Filosofiekalender 2003 (11)

‘Il n’y a pas de vision sans ecran.’  (Maurice Merleau-Ponty, Le visible et l’invisible, 1964) [‘Er is geen zien zonder scherm.’]

De mens heeft een gezichtsvermogen én een stoffelijk lichaam en is daarom een wezen dat zowel kan zien als gezien kan worden. Voor Merleau-Ponty, die de wereld interpreteert in termen van zichtbaarheid en onzichtbaarheid, is dit een cruciaal gegeven.
Alle dingen die uit ‘stof’ zijn gemaakt, zijn zichtbaar. En het menselijk lichaam is in deze filosofie van dezelfde stof gemaakt als alle andere dingen om ons heen. Alle ideeën zijn onzichtbaar.
Maar ideeën zijn wel aanwezig in de wereld, omdat ze zijn meegegeven met zichtbare dingen. En zoals wij alleen een ding kunnen oppakken, omdat we een zichtbare hand hebben, kunnen we ook alleen ideeën benaderen, omdat we een lichaam hebben. Het is in ons stoffelijk zijn, via ons lichaam,  dat we contact kunnen hebben met de dingen en via hen met dat wat niet zichtbaar is. Ons lichaam fungeert als een scherm om het onzichtbare op te kunnen projecteren. Zonder scherm zouden we niets kunnen zien.