Wat is er mis met een citroen?

Vanmorgen op de markt was ik het onderwerp van een ruzie. Het ging heus niet alleen over mij, er bestonden vast al spanningen en hoog opgelopen irritaties, maar ik was de spreekwoordelijke druppel.
Omdat het niet druk was, of misschien vanwege mijn vriendelijke lach, werd ik tegelijkertijd door twee kooplui van dezelfde kraam aangesproken. Ik moest kiezen en nam de oudste, die het minst flirterig terug lachte.
Zonder problemen kocht ik mijn bananen en tomaten, maar bij de broccoli ging het mis. De oudere man pakte een stronkje in, dat door de jongere man hoofdschuddend werd uitgepakt: voor deze mademoiselle hadden ze versere groente, die nog in het busje lagen. Ze ruzieden in een taal die ik niet verstond met als resultaat dat ik een felgroene broccoli in mijn tas kon stoppen. Vervolgens kocht ik mijn avocado’s en uien en ieder stuk werd met geduld en aandacht geselecteerd.
Na het afrekenen gaf de oudste me een citroen cadeau en dat had hij nou niet moeten doen. Imbeciel! Gestoorde! Eikel! Of zoiets, want de woorden werden opnieuw uitgesproken in die voor mij onbekende taal. De jongste vervolgde in het Frans: je geeft zo’n meisje toch geen citroen! Wat zal ze niet van ons denken? Een perzik, moet je haar geven of een bakje druiven. Excuses mademoiselle, mag ik u wat vijgen aanbieden? Terwijl ik het fruit aannam, droop de oudere af. Wat is er mis met een citroen, vroeg hij zich af.