Een jaar

Ik lig op het strand van Formentera. Of nauwkeuriger uitgedrukt; ik hang in een ligstoel op het gazon van ons hotel dat tegen het strand is aangeplakt. Nu Salto mortale is afgeleverd, kan ik ontspannen. Spaanse jongens rennen op en neer om mijn man en mij van koud water te voorzien en van amandelen en smoothies en cocktails. Samen met vier Duitsers en een Engelsman zijn we de enige gasten hier. Naseizoen. Het waait wat harder, het wordt wat eerder donker, de luchttemperatuur is iets lager, maar september is een uitstekende maand voor dit Zuid-Europese eiland. Aan het einde van de dag word ik door een schone Spaanse met sterke armen gemasseerd en daarna kan ik nauwelijks meer praten, zo high ben ik ervan. Het komt misschien ook omdat we vergeten zijn te lunchen, want zo gaat dat in de zon met amandelen en martini’s met watermeloen. En oh ja, de reden van ons verblijf: we zijn vandaag precies een jaar getrouwd.

Bretagne

Waar is het beter schrijven dan in mijn atelier aan een hofje in hartje Parijs?
Misschien in een riant huis aan de kust van Bretagne met het strand op vijf passen afstand – het is de moeite van het proberen waard. Een dieet van boekweitpannekoeken en kreeften spreekt me in ieder geval al aan.

Italië 2009 (2)

Venetië blijft adembenemend – ieder stadspaleis vertelt zijn eigen familiegeschiedenis of liefdesverhaal.


Uitzicht over het archipel vanaf de Campanile.


Maar ik mag er blijkbaar niet over schrijven.


De immer inspirerende beeltenis van Medusa.


En de heilige die we ons toegeëigend hebben in de Basiliek van San Marco.



Het Como Meer – Bellagio nodigt uit tot schrijven


Portofino – oude chic.


Wij vonden de perfecte baai even verderop.

Italië 2009 (1)

Terwijl tanks over Les Champs-Élysées rijden en helikopters boven mijn huis cirkelen (misschien omdat de geheime dienst gehoord heeft hoe ik de manke stappen van de korte president becommentarieer), denk ik terug aan de tien dagen die achter me liggen en die ik als drie weken ervaren heb.
Wie optimaal van Italië wil genieten, kan de maanden juli en augustus beter overslaan, maar uit mijn recente ervaringen blijkt, dat het zelfs in de drukke zomermaanden goed vertoeven is in dit land.
Na de pracht en praal van Venetië, inclusief een lunch op het terras van hotel Danieli , en de glorie van Verona, waar we de Puccini opera Turandot opgevoerd zagen in de Arena, het op het Colosseum na grootste Romeinse amfitheater, reisden we naar het water van het Garda meer en onder hevige stort- en hagelbuien verder naar het Como meer, waar we in Bellagio een rustpunt vonden.
Lang lagen we niet op onze lauweren, want met het ambitieuze plan om tot Rome en zelfs Capri door te stoten, moesten we haast maken en we reisden af naar de kust om Portofino te bezoeken en een duik te nemen in de Middellandse Zee. Vervolgens zakten we langs de kust af naar het Zuiden en stopten we in badplaatsen waar de tijd stil had gestaan en Italianen in grote families pizza’s aten en ijsjes naar binnenwerkten, voordat ze in autootjes op het plein rondreden of nog even snel bij Dolce&Gabbana of Gucci een zonnebril op de kop tikten.
Heimwee stuurde ons uiteindelijk naar de binnenlanden van Toscane, waar we tussen de dezelfde wijnranken verbleven als tijdens onze bruiloft. De plannen voor Rome en Capri waren inmiddels geschrapt en na drie dagen vechten tegen de agressieve tijgermuggen, die zich zelfs van de meest chemische verdelgers niets aantrokken, besloten we een laatste maaltijd te gebruiken onder de torens van San Gimignano.
Al met al had ik voldoende ontspannen en ruimschoots inspiratie opgedaan om de rest van de zomer te kunnen schrijven. Ik ben weer thuis.

(Foto’s volgen morgen)

Bruiloft in de Campagne

De zoon van een arts uit Bordeaux trouwt met de dochter van een patriciërsfamilie uit Normandië en honderdvijftig gasten uit voornamelijk Parijs worden uitgenodigd om het huwelijk te vieren. De bruiloft wordt, traditiegetrouw, georganiseerd door de moeder van de bruid in het stadje waar de aanstaande is opgegroeid: Coutances.
Op een ongewoon warme junimiddag verzamelt iedereen zich rondom het charmante stadhuis en lang voordat de ringen worden uitgewisseld, doen de hoofdrolspelers en de gasten zich te goed aan alcoholische dranken. De burgemeester is in zijn nopjes, aangezien hij het voorrecht krijgt de kleindochter van een oud-burgemeester in het huwelijk te laten treden. Hij heeft een jolige speech voorbereid die bij vrijwel iedereen in goede aarde valt, behalve bij de bruidegom, die de ceremonie uiterst serieus en met nerveuze precisie volgt.
Nadat de handtekeningen zijn gezet, stroomt de menigte bezweet de krappe trouwzaal uit en loopt in colonne naar het parkje alwaar de foto’s genomen worden. Om zes uur begint het aperitief in de tuin van een groot landhuis en wordt de eerste fles champagne geopend. Er zullen er nog 139 volgen. Natuurlijk zijn er oesters en is er foie gras. Obers lopen rond met schalen Noix-de-Saint-Jacques en gefrituurde krabbenpoten. De zee ligt op een paar kilometer afstand.
Wanneer de moeder van de bruid, twee-en-een-half-uur later, iedereen sommeert aan tafel te gaan, is het merendeel van het gezelschap al goed zat. In overleg met het bruidspaar besluit het personeel om de geplande glaasjes Calvados, die volgens de rituelen tussen de gangen door geserveerd dienen te worden, over te slaan.
Er volgt een maal van vis, van lam, van kaas en van aardbeimakronen, vochtig gehouden door witte wijn, Bordeaux, Cider en meer champagne en rond middernacht opent de danszaal met klappers uit de jaren tachtig. De eersten die los gaan, zijn de ooms en tantes uit de streek. Schoenen en jasjes worden uitgetrokken om eens flink te kunnen swingen. De Parijse bobo’s staan met sigaretten in de hand koelbloedig toe te kijken. Pas als de ooms en tantes na een polonaise de moed opgeven, wagen de jongeren zich op de vloer. En na wat snuiven van het een of ander, gaan ook hun remmen los. Pas als de zon weer opkomt, keren de laatste gasten naar het hotel terug. Het was, zoals dat heet, een typische bruiloft in de campagne.

Mont-Saint-Michel

In de vroege Middeleeuwen krijgt de bisschop van Avranches de opdracht om op een minuscuul eiland vlak voor de kust een heiligdom ter ere van de aartsengel Michael te bouwen en sindsdien is het eiland, dat al gauw dMont-Saint-Michel werd genoemd, uitgegroeid tot een bedevaartsoort dat inmiddels de bescherming van Unesco geniet. De abdij op de top van het eiland is om de rots heen gebouwd en getuigt van een knap staaltje Middeleeuwse architectuur. Of het eiland de tweehonderd duizend internationale bezoekers per dag waard is, betwijfel ik, maar wie in de buurt is, zou zeker eens langs moeten gaan. De uitstekend bewaard gebleven Middeleeuwse gebouwen, die dit eiland zo bijzonder maken,  gaan helaas goeddeels ten onder in toeristencommercie en in lange rijen Amerikanen en Japanners die traag de trappen beklimmen. Gelukkig maakt het uitzicht over het laagland, de oceaan en de grazende lammeren op het zoute gras veel goed. Kortom: een weinig inspirerend, maar geslaagd dagje uit in Normandië.

Jolimont (3)

Er is een schommel achter het huis, een pingpongtafel en een pergola met schaakspel. Ook zijn er drie yogamatten, staan er kasten vol boeken en heeft iedere kamer een eigen platenspeler of piano (de wereld van de cd, laat staan de iPod, is hier onbekend). Bovendien nodigt het bos uit tot wandelen en roept het meer om een frisse duik. Er is hier, kortom, genoeg te doen, maar er is geen televisie of radio en tot voor kort geen internet. Afgezonderd op deze mooie berg vraag ik me af wat het belang is van de actualiteit.
Natuurlijk hebben we gehoord over het Frans-Braziliaanse drama en spraken we met een vol gemoed over de gevolgen van de ramp. Actualiteit is nodig om mede-menselijkheid te voelen. Wie nooit iets van het leed van anderen verneemt, vervreemdt van een wereld waarin juist zoveel leed bestaat. En we horen over de oorlogs- en vredesontwikkelingen in het Midden-Oosten en in Korea. Al hebben er in Zwitserland al eeuwen geen gevechten meer plaatsgevonden, als de derde wereldoorlog uitbreekt, is het wellicht beter daarvan op de hoogte te zijn. De actualiteit is nodig voor veiligheid en welzijn Maar verder? Waarom worden kranten dagelijks door zovelen met religieuze toewijding gelezen? Zijn we bang iets te missen en niet mee te kunnen praten? Vervelen we ons zonder het nieuws? Hoe vaker ik de bewoonde wereld achter me laat, hoe vaker ik besef dat een periode zonder actualiteit geestverruimend kan zijn. Laat ministers maar vechten over de details van een plan, laat het financiele of morele schandaal maar aan me voorbij gaan. Met een kampvuur brandend discussieer ik liever over de muziek als een universele taal dan over de nieuwe schoenen van Madame Sarkozy. Als ik in Parijs een schommel zou kunnen installeren, zou ik het meteen doen.

Jolimont (2)

In het kantoortje waar deze computer staat en waar ik overdag werk, heb ik uitzicht op de stal met koeien, beesten die zich verbazingwekkend kalm houden wanneer onze gastheer voor het avondeten stukken kalf op de barbecue legt en de geur van het verschroeide vlees ook hun neusgaten moet bereiken. In de slaapkamer die mijn man en ik toegewezen hebben gekregen, kijk ik uit op het meer, waarop met sterke windkracht surfers op hoge snelheid over het wateroppervlak scheren en zwanen geagiteerd opvliegen. En vanuit de keuken, waar ik voor ieder van ons vieren een verschillend bordje bereid, omdat ik rekening wil houden met ziektes, allergieen en voorkeuren, zie ik de paarden draven en hinnikt het pasgeboren veulen zoals alleen pasgeboren veulens dat kunnen, naief en angstig, vrolijk en terughoudend tegelijkertijd. Na tien jaar Parijs, na tien jaar stad, of eerlijk gezegd, na dertig jaar, na een levenlang stad, ontwaakt in mij een verlangen naar het platteland. Het is geen vals nostalgisch verlangen, ik heb geen geromantiseerd plaatje van de idyllische boerderij. Er landen hier strontvliegen op mijn avocado, ik word wakker van de haan s morgens, de douche heeft kuren en geeft regelmatig alleen koud water en mijn telefoon heeft geen bereik. En toch denk ik: heerlijk, hier kan ik schrijven.

PS Excuses voor eventuele spelfouten en ontbrekende leestekens in bovenstaand en onderstaand stukje – ik werk op een computer met Zwitsers toetsenbord en Word verandert mijn woorden soms ongevraagd in Duitse varianten.

Jolimont (1)

Op vijfhonderd meter hoogte, verheven boven een blauwgroen meer, temidden van graan- en maisvelden en omringd door een sprookjesbos met duivelsstenen, ligt een ruim Zwitsers huis genaamd Jolimont. De vader van de vriend die ons heeft uitgenodigd om de Pinksterdagen op dit landgoed door te brengen is een muziekleraar, kindertherapeut en weldoener ineen. Nog voordat hij zelf een gezin begon, trok hij zich het lot van jongeren aan en zette hij een zomermuziekschool op voor moeilijk opvoedbare kinderen. Hij huurde een enorm huis van een boer, die hem vanwege het sociale karakter van het project een zeer schappelijke prijs rekende, en nodigde kinderen van omliggende dorpen uit om te komen logeren en een instrument te leren bespelen. Duizenden kinderen kwamen en leerden er piano, cello of fluit en de ouders betaalden wat ze zich konden veroorloven, zodat de rijksten vrijwillig de educatie van de armsten betaalden. Zijn eigen kinderen (een zoon en drie dochters – allevier muzikaal begaafd) fungeerden zodra ze oud genoeg waren als animateurs en leraren en sinds de vader door een hersenbloeding werd getroffen en zelf weer deels kind werd, namen zijn vrouw en dochters de organisatie van hem over.
Als ik door de vertrekken dwaal, laat ik mijn hand over de vleugels glijden, spelen mijn vingers met de snaren van de tegen de muur leunende instrumenten en kijk ik glimlachend naar de portretten en fotos aan de wand. De angsten en verlangens van de kinderen zijn nog aanwezig alsof ze in de antieke meubels zijn gekropen en bij iedere noot tevoorschijn komen. En s nachts dromen wij de dromen van een ander. Jolimont, een magische plek in hartje Zwitserland. We hebben ons verblijf met twee dagen verlengd.

Amsterdam (5) – Geroezemoes

Bij de ingang van de bibliotheek zet ik mijn telefoontje uit, zoals ik dat gewend ben. Binnen leer ik dat dit nogal ouderwets is. Surfend op internet, met de ellebogen op de studieboeken steunend of simpelweg verzonken in een luie stoel: overal om mij heen wordt druk getelefoneerd. De tijd dat de bibliotheek een ruimte van rust en stilte was is voorbij.
En het geluid is nog toegestaan ook. Bibliotheekmedewerkers lopen rond om bezoekers te vragen hun flesjes water in hun tas terug te stoppen (drinken mag wel, iets op tafel zetten niet), maar niemand maant aan tot stilte.
Het eerste uur verbijt ik me – ik wil mijn stiltecentrum terug! Daarna laat ik de sfeer tot me doordringen: hier wordt op een relaxte manier gewerkt. Jong & oud, autochtoon & allochtoon, toerist & Amsterdammer – kortom een mooie doorsnee van de stad is op deze zonnige dag naar de bibliotheek gekomen om tussen de boeken te zitten en zo nu en dan met buurman of buurvrouw te overleggen of met een moeder of een vriendje of een collega aan de telefoon te hangen. Zodra ik de sfeer accepteer, vind ik weer rust. Geroezemoes of niet, de bibliotheek blijft een uitstekende plaats om te schrijven.