Nederlandse Auteurs en Uitgevers op Boekenbeurs in China

Wat een commotie. Schrijvers in Beijing die gepikeerd een speldje weigeren, Amnesty die daar teleurgesteld over is, Theodor Holman die in het Parool de draak steekt met de weinig heldhaftige Nederlanders, Marcel Möring die zijn collega-schrijvers in de NRC met Shell vergelijkt, Grunberg die in De Volkskrant schrijft dat opportunisme en lafheid mensenrechten zijn, maar dat de camouflage van dat opportunisme immoreel is, Abdelkader Benali die juist voor de delegatie in de bres springt door zich op Facebook over Grunberg en Möring uit te laten, De Contrabas die het debat kritisch becommentarieert en Henk Pröpper die als directeur van het Letterenfonds de ‘missie’ in de Volkskrant (en op Facebook) nog eens ontvouwt. Het is maar een greep uit de reacties. Wat is er aan de hand?

Het probleem is volgens mij dat de verwachtingen van de thuisblijvers niet overeenstemmen met de motieven van de aanwezigen in Beijing.

Wij thuisblijvers zouden het namelijk fijn vinden wanneer onze Nederlandse collega’s eens flink tekeer zouden gaan in China. Lekker stennis schoppen. De waarheid roepen. Laten weten wat wij denken. De Chinezen laten voelen hoe fout ze daar zijn, met hun huisarrest en verboden. Want wanneer onze collega’s dit allemaal uitspreken, hoeven wij het niet te doen en kunnen we er toch van profiteren. Het zou Nederland weer eens goed in beeld brengen als een heldhaftige natie die voor mensenrechten vecht.

Maar waarom zijn de auteurs en uitgevers naar China gegaan? Om boeken te verkopen of om de censuur aan te kaarten?

‘Vanaf het begin hebben de Nederlandse auteurs die ons vergezellen helder uitgesproken dat het hun drijfveer was om China te leren kennen, schrijvers, journalisten en uitgevers te ontmoeten, en waar mogelijk ook in contact te komen met kritische (dissidente) auteurs en kunstenaars.’ (Henk Pröpper, de Volkskrant 3/9/2011). Dat klinkt als een eerlijk motief met realistische perspectieven en als mij was gevraagd hen te vergezellen, had ik niet geaarzeld en was ik meegegaan. Het verblijf is bovendien zorgvuldig voorbereid en in samenspraak met Amnesty International georganiseerd. Waarom dan toch zoveel commotie?

Omdat de auteurs geen speldjes wilden dragen. Omdat Chinese schrijvers (onverwacht?) huisarrest hebben gekregen. Omdat het ambivalent is zaken te doen met mensen die je op politieke en morele gronden zou willen verfoeien.

Misschien had de commotie voorkomen kunnen worden door nog duidelijker te zijn over de intenties: de delegatie is daar om contacten op te doen en boeken te verkopen, niet om Chinese leiders op hun beleid aan te spreken. De realiteit is alleen zelden zo zwart-wit, want ik geloof graag dat er in de wandelgangen toch veel is uitgesproken. En de weigering van het speldje dan? Tja, waarom zou je het niet dragen? Subtiel tonen waar je voor staat, is iets anders dan je gesprekspartner met felle bewoordingen aanvallen. Maar goed, dat is misschien makkelijk gezegd. In Parijs word ik nooit gevraagd een speldje van Amnesty te dragen.

Ik betwijfel  of ik zelf tekeer was gegaan, daar in China – stennis schoppen is zelden een effectieve manier om de dialoog te openen en gaande te houden. Of wie weet ben ik gewoon laf. Dat kan: ik zou zelf graag heldhaftiger zijn. Toch ben ik benieuwd wat de nu zo bekritiserende auteurs zullen doen wanneer ze, dankzij het grondwerk van deze delegatie, de komende jaren het verzoek krijgen hun werk in het Chinees te laten uitgeven.

Naschrift.
In De Volkskrant van maandag: Nederlandse schrijvers kritisch. In De NRC van zaterdag: Chinese schrijvers over de boekenbeurs. In De NRC van maandag Benali aan het woord. En het Letterenfonds publiceerde de reacties van de teruggekeerde Nederlandse auteurs.
Zojuist (6 september) verscheen dit artikel in De NRC, over hoe een officieel bezoek de vrijheid van dissidenten juist kan belemmeren.

Lady Gaga and the fascist

It was a fascinating evening last night at the Dutch Institute in Paris. Not at all what I had expected, but fascinating all the same. Or perhaps I should say: fascinating for the very reason that it delivered something I did not expect.

The debate about the role of art in society is an old one. As is the discussion about the difference between high and low culture. But current political developments in the Netherlands have placed these subjects back on the agenda. It’s not just the new government that wants to cut its art budget; a recent poll showed that nearly half of the Dutch people believe that too much public money is spend on culture. Time to defend the necessity of art – or more concrete: to defend cultural subventions.

Four invitees, two Dutch and two French, all men (Frédéric Martel, Rob Riemen, Harry de Winter and Marc Restellini) where seated behind a table, with Fouad Laroui moderating their discussion. The audience was promised a structured dialogue about elitism, the rise of populist politicians, the situation in the US, the commercial aspect of arts and the global competition. But as soon as the first speaker made his statement, we all sensed that everyone was too passionate about the importance of culture, to allow a calm dialogue along premeditated lines.

This first speaker was cultural philosopher (and president of the Nexus Institute)  Riemen, stating that the Dutch politician Wilders, who had been referred to as a populist, was better called by its proper name: a fascist. It should therefore not have surprised anyone that Wilders attacked our culture. All fascists hate culture, as they all hate democracy. To Riemen, high culture was necessary to ensure or at least facilitate political freedom – in line with Spinoza, he believed that art helped us to establish human values.

The second speaker was sociologist Martel who came to the conclusion, after his research that took place in thirty countries, that the distinction between high and low culture had more or less disappeared. Of course there was still a difference between Beethoven and Lady Gaga, but the difference between a dance performance and Japanese manga was a lot more blurry.

But there it was: the mentioning of Lady Gaga (or Lady What’s-Her-Name, for some). She would dominate the debate from here on.

Museum-director Restellini was rather black and white in his opinion of her. Lady Gaga represented nothing but money. She was a young girl, possibly without any talent, being exploited. This statement made television producer De Winter “speechless”, although fortunately it did not leave him without words. To him, Lady Gaga was a genius. And sure, she had a great marketing team, but that did not mean she wasn’t an artist. What we used to consider bad or low culture had changed: HBO television series from the US were important cultural products.

Without even blinking, Restellini then admitted to have never seen or heard anything from Lady Gaga. Still, he was sure that she did not represent art.

His avowal exposed an underlying problem, as his opinion on Lady Gaga was not based on Lady Gaga. It was based on what he had read about her. But according to Riemen, we no longer lived in a reality with intelligent free media to inform us, we lived in a mediated world, where mass media prescribed our opinions.

Needless to say, the men did not reach an agreement on the importance, danger, genius or superficiality of Lady Gaga, but they did deliver an animated discussion. The only thing I regretted was that no one dared to ponder the evidence surrounding them.

We were all present at a free debate in a heavily funded cultural institute (a representative of the so called high culture *), but the walls surrounding us were covered with large prints of famous fashion photographer Sasha. Now I don’t want to say anything negative about her work – she more than deserves this exhibition – but it made me wonder: can a fashion photographer enter the realm of  high culture or does the institute not care about the distinction between high and low anymore?

Except for Riemen, none of the speakers gave a clear description of what they believed culture was supposed to give us, but fortunately for me, I agreed with the one statement that was made early on: art is an instrument to help us establish our human values. So, could anyone looking at these large fashion photographs feel enhanced, liberated from a limited mindset or transformed? Perhaps. And this ‘perhaps’ is no doubt the reason for this photographer’s presence on these walls.

The distinction between high and low culture seems mostly vanished, but that does not mean that all culture is in danger of becoming plain entertainment. When confronted with something (a painting, a television series, a Lady Gaga video clip), we shouldn’t ask: is this high or low? We should ask: does this have the potential to give us something we don’t expect, to force us to think outside the box, to change us? And if the answer is ‘yes’ or even ‘perhaps’, then that something is worth defending.

March 10th 2011 // L’Institut Néerlandais (The Dutch Institut) // UN CRI POUR LA CULTURE (A CRY FOR CULTURE)

* Please read the response from Jeanne Wikler on this in the comments.

Den Haag

Rond de verkiezingen hield ik het allemaal nog wel bij, wat er in Nederland gebeurde. Je wilt toch niet op een dag thuis komen en aan iemand moeten vragen hoe die man met dat gele golfhaar aan de macht is gekomen. Het was natuurlijk ook spannend in die tijd. Val van het kabinet, politieke aardsverschuivingen, Cohen.
Ik heb het zelfs nog even gevolgd toen de formatiebesprekingen begonnen. Ik dacht: rechts zal niet lukken, dus krijgen we fijn paars plus. Maar zo ging het niet en ergens daar raakte ik mijn interesse kwijt. Want wat valt er nog te bespreken? Ineens gingen partijen met zichzelf in overleg, liepen mensen boos de deur uit of schreven afgedienden dreigende brieven naar hun voorzitters. Ik ga me dus ook niet bezighouden met wat de Koningin vandaag in  korte zinnen allemaal gaat zeggen, want zonder een kabinet dat erachter staat, zijn dat natuurlijk enkel korte zinnen.
Met andere woorden: ik heb het wel weer even gehad met Den Haag. Ik richt mijn blik op de wijnranken in mijn hofje waarvan de bladeren elke dag iets roder kleuren. Zodra er inhoudelijk weer iets te melden is, over Irak bijvoorbeeld of de bio-industrie, dan hoor ik graag welke partijen welke oplossingen voordragen. Maar tot die tijd: het is herfst in Parijs.

Conflict Minerals

Een goed leven leiden is niet gemakkelijk. Zeker niet omdat het woord ‘goed’ zowel een kwalitatieve als een ethisch verantwoordelijke component heeft.
Volgens Plato zijn die componenten aan elkaar gelijk. Wie aan lage lusten toegeeft, verziekt zijn ziel en raakt blind voor de Ideeën. Alleen met een zuiver geweten, kun je gelukkig zijn. Tegenwoordig geloven we meer in de uitspraak: ‘Brave meisjes komen in de hemel, brutale overal.’ Wie niet aan lage lusten toegeeft, laat het leven aan zich voorbij gaan.

Als vrij burger van een comfortabel land, dat met een geschiedenis van slavernij ook tegenwoordig nog noodlottigen exploiteert (zij het dan wat minder zichtbaar), is mijn besef van schuld behoorlijk ontwikkeld. En daarom ben ik (met vele anderen) uiterst gevoelig voor informatie die deze schuld kan verlichten. Of het nu gaat om hardhout van het Amazone gebied, wassen op dertig graden, proefdiervrije cosmetica of Max Havelaar bananen: ik weet wat de ‘goede’ optie is. En meer nog: meestal is die optie ook goed voor mij, of in ieder geval voor mijn gemoedsrust. Omdat het ethisch juiste niet in strijd is met de kwaliteit van mijn leven, is de keuze eenvoudig gemaakt.
Anders wordt het als ik naar mijn reizen kijk of naar mijn sportschoenen. Ik zou niet (of in ieder geval minder) moeten vliegen. Maar ik wil de hele wereld zien. Ik zou geen producten moeten kopen van merken die geen menswaardige fabrieksomstandigheden kunnen garanderen. Maar vrijwel alle sportschoenen komen uit Azië en vrijwel alle merken komen ethische problemen tegen in hun productieproces. Dus ik knijp een oogje toe en ik zeg: ik rijd geen auto, dus ik mag meer vliegen. En ik hoef alleen fairtrade kleren te kopen als die in de buurt beschikbaar zijn. Ergens vind ik de balans.
Maar wat als je niet weet dat je gedrag ‘verkeerd’ is? Diamanten zijn al jaren een No-Go-Zone, dat wist ik. (En wie dat niet weet kan de film Blood Diamond bekijken of deze site bezoeken.) Maar vanmorgen hoorde ik voor het eerst de woorden Conflict Minerals.  Had ik liggen slapen? Heb ik de boodschap bewust niet willen horen? Sinds wanneer is mijn mobieltje een soort diamant geworden? Is het mijn verantwoordelijkheid altijd van alles op de hoogte te zijn? Onmogelijk. Maar nu ik het weet, ga ik dan deze zomer geen iPad kopen? Of geloof ik stiekem dat ik geen enkele invloed heb op de oorlog in Congo?
Een goed leven leiden is niet gemakkelijk.

Politieke warboel

Gisteravond lag bij uitzondering mijn telefoon op tafel om tijdens het avondeten (wat in ons huis  na zonsondergang plaatsvindt en in de zomer dus na tien uur) de verkiezingsuitslagen te volgen. Mijn Amerikaanse echtgenoot die de afgelopen tien jaar toch wel het een en ander heeft meegekregen van de Nederlandse politiek, gaf toe dat hij nog steeds weinig van ons systeem begreep. Om wie ging de race nu eigenlijk, waar stonden de lijsttrekkers voor en wat zou er gebeuren als twee partijen exact even groot zouden worden? Mijn beperkte politieke kennis werd danig op de proef gesteld en een paar uur later trokken we deze conclusie:

‘Between the socialist party on the left and the crazy white haired guy on the right, we have a spectrum of about ten parties that mainly differ in opinion about socialism, christianity, capitalism, the environment, democracy and immigration. Progressive thought is found left and right (but not on the extremities) and the conservatives who believe in generalizing moral values ended up somehow in the middle. For people who are principally liberal, want to protect intellectual property, think factory farming should be banned and believe in more direct democracy, there is only one party: D66. But when the PvdA and the VVD would end up with the same amount of votes, the queen, who officially has no political power, would be asked to give her advice about what to do.’

Ik  ging slapen zonder de illusie dat ik mijn man had verlicht en vanmorgen was het allemaal weer een stuk begrijpelijker: 24 zetels voor de idioot. Daar ging deze verkiezing over. Wie zijn de mensen die op hem hebben gestemd? Ik kan alleen maar hopen dat de liberalen voor diep paars gaan.

China

Wanneer ik rondjes in het park ren, gaan mijn gedachten vaak alle kanten op. Richting roman of kort verhaal. Of richting belastingaangifte. Wanneer het me niet lukt mijn aandacht op iets te richten wat me interesseert, verzin ik soms een situatie waarin ik word geïnterviewd. Niet als heldin hoor of als wereldberoemde schrijver, maar gewoon als toevallige voorbijganger in een straatenquête .
Getver, zou je denken, nou inderdaad. In het echt vermijd ik zulke interviewtjes als de pest, maar wanneer ik ze zelf verzin, zijn ze blijkbaar boeiender.
Vanmorgen was het niemand minder dan een Michael Moore achtig type dat onderzoek deed naar de kennis die mensen hebben van de productiewijzen van hun kleding. Het gesprek ging als volgt:

Interviewer (I): Weet u wie uw T-shirt gemaakt heeft?
Ik (C): Nee. Ik weet wiens naam erop staat, maar ik weet ook dat de ontwerper de stof niet eigenhandig aan elkaar heeft genaaid. Het zal wel uit China komen.
I: Maar het is een Amerikaans merk, toch?
C: Ja, maar bijna alles komt tegenwoordig uit China, ook van de grote merken, behalve als je haute couture koopt, maar daar heb ik het budget niet voor.
I: Vind je het bezwaarlijk dat het uit China komt?
C: Ja. Je hoort zo vaak verhalen over uitbuiting. Volgens mij gaat het er in de meeste fabrieken niet zo menslievend aan toe. En zelfs als de wet niet wordt overschreden blijft de winst bij het Westerse merk hangen en worden de naaisters er niet rijk van.
I: Waarom draag je zo’n T-shirt dan?
C:  In mijn verdediging; dit kocht ik al weer jaren geleden, toen ik er nog veel minder mee bezig was en ik zoek tegenwoordig wel naar Fairtrade kleding, maar in Parijs is daar nog weinig van te vinden.
I: Dat is geen excuus.
C: Natuurlijk wel, maar misschien is het niet zo’n goed excuus.
I: Dan moet u met een beter excuus komen.
C: Misschien moet u wat minder hufterig zijn.
I: Ben ik hufterig omdat u een T-shirt draagt dat door slaven is gemaakt?

Op dat punt in het interview liep ik weg. Het is een slecht idee jezelf aan de tand te voelen over een onderwerp waar je eigenlijk nauwelijks iets van weet en waar blijkbaar een schuldgevoel aan verankerd zit.

Food Inc

Food Inc. is an Oscar-nominated documentary about the food industry of the USA. Anyone eating American produce should see it. I can also recommend it highly to anyone interested in freedom of speech, minority rights, corporate power, animal welfare, genetic engineering, health or Oprah Winfrey. It’s a one and a half hour film (cut up in ten parts) and it will be worth your time.

>> More about this film >>

Ratio versus God

Op de website Academic Earth worden videocolleges van onder andere Harvard, Berkeley en Princeton gratis beschikbaar gesteld. Uit nieuwsgierigheid naar de gang van zaken bij zo’n  beroemd instituut, besloot ik een college filosofie aan Yale te volgen. Ik had de keuze tussen Introduction to Political Philosophy en Death en koos voor Death.
De eerste aflevering begon met een bebaarde professor die in kleermakerszit op zijn eiken bureau zat. Dat beloofde wat. Maar voordat de man zijn wijsheid kon spuien, waarschuwde hij zijn studenten voor wat er komen ging. De professor had de cursus duidelijk eerder gegeven met niet altijd positieve feedback. Dit maal ging hij ervan uit dat de meerderheid van zijn studenten religieus was en wellicht gevoelig; wie niet wilde horen dat de mens geen ziel had, kon beter een andere cursus volgen. Hij vertelde hen onomwonden dat hij zelf niet gelovig was, dat dit college om rationele argumentatie draaide en dat hij geen bewijsgronden zou accepteren waarin God of de bijbel een rol speelden.
Ik vond het schokkend. Wanneer een professor filosofie aan Yale zijn studenten moet waarschuwen dat een wijsgerig college over de dood niet over de hemel gaat, is het conservatieve christendom werkelijk een bedreiging geworden voor de onafhankelijke geest.

P.S. In de zes cursussen literatuur die werden aangeboden, bleken bovendien twee cursussen te gaan over de interpretatie van het oude testament en het nieuwe testament.  Een derde behandelde Dante’s Purgatorio e Paradiso.

On Eating Animals

(Or ‘Why I am a vegetarian’ part 2)

eating-animals-foerThere are many books about eating meat, but few are written as witty as this one. If you want to know how meat is produced, read Eating Animals. If you want to stay ignorant and keep pretending you have never heard of factory farms, read no further. I believe Foer’s book was not written to make you a vegetarian, but to enable you to make informed decisions about your diet.

After reading Eating Animals from Jonathan Safran Foer I considered buying fifty or so copies and offer them as gifts to my friends and family. Not because I wanted everyone to become a vegetarian, but because this  book offers a wealth of information on factory farming and I felt everyone should have access to it. Most people know already that these factory farms (also referred to as meat factories) cause animals to suffer, but that’s not all: this way of meat producing is a threat to personal health, general health and the environment.
Ultimately, financial restraints and the fear of being pedantic made me change my mind. The best next thing was to encourage people to read the book by writing about it on my blog.

Like Jonathan Safran Foer, I have been an on-and-off vegetarian for years. As a child it never occurred to me there could be anything wrong with eating meat, but when I met vegetarians, heard stories, spoke to doctors and did my own research, it became an issue in my life. Whose side should I be on; the meat defenders or the vegetable freaks?

With all the information in Eating Animals about viruses, bacterial infections, torturing and toxic pools of shit, it wasn’t difficult anymore to pick my side. (For the information I am referring to: please read the book.)
Of course it is never too smart to trust the facts from one side only, but Foer quotes many different sources and I am convinced that what he writes is true. Not even the meat industry people are denying his facts – they are just denying that these facts should matter. But to me, they do matter and they matter so greatly that I hope I’ll never eat factory meat, dairy or eggs again and others will act alike.

To avoid any confusion: I am not arguing that animal rights should be our number one priority in saving the world, but I hate it when meat defenders say: ‘So many people are suffering – we can’t afford to waste our concern on animals.’
First of all: the issues are very much related. If the West would consume less meat, there would be more grains left to feed people who are hungry. Secondly: there is not much I can do in my daily routine to help cure Malaria – but I can do something to minimize animal suffering: I can stop eating factory meat.

Anyone thinking about giving up meat will wonder why humans eat animals to begin with. I came up with this:
1.    Because we were designed to eat animals (look at our teeth!). Sure, as a last resort. When there is nothing else to eat, even cannibalism is acceptable to survive. But when you have enough highly nutricious vegetarian food – why bother?
2.    Because we need animal protein. As a matter of fact: we don’t. Children excepted, we don’t even need dairy. Much research has been done and the only thing contemporary vegans might lack is Vitamin B12 – eating yeast will take care of that (or for vegetarians, eating eggs and organic cheese.)
3.    Because animals exist so we can eat them. Anyone who would truly believe that, shouldn’t protest when cats and dogs are being eaten too.
4.    Because it tastes good.

Well, I’m not sure about you, but the combination of my own health, the global environment and the wellbeing of animals, is more important to me than taste.

Foer published his book on the meet industry just before Thanksgiving – probably not a coincidence. On this American holiday, 45 million factory turkeys are being eaten and I assume Foer’s most modest expectation was, that those who read the book would at least think about what they were eating this year. I leave this small text here, just before Christmas, not to judge,  but in the hope to inspire the same type of reflection.

PS 1. I have not tried to write a review. I just wanted to raise the topic of eating animals and to make people aware of the existence of this book. More critical notes on the way this book was written and constructed can be found here: The Newyorker / New York Times / LA Times.

PS 2. Ik heb dit stukje in het Engels geschreven, omdat ik Foers boek in het Engels las en ik vooral met niet-Nederlandstaligen over dit onderwerp heb gesproken – voor wie moeite heeft deze tekst te begrijpen: ik raad het boek Dieren Eten van Jonathan Safran Foer van harte aan.

Vegetarisch

Laat ik er maar eens een stukje aan wijden, want mensen vragen het me vaak: waarom ben je vegetariër?
Soms vragen ze het met een valse glimlach waarin dedain ligt verscholen of met een beschuldigende blik op mijn leren laarzen, alsof iemand die geen vlees eet dubbel zo zondig is om het vel van een beest te dragen. De manier waarop het aan me gevraagd wordt, geeft me vaak het idee dat ze denken het antwoord al te kennen: vegetariërs eten geen vlees omdat ze het zielig vinden voor het geslachte dier.
Het is een hardnekkig misverstand dat alle vegetariërs mensen zijn met een overschot aan medelijden. En het is eveneens een misverstand dat alle vegetariërs hun eetwijze aan de rest van de wereld willen opdringen. Hierbij een persoonlijk en gedetailleerd antwoord om een beetje van die hardnekkigheid weg te beitelen.

Ik eet overwegend vegetarisch omdat ik in het algemeen meer van groenten en granen houdt dan van vlees of vis. Dit vindt men meestal moeilijk te geloven. Want hoe smaakt witlof zonder ham? Stamppot zonder spekjes? Paella zonder kip? Vleeseters kunnen zich soms moeilijk voorstellen hoeveel smaak verse, goede, biologische producten hebben, omdat ze groenten vaak alleen als detail beschouwen, zo goedkoop mogelijk aanschaffen en geloven dat even koken in water genoeg is. Maar gooi een taaie runderlap maar even in kokend water en eet het zonder boter, saus of zout. Lekker is dat evenmin. De smaak van gerechten zit ‘m in de kwaliteit van de producten en de expertise waarmee ze bereid worden. En van een Kamut pasta met gegrilde groenten, geroosterde pijnboompitten en zongedroogde tomaten geniet ik meer dan van een stukje varkensfilet met gekookte aardappelen. Kwestie van voorkeur.

Ik eet overwegend vegetarisch omdat ik graag gezond leef. Zodra iemand met kanker wordt gediagnosticeerd raadt de arts hen een (overwegend) vegetarisch dieet aan. Waarom? Omdat een overschot aan dierlijk eiwit het natuurlijk herstellend vermogen van ons lichaam tegenwerkt. Omdat vlees er soms een week over kan doen om te verteren en hoe langer voedsel in je darmen blijft, hoe meer kans er is op de ontwikkeling van schadelijke bacteriën. Waarom pas ‘herstellend’ gaan eten als je ziek bent? Ik beweer niet dat het voor iedereen het gezondste is om geheel vegetarisch te eten. Er zitten juist ook veel goede en noodzakelijke stoffen in (orgaan)vlees en vette vis. Ik zeg alleen: ik eet geen dagelijkse biefstuk om dezelfde reden als dat ik geen dagelijkse slagroomtaart eet. Over de slechte invloed van suiker op het menselijk lichaam moet ik een andere keer maar eens iets schrijven.

Ik eet overwegend vegetarisch omdat ik de huidige vleesproductiemachine, ook wel bio-industrie genoemd, een milieuschadelijk, wreed en ongezond systeem vind. Wanneer een kok mij in de Zwitserse Alpen een keer per jaar een ree aanbeveelt, die hij onlangs legaal heeft geschoten, eet ik misschien een reebiefstuk. Wanneer een boer mij in Normandië een keer per jaar een lam aanbeveelt, dat buitendijks op het gras is opgegroeid, eet ik misschien een lamsbout. Maar wanneer de lokale supermarkt mij een ondefinieerbaar lapje aanprijst, verpakt in doorschijnend plastic en afkomstig uit een fabriek waar het naar hormonen en antibiotica stinkt, zeg ik: nee dank u. Ik heb niets tegen vleeseters, tegen producten van leer, tegen het doden van een dier om je gezin te voeden. Ik heb alleen iets tegen het energieslurpende fokken van vee en tegen de weg waarop het vlees ons bord bereikt. Een boycot als een vorm van protest.

Samengevat: vegetariërs van tegenwoordig zijn niet uitsluitend hippies die op de Partij voor de Dieren stemmen. Overwegend vegetarisme hoort voor mij net zo bij een bewuste levensstijl als het scheiden van afval of het gebruik van openbaar vervoer. Het is niet noodzakelijk, het is niet verplicht, maar sommigen voelen zich er nu eenmaal lekkerder bij.