Blok

Ik verlang naar de tijd waarin de woorden writer’s block naar een vage status verwezen, die werd veroorzaakt door een gebrek aan discipline, twijfel of algemene apathie en die alleen op anderen betrekking had.

Puzzelen

Stel je voor dat je een eerste hoofdstuk hebt geschreven, een eerste hoofdstuk dat je eerst maanden hebt uitgesteld, omdat je het niet tien keer wilde herschrijven en het dus in één keer goed moest zijn, en waarover je met veel trots op je blog hebt verteld. En stel je nu toch eens voor dat je op een dag naar je roman kijkt en ziet dat dat eerste hoofdstuk wel heel fantastisch is en mooi en zo, maar dat het totaal geen eerste hoofdstuk is en dat je, bij wijze van proef, het derde hoofdstuk ineens vooraan zet en denkt: zo klop het, dit is mijn roman en dat dat oorspronkelijke eerste hoofdstuk waar je zo trots op was, heel goed functioneert als vijfde hoofdstuk. (Herschrijven is ook puzzelen en het is heerlijk.)

Pauze

Geen nieuws op de site betekent: ik schrijf.
Natuurlijk schrijf ik in principe elke dag of in ieder geval elke week, maar op dit moment schrijf ik ook wanneer ik niet schrijf. Tijdens mijn wandelingen door Parijs, tijdens het snijden van een ui, tijdens het was ophangen: mijn gedachten blijven bij het boek. De echtgenoot verblijft tijdelijk in een studio in de buurt van Avignon, dus ook tijdens mijn avondeten is er niemand die mijn hoofd bij de realiteit betrekt. Zodra ik zelf weer begin te leven en mijn personages een stapje terug doen, meld ik me weer. Over een paar dagen, of een week, of zoiets.

EK

Mijn vierde roman, die in plaats van ‘P’ inmiddels ‘EK’ heet, is door mijn uitgever gelezen en goed bevonden. Dat wil zeggen: ik moet nog flink gaan herschrijven, want dit was de eerste, tamelijk ruwe versie, en de roman kan meer spanning gebruiken, is iets te efficiënt opgebouwd en vraagt om een verdieping van sommige relaties. Maar: het boek staat op poten en we hebben al voorzichtig gesproken over de publicatiedatum. De voorjaarsaanbieding was al gesloten (De Geus zet al hun boeken zeer zorgvuldig op) en indien ik deze zomer een roman in de winkel wilde hebben, moest het manuscript eind december wel klaar zijn. Dat was iets te snel. We hebben dus op de herfst ingezet, najaarsaanbieding 2011, half oktober: ik ga ervoor.

Papier

Op vrijdag stuur ik de eerste vier delen van mijn nieuwe roman naar De Geus. Vandaag heb ik alles uitgeprint om de hoofdstukken nog eens op papier te kunnen lezen – weinig computerwerk dus deze week. En weinig voorspelde regen. Die feiten samen kunnen een paar fijne sessies in het park opleveren: met papieren op schoot in de nazomerende zon. Het leven van een schrijver is zo slecht nog niet.

P.S.  de nieuwe Houellebecq is uit, maar heb even geen tijd er iets over te schrijven.

Verwarring

De schrijver en het personage. Onder geen beding mogen ze met elkaar verward worden. Voor wat een personage beweert, mag een schrijver niet terecht staan. De mening van de een komt lang niet altijd overeen met de mening van de ander.
Tegelijk weet iedereen heus wel, dat een personage ook oordelen in de mond krijgt gelegd die een schrijver niet zelf durft uit te spreken. Zo werkt dat in ieder geval bij mij. Op papier kan ik meedogenloos eerlijk zijn – in werkelijkheid zou ik anderen willen sparen. Of nog laffer: vrees ik de reactie van anderen.
Misschien ben ik om die reden schrijver geworden. Alleen in mijn romans durf ik met anderen te communiceren, hoe eenzijdig die communicatie soms ook lijkt.
Maar hoe eerlijker ik in mijn schrijven wordt, hoe moeilijker het is om vast te stellen wat ik zelf denk. Want ik overdrijf natuurlijk graag en laat mijn personages expres minder genuanceerd spreken dan ik zelf zou doen. Soms schrik ik werkelijk van de harde woorden die ik teruglees. Heb ik dat geschreven? En waarom dan? Omdat ik dat voel? Of omdat mijn personage dat voelt? Waar houd ik op en begint zij?

Roland Holst Huis – Bergen (22)

Mijn laatste dag. Wat zou er gebeuren als ik niet vertrek? Als ik de mensen van het fonds beleefd maar dwingend uitleg dat mijn roman nog niet af is en dat ik nog geen afscheid kan nemen van wat Jany zelf zijn ‘tweede huid’ noemde?
Ja, ze zouden me eruit zetten, desnoods met geweld. En het zou heel wat publiciteit opleveren, wat altijd welkom is. Maar de kans dat ik daadwerkelijk zou kunnen blijven is klein en de kans dat ik daarna nog een keer zou mogen terugkeren nog kleiner. Dus misschien is het een betere strategie om de boel netjes achter te laten en de mensen van het fonds te vragen: mag ik alsjeblieft alsjeblieft alsjeblieft nog een keer terugkomen?

Roland Holst Huis – Bergen (21)

De aanhoudende regen houdt me uit de duinen en achter mijn roman. Het is al weer een week geleden dat ik de zee rook. Misschien moet ik me niets aantrekken van een bui hier en daar, maar het vooruitzicht van nog meer kou schrikt me af – ik heb het hier in dit huisje al koud genoeg. Ik herinner mezelf er koppig aan dat het augustus is en weiger de verwarming aan te zetten. Ondertussen heeft het KNMI het gerust over 11 tot 14 graden. Bij mijn volgende bezoek aan de Nederlandse kust neem ik mee: zuidwester, kaplaarzen, wollen vest en waterdichte jas.
Gelukkig brak gisteren aan het eind van de dag de zon door zodat ik op de fiets naar het dorpje kon gaan om er de poëzie-avond in de Eerste Bergensche boekhandel bij te wonen. Er waren maar liefst drie dichters en een singer-songwriter die hun werk voordroegen en de winkel stond vol belangstellenden. Tsead Bruinja had naast uitstekende gedichten ook zijn Fries om de mensen mee te verleiden en Leine gebruikte natuurlijk haar stem en de gitaar – met succes, kan ik wel zeggen. Pim te Bokkel en Hélène Gelèns hadden enkel woorden en blikken om het publiek te bekoren, maar die doseerden ze beiden zo beheerst, dat de spanning en aandacht nooit verslapten.
‘Het is de stilte en het zwijgen,’ verklapte Pim mij later. ‘Mensen luisteren beter wanneer je niets zegt.’ Ik nam het ter harte; de volgende keer dat ik voordraag, zal ik een kort fragment kiezen en het traag en met grote gaten voorlezen. Met prachtige woorden gevuld, zette ik weer koers naar het huisje aan de Nesdijk.

Intermezzo (Tilburg)

Moeten we religies bestuderen om te begrijpen wie we zijn of wie we denken wie we zijn? Moet de politiek beter naar de wetenschap luisteren alvorens beslissingen te nemen of heeft de wetenschap te sterk haar eigen agenda? Zes op de tien Nederlanders vinden bezuinigingen op cultuur geen enkel probleem – hebben zij ongelijk?
Over deze en andere onderwerpen gingen gisteren drie knappe koppen op mijn alma mater met elkaar in debat; een theoloog, een wetenschapsfilosoof en een literatuurwetenschapper. Als een van de twee aanwezige alumni vertegenwoordigde ik de praktijk, al werd er uiteraard weinig over het schrijven van romans gesproken. Wel hadden we het over ethiek – waar haal je morele richtlijnen vandaan nu God voor velen in de samenleving dood is? (Het onderwerp van mijn eerste roman ‘De onfeilbare’)
Het zaaltje zat bomvol met bachelor studenten die overwogen een master cultuurwetenschappen te gaan volgen en ik was positief verrast door hun aandacht en kritische vragen. Deze generatie leek niet verlegen te zijn en gaat studeren vanuit oprechte interesse.
Uiteraard werd het debat besloten met enkele conclusies; zoals dat zowel de politiek als de wetenschap meer zouden moeten doen om samen te werken. Maar de vraag wat het verschil was tussen hoge en lage kunst, tussen literatuur en vermaak werd niet beantwoord – niemand durfde zijn handen aan een definitie te branden. Dat cultuur desalniettemin gesubsidieerd moest worden, daar waren we het denk ik wel allemaal over eens, maar goed, wij zaten daar dan ook in naam van die cultuur en diens wetenschap. Na een glas rosé of bier waren de plannen van Wilders gelukkig op slag weer vergeten.