Politieke warboel

Gisteravond lag bij uitzondering mijn telefoon op tafel om tijdens het avondeten (wat in ons huis  na zonsondergang plaatsvindt en in de zomer dus na tien uur) de verkiezingsuitslagen te volgen. Mijn Amerikaanse echtgenoot die de afgelopen tien jaar toch wel het een en ander heeft meegekregen van de Nederlandse politiek, gaf toe dat hij nog steeds weinig van ons systeem begreep. Om wie ging de race nu eigenlijk, waar stonden de lijsttrekkers voor en wat zou er gebeuren als twee partijen exact even groot zouden worden? Mijn beperkte politieke kennis werd danig op de proef gesteld en een paar uur later trokken we deze conclusie:

‘Between the socialist party on the left and the crazy white haired guy on the right, we have a spectrum of about ten parties that mainly differ in opinion about socialism, christianity, capitalism, the environment, democracy and immigration. Progressive thought is found left and right (but not on the extremities) and the conservatives who believe in generalizing moral values ended up somehow in the middle. For people who are principally liberal, want to protect intellectual property, think factory farming should be banned and believe in more direct democracy, there is only one party: D66. But when the PvdA and the VVD would end up with the same amount of votes, the queen, who officially has no political power, would be asked to give her advice about what to do.’

Ik  ging slapen zonder de illusie dat ik mijn man had verlicht en vanmorgen was het allemaal weer een stuk begrijpelijker: 24 zetels voor de idioot. Daar ging deze verkiezing over. Wie zijn de mensen die op hem hebben gestemd? Ik kan alleen maar hopen dat de liberalen voor diep paars gaan.