De chemie van moraliteit: empathie en sociale media

Voor mijn volgende roman, met als werktitel DT, heb ik de afgelopen weken artikelen gelezen over altruïsme en de redenen die mensen kunnen hebben om elkaar te helpen. Veel goede daden blijken bij nadere inspectie op één lijn te liggen met ons eigenbelang.

We komen bijvoorbeeld voor onze familieleden op vanwege de bloedband. Via onze genen zijn we voorgeprogrammeerd om onze naasten te assisteren. Ook schijnen we zeer getraind te zijn om de goede daden van anderen te onthouden: altruïsme is vaak op wederkerigheid gebaseerd. Westerse donaties aan liefdadigheidsinstellingen zijn wellicht niets anders dan schamele vergoedingen voor koloniale exploitaties.

Afgelopen week kwam ik een voor mij nog onbekende invalshoek tegen: de chemie van moraliteit. In zijn TED Talk vertelt Paul Zak over het hormoon oxytocin en hoe dat ons gedrag beïnvloedt. Oxytocin is een molecuul dat alleen in zoogdieren voorkomt en vooral bekend is om de rol die het speelt in de binding tussen moeders en pasgeboren kinderen. Maar de aan- of afwezigheid van oxytocin in het bloed blijkt het gedrag van mensen ook op andere gebieden te sturen. In diverse psychologische testen, waarin mensen economisch geprikkeld werden, is aangetoond dat je de betrouwbaarheid van anderen hoger inschat en zelf guller bent, wanneer je veel oxytocin in je bloed hebt. Testosteron heeft daarentegen het tegenovergestelde effect.

Volgens Adam Smith, grondlegger van de economie en moraalfilosoof, zijn mensen sociale dieren. Onder gewone omstandigheden doen wij een ander liever geen pijn, omdat we de pijn van die ander ook zelf kunnen voelen. Alleen psychopaten zijn immuun voor de emoties van anderen. Ik vermoed dat Smith het uiterst interessant zou hebben gevonden, dat het ‘bewijs’ van onze empathie misschien in onze biologie gevonden kan worden.

Maar wat moeten we met deze informatie doen? Paul Zak meent dat we zouden kunnen proberen de armoede te bestrijden door het ‘wereldniveau’ van oxytocin te verhogen. In welvarende landen bestaat er namelijk meer wederzijds vertrouwen dan in arme landen en wederzijds vertrouwen is goed voor de economie. Hij pleit er daarom voor het oxytocin niveau met het volgende middel op te krikken:  acht omhelzingen per persoon per dag. Regelmatig dansen schijnt ook goed te zijn, evenals erotische handelingen uitvoeren en sportmassages ondergaan. Verrassend genoeg noemt hij ook deze, wat minder fysieke activiteit: vrienden op sociale netwerken ontmoeten. Tien minuten twitteren kan je oxytocin in je bloed verdubbelen. Sociale media vergroten je empathie? Laten we het hopen.