuur. Aan voorbereiding, doe ik niet. Ik blink blijkbaar uit in nagenieten.

Andalusië (1)

Op het moment dat dit bericht op mijn weblog verschijnt, zit ik in de zon op een terras in Sevilla. Op voorwaarde dat ik vanmorgen mijn vlucht niet heb gemist en de weerman gelijk heeft gekregen. Twee vrienden berichtten mij een maand geleden over hun reisplan en echtgenoot en ik zeiden: we zien jullie daar! Berichten over Andalusië volgen.