Vakantie 2011 (1)

Week 1
Heb je het water afgesloten? De taxi neemt deze route anders nooit – zo doet hij er veel te lang over. Jij hebt mijn instapkaart, toch? Help me onthouden dat ik volgende keer geen broek met een riem aantrek als ik moet vliegen, dat gedoe ook altijd. De kamer is wel wat kleiner dan ik had verwacht en ze hebben niet eens ontbijt. Waarom gaan die mensen pal naast ons liggen – het hele strand is nog vrij! Schiet op, anders missen we het bootje en dan moeten we weer een uur wachten. Nee, ik wil niet zomaar ergens eten, ik wil dat we in het beste tentje op het eiland eten, want mijn vakantiedagen zijn schaars. Heb jij ook de hele nacht wakker gelegen van het gezoem van die koelkast?

Week 2

Laten we nog een fles water kopen, anders hebben we onderweg zo’n dorst. Er is een bus om elf uur en om half een, mij maakt het niet uit, maar de laatste terug is om half zeven. Zie je dat stelletje daar, nog helemaal wit, die zijn vast net aangekomen. Wat wil je voor lunch, weer zo’n Griekse salade of liever een dakos of een fava? Mijn dromen worden steeds intenser hier, heb jij dat ook?

Week 3

Dit is veruit het beste zeewater waarin ik ooit gezwommen heb. Zand of kiezels, ze hebben allebei hun voordelen. Kijk eens naar die aders in het marmer, stenen kunnen echt beeldschoon zijn. Ik neem maar weer eens een duik. Je bent net een geit, zoals je over die rotsen klautert, maar wel een heel sexy geit. Fijn, een stuk brood van gisteren, zo hoeven we ons niet eens aan te kleden. Hoeveel zonsondergangen hebben we inmiddels al gezien – ik ben de tel kwijt.