Filosofie Scheurkalender 2010 (19)

9789085712169‘Voor ons mensen is ons eerste gebod: er moet iets gebeuren.’ (Chuck Palahniuk, Haunted, 2005)

In de roman Haunted van Chuck Palahniuk laat een groep mensen zich vrijwillig opsluiten om onder begeleiding een meesterwerk te schrijven. Maar het verblijf valt tegen en de inspiratie blijft weg. Wanneer de verveling begint en de deur naar de buitenwereld gesloten blijft, beseffen de wannabe schrijvers dat ze de meeste kans maken op een pakkend verhaal als ze hun verblijf in de retraite wat spannender maken.
Er moet iets gebeuren. Er moet iets verschrikkelijks gebeuren. Alleen met een opzienbarende gebeurtenis kunnen ze na afloop hun overlevingsverhaal vertellen en zullen ze op slag beroemd zijn. Omdat er naar hun zin te weinig gebeurt, scherpen ze hun plot eigenhandig aan. Etensvoorraden worden vernietigd, toiletten verstopt en uiteindelijk hakken ze hun eigen vingers af, om maar te kunnen vertellen dat hen iets ergs is overkomen. Volgens de organisator van de retraite is het allemaal voorspelbaar. Oorlogen ontstaan ook vanuit ons eerste gebod: er moet iets gebeuren.

Burgerlijke ongehoorzaamheid

Op een niet zo’n zonnige, maar warme middag, bevond ik mij op een terras met een literatuurwetenschapper & filosofe die zojuist gepromoveerd was. In de weken ervoor had ik haar proefschrift L’ intrigue dénouée gelezen waarin ze onder andere de rol van literatuur in onze huidige maatschappij onderzocht. We hadden genoeg aanknopingspunten voor een interessant gesprek, want met de populaire roep om meer engagement aan de ene kant en de onwilligheid van veel contemporaine schrijvers om aan die oproep gehoor te geven aan de andere kant, blijft de verantwoordelijkheid van de auteur een vraagstuk dat me bezig houdt.

De kersverse dr. beargumenteerde, onder het genot van een chardonnay, dat literatuur een subversieve potentie had, dat het een broodnodige ruimte vormde buiten de hegemonie van het politieke discours. Het was volgens haar een plaats waar men uitspraken kon doen die niet meteen serieus genomen hoefden te worden en die juist daarom meer konden tonen dan andere uitspraken. Literatuur was burgerlijke ongehoorzaamheid – het kon ontwrichtend zijn.

Als schrijver vond ik dat uiteraard prettig om te horen. Een roman wordt misschien zelden geschreven met de intentie om de wereld te veranderen, maar dat een roman de realiteit wel degelijk kàn beïnvloeden is een welkome boodschap. Literatuur is een spel, een knipoog, een onafhankelijke en belangeloze kunstvorm en tegelijk kan het zoveel meer zijn dan dat.

Het werd allemaal nog interessanter toen we het slot van haar proefschrift ter sprake brachten. Want volgens haar lag  de verantwoordelijkheid voor dat surplus niet per se bij de auteur. Het waren juist de lezers die verantwoordelijk waren voor de literaire ruimte. Een tekst had namelijk alleen een subversieve potentie als het als literair herkend werd. Alleen door een tekst kunst te noemen en als literatuur te lezen, kon het buiten het politieke discours staan.

We bestelden nog wat wijn en keken naar de Parijzenaars die voorbij liepen. Een groep meisjes die de vrijgezellendag van een van hen vierde, trok mijn aandacht. Met opzichtige gebaren dwongen ze een brandweertruck om te stoppen en even later klommen ze met veel gegiechel aan boord. Ik dacht aan een te kleine keuken aan de andere kant van Parijs die op dat moment in brand vloog. En ik dacht aan het alwetende oog van de schrijver die de twee gebeurtenissen verbond. Zowel het gevaar als de redding bestond alleen als je ernaar keek.

Filosofie Scheurkalender 2010 (18)

9789085712169‘Deze wereld is rechtvaardig noch onrechtvaardig, zoals ook een loterij of roulette niet rechtvaardig is of onrechtvaardig, alleen maar toevallig, willekeurig, grillig en onbegrijpelijk voor wie een verklaring zoekt voor zijn verlies.’ (Arnon Grunberg, De mensheid zij geprezen, 2001)

In het ironische essay De mensheid zij geprezen, Grunbergs versie van de Lof der Zotheid van Erasmus, is een advocaat aan het woord die de mens verdedigt tegen alle aanklachten die eeuwenlang tegen hem zijn ingediend. De advocaat geeft toe dat zijn cliënt niet deugt, maar probeert te bewijzen dat dit niet de schuld is van de mens.
Een van de voornaamste problemen is dat de mens geen rechtvaardigheid kent. In een wereld waarin het goede wordt beloond en het slechte wordt gestraft, wordt de mens aangespoord het goede te doen. Maar in een wereld die willekeurig is en daardoor onbegrijpelijk, maakt het niet uit hoe je je gedraagt. De mens wordt geleid door jaloezie, haat en begeerte. En wie onverdiend pijn lijdt, wil dat iedereen pijn lijdt. De wandaden van de mens zijn gezien de omstandigheden dus goed te begrijpen. En te verdedigen.

Filosofie Scheurkalender 2010 (17)

9789085712169‘De schrijver had de keuze tussen zwijgend wachten op betere tijden of een modus vivendi voor zichzelf vinden.’ (J. Bernlef, Publiek Geheim, 1987)

In een van Bernlefs bekendste romans, Publiek Geheim, schrijft hij over artistieke dilemma’s in het communistische oosten van Europa. Schrijvers wilden dat hun werk gepubliceerd werd en worstelden met de vraag op welk punt voorzichtigheid in zelfcensuur omsloeg.
Een schrijver kon zwijgen of tactisch handelen. Voor wie bleef schrijven, was de dubbelzinnigheid van de taal een redding: het was mogelijk tussen de regels door te schrijven, het ene te zeggen en het andere te bedoelen. De taal bood een vrijheid die zelfs door de strengste censor niet aan banden gelegd kon worden.
Volgens Bernlef veroordeelden westerse schrijvers hun oosterburen iets te gemakkelijk voor hun gebrek aan protest. Het was geen zwakheid en geen fout in hun karakter wanneer oosterse schrijvers bleven schrijven en zich aanpasten. Zonder aanpassing was schrijven niet meer mogelijk en aan zwijgende auteurs en verboden boeken had niemand iets.

Filosofie Scheurkalender 2010 (16)

9789085712169‘Wij kunnen ons nooit zoveel toekomst voorstellen als we verleden hebben.’ (Cees Nooteboom, Allerzielen, 1998)

De roman Allerzielen van Nooteboom begint met een woord, dat op het moment zelf niet genoemd wordt en zich toch in de gedachten van zowel hoofdpersoon als lezer vasthaakt: geschiedenis.
De documentairemaker Arthur Daane wandelt door Berlijn, een stad die zich volgens hem alleen laat kennen door er eindeloos in rond te dwalen. Soms ontmoet hij zijn intellectuele vrienden in een restaurant voor een portie ouderwetse Duitse worst en soms ontmoet hij een intrigerende vrouw met een litteken.
Het verleden van Arthur, van de stad en van de mensen om hem heen, weegt zwaar op het heden, zo zwaar dat gedachten aan de toekomst nauwelijks van de grond komen. De wereld lijkt niets anders te zijn dan één grote referentie, een verzameling aan verwijzingen naar goden, oorlogen en liefdes. En als Arthur aan het slot van de roman, door naïeve nieuwsgierigheid gedreven, zich op de toekomst richt, blijkt het lot hem niet gunstig gezind. Door een brute overval op straat komt hij zo dicht bij de doden te staan, dat hij eindelijk accepteert zijn eigen doden voor altijd bij zich te dragen.

Filosofie Scheurkalender 2010 (15)

9789085712169‘God tutoyeren was een misverstand geweest.’ (Esther Gerritsen, De kleine miezerige god, 2008)

In de derde roman van Esther Gerritsen volgen we de gedachten, handelingen en angsten van Dominique, een jonge vrouw die onlangs naar Amsterdam is verhuisd.
Als dramatherapeute werkt zij dagelijks met neurotische personen, maar ze weigert zichzelf met een kritische blik te bekijken en haar schuldcomplexen te analyseren. Omdat ze toch een getuige nodig heeft, iemand die haar leven volgt, zoekt ze voortdurend de blikken van anderen. En op een stille en eenzame dag spreekt ze uit het niets god aan. Zonder hoofdletter. Want god moest wel vertrouwd blijven.
Vanaf die dag leeft Dominique met een onzichtbare god om zich heen die ze tutoyeert en aanroept als ze hem nodig heeft. Maar wanneer haar leven ongelukkige wendingen neemt, merkt ze dat een kleine miezerige god haar niet kan redden of helpen. Hij kan enkel toekijken. En pas dan realiseert ze zich dat het een misverstand was om hem te tutoyeren. God laat zich niet tutoyeren. En wie het toch probeert, krijgt een onmachtige god op zijn bord, die lui toekijkt hoe alles misgaat.

Filosofie Scheurkalender 2010 (14)

9789085712169‘Iedereen is er met een bepaald doel, dacht ik. En toen: Ja? Is dat zo? Is iedereen er met een bepaald doel?’ (Marcel Möring, Bederf is de weg van alle vlees, 1994)

Hoofdpersoon in de novelle Bederf is de weg van alle vlees is een jongen die als ober in een restaurant werkt. Op een morgen komt tweehonderd kilo vlees met onduidelijke herkomst het restaurant binnen en worden alle obers geïnstrueerd zoveel mogelijk biefstukken te verkopen. De hoofdpersoon doet wat hem wordt opgedragen en stelt geen vragen – voor hem is dit leven een spel, een tijdelijke verlossing uit zijn verveling. Hij moest toch iets doen sinds hij bij de kunstacademie is weggaan.
Zijn houding verandert als hij beseft hoe belangrijk het restaurant voor de anderen is; voor de kok, de serveerster en de bordenwasser is dit het enige leven dat ze hebben. Uit onvermogen zijn eigen leven richting te geven, begaat hij een dramatische daad: in de keuken van het restaurant giet hij flessen afwasmiddel en chloor leeg over het dubieuze vlees in de vriezer. Daarna heeft hij voor het eerst het gevoel dat hij iets heeft gedaan wat gedaan moest worden.
Maar de vraag of dit zijn doel was in het leven blijft onbeantwoord; de hoofdpersoon is er allerminst van overtuigd dat ieder mens er met een bepaald doel is. Zoals de meesten leeft hij simpelweg zijn leven in de vage hoop het antwoord op zijn vragen ooit te zullen vinden.

Filosofie Scheurkalender 2010 (13)

9789085712169‘Zonder verhaal is er geen schuld.’
(Margaret Atwood, Payback, 2008)

In de tot een boek omgevormde serie lezingen getiteld Payback, verkent Atwood de geschiedenis van ons begrip ‘schuld’. Hoe en waarom is ons systeem van lenen en terugbetalen ontstaan?
Atwood gaat ver terug in de tijd, vergelijkt verschillende culturen en concludeert dat schuld uitsluitend kan bestaan, omdat wij een aangeboren gevoel van rechtvaardigheid hebben. Niet iedereen gedraagt zich eerlijk, betaalt zijn schulden terug of vraagt redelijke rentevergoedingen, maar iedereen begrijpt dat wie een klap verkoopt, een klap terug kan verwachten.
Toch zijn we er nog niet met een gevoel van rechtvaardigheid. Het concept ‘schuld’ veronderstelt ook een geheugen. Zonder een goed geheugen of een boekhouder die alles op papier zet, zullen schulden vergeten worden en daarmee ophouden te bestaan. Iedere schuld heeft een verhaal, een plot waarin verteld wordt wie jij bent, wat je van wie geleend hebt en onder welke voorwaarden. Zonder dat verhaal bestaat de schuld niet.

Filosofie Scheurkalender 2010 (12)

9789085712169‘Het gerechtshof wil niets van u. Het ontvangt u wanneer u verschijnt en het laat u weer gaan wanneer u vertrekt.’ (Franz Kafka, Der Prozess, 1925)

In Het Proces raakt hoofdpersoon Josef K. verstrikt in een ondoorgrondelijk rechtsysteem. Op een dag wordt hij zonder aanleiding onder huisarrest gezet in afwachting van zijn proces. Hij weet niet waarvoor hij wordt aangeklaagd, maar overtuigd van zijn onschuld gaat Josef K. de strijd met het gerechtshof aan.
Hij komt terecht in een absurde wereld waarin alles bepaald wordt door onzichtbare rechters en de overal aanwezige bureaucratie. Trots probeert hij zich staande te houden, maar geleidelijk beseft hij dat er niets van hem verwacht wordt. Het gerechtshof wil helemaal niet dat hij zichzelf verdedigt, het wil alleen dat hij op gezette tijden komt en op gezette tijden weer vertrekt. Pas wanneer hij merkt dat zijn inspanningen geen enkel effect hebben op zijn proces, geeft hij het op en laat hij zich als een mak lam naar de slachtbank leiden.
Het gerechtshof – of het leven – wil niets van de mens. Je wordt geboren en je gaat weer dood, meer wordt er blijkbaar niet van je verwacht.

Filosofie Scheurkalender 2010 (11)

9789085712169‘Musicale creatie aan de ene kant, een machine om te kwellen en vernederen aan de andere kant: het beste en het slechtste waartoe mensen in staat zijn.’ (J.M. Coetzee, Diary of a bad year, 2007)

De Nobelprijswinnaar Coetzee vindt in iedere roman een manier om zijn engagement te tonen en tegelijk een spannend verhaal te vertellen. In Diary of a bad year laat hij een alter ego aan het woord, een ouder wordende schrijver die verliefd wordt op een sensuele jonge vrouw die in zijn appartementencomplex woont. De schrijver werkt via een dictafoon aan een boek, dat de jonge vrouw uittypt en de lezer van deze roman te lezen krijgt.
In dat boek geeft hij zijn mening over terrorisme, Guantanamo Bay en nationale schaamte. De schrijver vindt het buitengewoon dat de Verenigde Staten martelingen toepast en dat niet meer Amerikanen zich de ogen uit hun kop schamen vanwege het beleid van hun overheid. Hoe kunnen zij de eer van hun land redden? Door zelfmoord? Door het wanstaltige regime te vermoorden?
Misschien kan de eer van Amerika alleen gered worden door het tegengestelde op te roepen: trots. Misschien moet men iets doen wat een hernieuwde trots op de Verenigde Staten kan rechtvaardigen: een symfonie schrijven bijvoorbeeld, die ieders hart en ziel beroert. Want de mens is tot het slechtste in staat, maar ook tot het beste.