Schrijven en de Bourgogne

Schrijven op een péniche in de Bourgogne is op zijn zachtst gezegd een uitdaging. Eerlijk is eerlijk: voor mijn vertrek had ik niet goed over de mogelijke obstakels nagedacht. Ik nam aan dat er tenminste één kajuit zou zijn met een klein schrijftafeltje en meer had ik niet nodig.
Ik was vergeten dat:

–    Er alleen 220 Volt voor mijn laptop beschikbaar is als de boot in een haven ligt aangemeerd en het nu juist de kunst van de péniche kapitein is om in het wild langs de kanalen te overnachten.
–    Motorboten, in tegenstelling tot de zeiljachten die ik gewend was, een ronkende machinekamer hebben die het hele schip laat trillen.
–    De oudere kapitein van de boot een ander leefritme heeft, zodat je ‘s morgens niet-uitgerust opstaat en ‘s avonds niet-moe in je bed ligt.
–    Het in oktober op het platteland ’s nachts kan vriezen en de boot niet is uitgerust met centrale verwarming.
–    De kanalen van de Bourgogne om de paar honderd meter een sluis hebben en dat het passeren van een sluis hulp vereist van de bemanning, een groep waarvan je als opvarende automatisch deel uitmaakt.
–    Er alleen heet water is wanneer je dat op het gasfornuis kookt.
–    De ooit op zeewater geharde bikkel in mij in het comfortabele Parijs zo verwend is geraakt dat de geringste hindernissen als ontberingen worden ervaren.

Desondanks of wellicht dankzij deze ontberingen ben ik met een hoofd vol ideeën en een lading energie uit de Bourgogne teruggekomen. En natuurlijk met een flinke voorraad uitstekende wijn. Dit weekend wordt er weer volop geschreven.