Eeuwige kermis (4) – Traditie en rituelen

Ik verlang naar een jeugd die ik nooit heb beleefd.
Ik ben nostalgisch voor een verleden dat niet van mij is.
Ik heb heimwee naar een tijd die ik nooit heb gekend.
Ik mis een ervaring die ik nog niet heb verzonnen.

Met deze frasen en enkele variaties daarop begon ik ooit een dagboek. Steeds wanneer ik de zinnen herlas voelde ik een gloed van herkenning. Ik had blijkbaar uitdrukking gegeven aan iets dat blijvend in mij resoneerde. Maar wat? Ben ik zo’n naïeve romantica die gelooft dat vroeger alles beter was? Of heb ik zo’n vervelende jeugd gehad dat ik die ik het liefste onder fantasieën verdoezel? Geen van beide.

Ontsnappen in een echtere realiteit
Zoals ik in mijn vorige stukje schreef verlangen volgens mij veel mensen naar iets wat volgens hen verloren is gegaan. Cursussen om te leren hoe je zelf brood kunt bakken zijn populair. Evenals de verkoop van lapjes grond voor het aanleggen van moestuinen en het bezoek aan kinderboerderijen waar je geiten kunt melken. Ambachtelijk, authentiek en traditioneel zijn sleutelbegrippen.

Dit verlangen valt deels samen met de wens in het weekend iets radicaal anders te doen dan doordeweeks. Saai bestaan of niet, we willen ontsnappen uit onze realiteit, en een scherpe lezer merkte al op dat dit iets is van alle tijden. Maar tegenwoordig lijken we niet alleen te willen ontsnappen in een fantasie. We lijken ook, of misschien wel juist, te willen ontsnappen in echtere realiteit. Betekent dit dat ons alledaagse leven niet echt genoeg is en we van de werkelijkheid zijn vervreemd?

Vervreemding
Anderhalve eeuw geleden sprak Marx al over een ervaring die hij vervreemding noemde (een woord dat hij overigens niet heeft verzonnen, maar wel populair maakte). Arbeid binnen het kapitalisme zou volgens hem geen bevrediging meer geven, omdat de kloof tussen mens en product te groot was. Ook contemporaine Nederlandse filosofen zoals Dohmen en Manschot gebruiken de term vervreemding, al verwijzen zij daarmee eerder naar een gebrek aan betrokkenheid tussen individuen. Met vervreemding in de context van nostalgie bedoel ik vooral het ervaren van onbehagen en onverschilligheid door een gemis aan iets wat we niet altijd precies kunnen uitdrukken. Het woord ‘contact’ komt misschien het dichtste bij.

Onze moderne wereld is een wereld die steeds abstracter wordt. Werken gebeurt op de computer. Winkelen doen we digitaal. Zelfs veel menselijke relaties zijn via sociale media virtueel geworden. Daardoor kunnen we het concrete contact met de wereld (bijvoorbeeld: handen in de aarde) en het contact met elkaar (bijvoorbeeld: samen een monument oprichten) gaan missen. De ware wereld blijft op afstand en dat maakt ons hongerig naar realiteit. (Over de invloed van de economie op onze omgang met elkaar zal ik later nog iets schrijven).

Sensatiezucht en kitsch
Op zoek naar ervaringen die het contact kunnen herstellen, neigen we naar nostalgie en grabbelen we in een reservoir van rituelen. De belevenissen die vroeger voor sociale cohesie hebben gezorgd, worden van stal gehaald om opnieuw betekenis te verschaffen. Maar het is een dunne lijn tussen het verlangen naar realiteit en sensatiezucht, tussen nostalgie en kitsch.

In mijn roman beschrijf ik het authentieke dorp Paradijssel, dat door een samenloop van omstandigheden een populaire toeristenlocatie wordt. Bezoekers zijn op zoek naar ‘het echte leven’, maar onder invloed van diezelfde bezoekers verandert het dorp juist in een oppervlakkige belevenisindustrie, een hyperrealiteit die uiteindelijk niets meer met het ware leven te maken heeft. Zo wordt het ritueel van de dorpsbruiloft van zijn betekenis ontdaan doordat het in een dagelijkse attractie veranderd. Ook het jaarlijkse IJsselfestijn verliest zijn waarde omdat het niet langer de overgang van herfst naar winter inluidt, maar iedere dag met de nodige bombarie wordt gevierd.

Alternatieve rituelen
Rituelen kunnen alleen iets aan ons leven toevoegen wanneer we erin geloven, ze begrijpen en weten hoe ze zijn ontstaan. Het simpelweg herhalen van een ceremonie en er een feest van maken heeft een tegengesteld effect. Een traditie als museumstuk zal de afstand tussen ons en de wereld alleen vergroten. Misschien is het dus vruchtbaarder naar alternatieven te zoeken om samen te komen, contact te maken en het leven te vieren. Om die reden denk ik dat een recent en ludiek initiatief als koekjesdag best navolging verdient. In Paradijssel vinden ze uiteindelijk ook een oplossing, maar die verklap ik nog niet. Aflevering 5: Tijd versus geld, de consumptiemaatschappij.