Eeuwige kermis (2) – Authenticiteit

Kwade trouw
Het hoort niet bij mijn generatie, maar ik ben een kind van het existentialisme. Toen ik als puber las, dat je bestaan (existentie) vooraf ging aan wie je was (essentie) en dat je dus kunt kiezen wie je wílt zijn, raakte ik opgewonden. Zoveel vrijheid, zoveel mogelijkheden! Dat deze vrijheid ook een levenslange opgave was, begreep ik pas later. Een existentialist is verplicht zijn gedrag continu onder de loep te nemen, want kwade trouw ligt op de loer.

Kwade trouw? Of noem het zelfbedrog; het negeren van verantwoordelijkheid, het ontkennen van autonomie, het loochenen van vrijheid. Een excuus is gemakkelijk te vinden: ik heb geen ‘ja’ gezegd (maar ook geen ‘nee’), ik heb dat niet goed begrepen (weet je dat wel zeker?), ik kon niet anders (dat is in het Westen alleen in zeer uitzonderlijke situaties het geval). Het tegenovergestelde van kwade trouw is authenticiteit. Het morele ideaal van de existentialist is daarom een zelfbeschikkend individu dat eigenzinnige paden bewandelt en zich niet verliest in conventies en rolpatronen.

Rolpatronen
Natuurlijk zijn mensen geen eilanden. We groeien op in een gezin, samenleving en cultuur en worden door sociale relaties beïnvloed. Maar we hoeven ons niet door onze context te laten bepalen. We kunnen banden verbreken, verhuizen, een geslachtsoperatie ondergaan. Slaafse navolging is voor massamensen. De vrije mens streeft naar echtheid en originaliteit.

Toch ontkomt ook de vrije mens niet aan rolpatronen en kaders. Bij mijn moeder, ben ik haar dochter. Bij mijn man, zijn vrouw. Mensen spelen dagelijks tientallen rollen en het is lang niet altijd eenvoudig toneelspel van oprecht gedrag te onderscheiden. Is de beleefde winkeldame in werkelijkheid een arrogante trut of is ze een winkeldame geworden omdat ze graag vriendelijk is? En waarom lacht die nieuwkomer op dat feestje zo luid? Wil hij de aandacht trekken of is het oprechte vrolijkheid? Veel van die rollen zijn onschuldig – zo gaan we nu eenmaal met elkaar om – en we vermoeden dat er geen kwaadaardige motieven achter schuilgaan, want we weten dat we ons zelf ook wel eens vriendelijker of vrolijker voordoen dan we ons voelen.

Onverschilligheid
Maar er bestaan ook minder onschuldige rollen, die vooral de kop op steken wanneer het leven gecompliceerd is.  In een moreel ambivalente situatie kan vrijheid angst inboezemen. Want met vrijheid komt de mogelijkheid om foute keuzen te maken of foute standpunten in te nemen. Daarom zullen sommigen op die momenten hun eigenzinnigheid verruilen voor na-aperij: door anderen na te bootsen, verminder je je eigen verantwoordelijkheid. Maar door anderen na te bootsen, sta je niet langer achter wat je zegt en ben je dus niet langer authentiek. Het resultaat is onverschilligheid.

Als voorbeeld zal ik de hand in eigen boezem steken: ik beweer wel eens dat Wilders een grote boze wolf is, want dat klinkt leuk en dat roept iedereen, maar in werkelijkheid begrijp ik nauwelijks wie hij is en wat hij in onze politiek doet. Eigenlijk zou ik hem dus aan een onderzoek moeten onderwerpen om mijn kennishiaat te dichten, maar daar heb ik geen zin in. Of wat ik ook wel eens beweer: zoveel aandacht verdient die man niet. En daarom blijf ik hem een grote boze wolf noemen en mijd ik artikelen over hem. (#ikbeloofverbetering)

Geen geduld voor een onechte wereld
Maar wat heeft dit allemaal met die roman Eeuwige kermis te maken? Nou, mijn ervaring is dat de grens tussen schuldige en onschuldige rolpatronen verschuift op het moment dat je leven op zijn grondvesten schudt: bij de geboorte van een kind, het overlijden van een ouder, de ziekte van een partner. Dit soort ingrijpende gebeurtenissen maken het onmogelijk terug te vallen op vertrouwde reactiepatronen en omdat je geen tijd hebt om een nieuwe houding te vinden, reageer je onvervalst op wat je overkomt. Je raakt kwijt wie je dacht dat je was en vindt een puurder zelf dat je niet herkent.

Omdat je dit ook bij je naasten ziet gebeuren, valt het des te meer op dat de mensen buiten je intieme cirkel maar een stelletje acteurs zijn. Wat een neplui, die buren met hun goede bedoelingen, die stuntelig bloemen afleveren en een condoleanceriedeltje afdraaien. Wat een oppervlakkige collega’s die elkaar complimenten maken en ondertussen bij de koffiemachine de laatste roddels doornemen. Hoe kunnen mensen zo onoprecht zijn?

Geconfronteerd met de grote thema’s in het leven en daardoor tijdelijk bevrijd van je eigen zelfbedrog, heb je geen geduld meer voor een onechte wereld. Existentialist of niet, in die situaties hunker je naar authenticiteit. Daarom toont mijn hoofdpersoon Julia Hollander zo weinig tolerantie voor de eeuwige kermis in haar dorp. Wanneer een vader op sterven ligt, lijkt iedereen ter kwader trouw.  Aflevering 3: nostalgie, toerisme en hyperrealiteit.

Eeuwige kermis (1) – Het afscheid van een vader

Liefde en dood
Op 20 januari 2000 overleed mijn vader in zijn eigen bed, omringd door zijn vrouw, moeder en drie kinderen. Hij was al een aantal jaren ziek en sinds het voorjaar wisten we dat hij niet meer beter zou worden. Na de Kerst ging hij sterk achteruit en ergens begin januari kreeg ik het telefoontje dat ik het beste zo snel mogelijk naar huis kon komen.

Ik woonde in die tijd reeds in Parijs, al dacht ik toen nog dat mijn verblijf hier tijdelijk was. Onderweg in de trein opende ik het schrift dat ik in de haast had gekocht om mijn verwarring van me af te kunnen schrijven. Een paar dagen voor het telefoontje had ik een bijzondere man ontmoet en in korte tijd waren we intens verliefd op elkaar geworden. Terwijl het grijsbevroren winterlandschap aan me voorbij trok, noteerde ik: ‘Van het liefdesbed naar het bed van de dood. Hoeveel kilometers liggen daar tussen?’

Pathetisch natuurlijk, maar ik vergeef het mezelf. Verblind door liefde en verdriet kan het verzwaren van je eigen drama juist enig soelaas bieden.

De weg naar de woorden
In het huis van mijn vader schreef ik weinig. In het aanzien van zijn dood vond ik mijn woorden te banaal. De betekenissen die in die tijd aan alledaagse woorden als ‘arm’ en ‘sinaasappelsap’ kleefden, bleven onzichtbaar op het papier, alsof ik over een willekeurige ledemaat of een willekeurig drankje berichtte. Pas veel later vond ik mijn weg naar de woorden en pas na de publicatie van mijn eerste roman, in 2005, begon ik serieus aantekeningen te maken over zijn laatste dagen, ons afscheid en zijn euthanasie.

De farce
Het besluit er een roman van te maken kwam weer een aantal jaar later. I
k ging aan de slag met mijn jeugdherinneringen en mijn vaders rol in mijn leven, en al zijn die gegevens voor menig auteur voldoende om een boeiende autobiografie af te leveren, voor mij waren ze te mager. Dus groef ik dieper en uiteindelijk kwam ik terecht bij wat ik in mijn schrift ‘de farce’ had genoemd: mijn tolerantie voor onoprechtheid leek een dieptepunt te hebben bereikt en zelfs mijn beste vrienden vond ik bij vlagen oppervlakkig . Waarom zou je je druk maken over een cijferlijst of een mislukt verjaardagsfeest wanneer iedere dag van je leven de laatste kan zijn? Mensen met wie ik mij altijd graag had omringd, leken ineens alleen buitenkant en ik walgde van mijn eigen preoccupaties.

Waarom ervaarde ik dat zo? En wat had het te betekenen? Daarover wilde ik schrijven. En dus ging ik op zoek naar een verhaal waarin het contrast tussen echtheid en charlatanerie een hoofdrol speelde.  Aflevering 2: Authenticiteit.

Op 20 januari 2000 overleed mijn vader in zijn eigen bed, omringd door zijn vrouw, moeder en drie kinderen. Hij was al een aantal jaren ziek en sinds het voorjaar wisten we dat hij niet meer beter zou worden. Na de Kerst ging hij sterk achteruit en ergens begin januari kreeg ik het telefoontje dat ik het beste zo snel mogelijk naar huis kon komen.

Ik woonde in die tijd reeds in Parijs, al dacht ik toen nog dat mijn verblijf hier tijdelijk was. Onderweg in de trein opende ik het schrift dat ik in de haast had gekocht om mijn verwarring van me af te kunnen schrijven. Een paar dagen voor het telefoontje had ik een bijzondere man ontmoet en in korte tijd waren we intens verliefd op elkaar geworden. Terwijl het grijsbevroren winterlandschap aan me voorbijtrok, noteerde ik: ‘Van het liefdesbed naar het bed van de dood. Hoeveel kilometers liggen daar tussen?’

Pathetisch natuurlijk, maar ik vergeef het mezelf. Verblind door liefde en verdriet biedt het verzwaren van je eigen drama soms juist enig soelaas.

In het huis van mijn vader schreef ik weinig. In het aanzien van zijn dood vond ik mijn woorden te banaal. De betekenissen die in die tijd aan alledaagse woorden als ‘arm’ en ‘sinaasappelsap’ kleefden, bleven onzichtbaar op het papier, alsof ik over een willekeurige ledemaat of een willekeurig drankje berichtte. Pas veel later voelde ik me in staat over die gebeurtenissen te schrijven en pas na de publicatie van mijn eerste roman, in 2005, begon ik serieus aantekeningen te maken over zijn laatste dagen, ons afscheid en zijn euthanasie.

Het besluit er een roman van te maken kwam weer een aantal jaar later. Mijn eerste plan was om de nadruk te leggen op wat ik mijn gevoelsparadox noemde: de heftige emoties van mijn prille liefde botsten namelijk niet met de beladen sfeer thuis, maar intensiveerden die periode juist. Gelukkig besefte ik op tijd dat ik met die aanpak eerder een boek over mijn man zou schrijven dan over mijn vader en dat was niet de bedoeling.

Vervolgens ging ik aan de slag met jeugdherinneringen en mijn vaders rol in mijn leven, en al zijn die gegevens voor menig auteur voldoende om een boeiende autobiografie af te leveren, ik vond ze te mager. Dus groef ik dieper en uiteindelijk kwam ik terecht bij wat ik in mijn schrift ‘de farce’ had genoemd: geconfronteerd met de grote thema’s in het leven – dood, liefde, schuld – daalde mijn tolerantie voor frivoliteit en vond ik zelfs mijn beste vrienden bij vlagen oppervlakkig of zelfs berekenend. Waarom zou je je druk maken over een cijferlijst of een mislukt verjaardagsfeest wanneer iedere dag van je leven de laatste kan zijn? Mensen met wie ik mij altijd graag had omringd, leken ineens alleen buitenkant en ik walgde van mijn eigen preoccupaties.

Waarom ervaarde ik dat zo? En wat had het te betekenen? Daarover wilde ik schrijven. En dus ging ik op zoek naar een verhaal waarin het contrast tussen echtheid en charlatanerie een hoofdrol speelde. Later deze week aflevering 2: Authenticiteit, toerisme en hyperrealiteit.

Eeuwige kermis (0) – Waar gaat je boek over?

Samenvatten
Het is een doodnormale vraag van een geïnteresseerde lezer en toch is hij nauwelijks te beantwoorden: ‘Waar gaat je boek over?’

Ik vind het moeilijk tot vrijwel onmogelijk een roman van zeventigduizend woorden samen te vatten tot een paar zinnen of één thema. ‘Als ik het beknopter kon zeggen, had ik dat wel gedaan’, hoor ik collega’s vaak brommen. En zo is het. Maar wanneer je uitgever een brochure wil maken en de tekst voor de achterflap naar de drukker moet, word je als schrijver toch gedwongen een samenvatting te accepteren. Waar moet je dan de nadruk op leggen?

Twee verhalen
In de meeste romans zijn er minstens twee verhalen die gelijktijdig verteld worden; het A-verhaal waarin de meeste handelingen plaatsvinden en het B-verhaal, dat meer psychologisch van aard is en waarin de hoofdpersoon een ontwikkeling doormaakt. Moet mijn achterflap dus vermelden dat een documentairemaakster naar huis reist, ontdekt dat haar dorp een openluchtmuseum is geworden en actie onderneemt? Of moet ik juist onderstrepen dat het over een jonge vrouw gaat met intimiteitsproblemen, die wordt gedwongen afscheid te nemen van haar vader, die ze eigenlijk nauwelijks kent?

Thema’s en motieven
Toch is de veelheid aan verhaallijnen niet het enige probleem. Een boek evolueert ook nog eens tijdens het schrijven. Zo kan ik wel zeggen dat ik Eeuwige kermis ben begonnen met het idee een boek over de dood te schrijven en dat ik min of meer ben geëindigd met een boek over de liefde. Ook het feit dat deze roman behoorlijk autobiografisch is, compliceert de zaak. Voor mijn gevoel gaat Eeuwige kermis over euthanasie, maar tijdens het lezen van de zetproef zag ik in dat de roman inmiddels ook zonder dat thema een bestaansrecht heeft.

Om het boek waaraan ik jaren heb gewerkt in alle rust te introduceren, zal ik voorafgaand aan de publicatie hier een paar stukjes schrijven. Daarbij zal ik steeds een deel van de roman tot onderwerp nemen (al zijn alle thema’s en motieven uiteraard met elkaar verknoopt). Binnenkort aflevering 1: De dood van een vader.

Voor nu is er de achterflaptekst:

‘Julia Hollander reist de wereld rond om leugens te ontmaskeren. Wanneer haar doodzieke vader besluit uit het leven te stappen, keert ze halsoverkop terug naar haar geboortedorp Paradijssel.
Tot haar afschuw dreigt ‘het laagste dorp van Nederland’ een banale kruising te worden tussen een openluchtmuseum en een pretpark.
Julie probeert te redden wat haar lief is en leert met vallen en opstaan haar introverte vader kennen. Maar als ze beseft dat ze het dorp alleen kan helpen door leugens te vertellen, staat ze voor een dilemma: opgeven of vechten?’

Eeuwige kermis is een zoektocht naar liefde en authenticiteit in een gehaaste wereld.

Roman ‘Eeuwige kermis’

Eeuwige Kermis

Een zoektocht naar liefde en authenticiteit
in een gehaaste wereld.

“Er zijn twee manieren om in de hel te leven: erin ondergaan, zodat je eraan gewend raakt, of mensen herkennen die niet bij die hel horen en je samen verzetten.”

Julia Hollander reist de wereld rond om leugens te ontmaskeren. Met een camera op haar schouder toont ze de realiteit. Wanneer haar doodzieke vader besluit uit het leven te stappen, keert ze halsoverkop terug naar haar geboortedorp Paradijssel.

Tot haar afschuw dreigt ‘het laagste dorp van Nederland’ een banale kruising te worden tussen een openluchtmuseum en een pretpark.

Julia probeert te redden wat haar lief is en leert met vallen en opstaan haar introverte vader kennen. Maar als ze beseft dat ze het dorp alleen kan helpen door leugens te vertellen, staat ze voor een dilemma: opgeven of doorvechten?

Uitgeverij De Geus // ISBN 9789044516906

Voorpublicatie // Leesclubdossier // Achtergrond // Interview // Pers // Boekpresentatie