Stilte

Het is stil in Parijs. Behalve de toeristen, die op voorspelbare plaatsen samendrommen, en de bewoners van de banlieu, die van Paris Plage genieten, is de stad verlaten. In mijn straat zijn de winkels en cafés tot het einde van de maand gesloten.
Ik geniet ervan, want de drukte van een grote stad is vermoeiend. Ruzies op straat, toeterende auto’s, ongeduld en frustratie. Af en toe vraag ik me af of ik niet beter naar het platteland kan verhuizen. Naar het verfrissende Bretagne, het dromerige Toscane of de geurige Provence. Ik kan er altijd vol inspiratie en zonder afleiding schrijven.
Zal ik de restaurants missen? De concertzalen? De bioscopen? Voor iemand die zelden haar huis verlaat en dus nauwelijks gebruikt maakt van alles wat Parijs te bieden heeft, lijkt het antwoord ‘nee’ te zijn. Waarom ben ik dan zo aan deze stad verknocht? Misschien is het eenvoudig zo, dat ik de gevels en façades die ik op weg naar de supermarkt tegenkom eindeloos fascinerender vind dan rijen wuivende populieren.
Het is stil in Parijs. Ik kan mij eigen gedachten weer horen.