To fawn

Wie zijn of haar Engels wil opvijzelen doet er goed aan af en toe een Brits woordenboek te lezen.

Gisteren, toen mijn man artisjokken stond te stomen in de hogedrukpan, nam ik de F in de Oxford Advanced Learner’s Dictionary tot mij. Ik voegde de prachtigste woorden toe aan mijn vocabulaire: farrago, fastidious, Fallopian tubes.

Maar ik leerde ook woorden voor begrippen die mij onbekend waren. Zoals ‘fetloch’, de gangbare naam voor de metacarpofalangeale en metatarsofalangeale gewrichten van paarden. Ook werd ik onderwezen in de menselijke psychologie, want de betekenis van het werkwoord ‘fawn’ verklapte veel over het soort aardbewoners dat woordenboeken leest en schrijft.

To fawn: proberen bevestiging te zoeken door het overmatig prijzen van anderen. Of kortgezegd: anderen kruiperig vleien.

Vanavond weer een letter.