Mijn eerste keer (column)

Column over het boekenbal in Brabants Dag blad – februari 2005

Parijs in de morgen. De regen tikt hard op het glazen dak van ons atelier. Op een hangertje wacht mijn jurk om ingepakt, uitgepakt en aangetrokken te worden. Nog vier uur in de Thalys om bij het Boekenbal te kunnen zijn.

Ik eet bij mijn redacteur en de eerste fles champagne maken we in no-time soldaat. Tegen de kou en vanwege de zenuwen: een maand geleden is mijn debuutroman De onfeilbare gepubliceerd en vanavond zal ik mij voor het eerst in het gezelschap van illustere schrijvers begeven. Gasten die het voorprogramma niet konden bijwonen, arriveren stipt om tien uur: als je ondanks het strenge uitnodigingsbeleid van het CPNB een kaartje hebt kunnen veroveren, wil je geen seconde missen van deze vleiende exclusiviteit.

Exclusiviteit? Niet echt, het feest is massaal. Ik heb goede herinneringen aan de studentengala’s in Tilburg, maar dit is van een andere orde. Zoeken naar beroemde hoofden is niet nodig. De perslampen en samenscholingen van bezoekers maken zichtbaar waar de grote namen zich bevinden en ik werp nieuwsgierige blikken die kant op. Zou ik straks het lef hebben een van mijn helden aan te spreken?

Mijn standplaats naast het champagnebuffet is om duidelijke redenen een ideale stek. Om de haverklap word ik aan iemand voorgesteld. Ik praat met auteurs, met de voorzitter van het Fonds voor de Letteren en met redacteuren en uitgevers. Ik vertel over mijn boek en iedereen belooft het te lezen. Een enkeling heeft het al uit en complimenteert me. Ze weten niet half hoe blij ik daarvan word. Als mijn zoveelste glas leeg is en mijn hoofd vol, is het tijd voor een rondje schouwburg.

Door een doolhof van hallen en zalen bereik ik het podium waar om middernacht de opening van de boekenweek plaatsvindt. Op een reusachtig videoscherm, bevestigd aan het plafond, zien we het sprekende hoofd van Wolkers. Ik word me bewust van de hoeveelheid camera’s om me heen. Het is onmogelijk niet in beeld te komen.

Daarna wordt er gedanst. Op Gouwe Ouwe muziek, het thema van de boekenweek is immers Vaderlandse Geschiedenis, gooi ik mijn benen los, voor zover dat mogelijk is met strakke rok en hoge hakken. Ik geef het op me verstaanbaar te maken en zwaai alleen nog naar bekenden op de dansvloer. Bij een nummer van Normaal vlucht ik naar boven, naar de disco waar vooral het jonge publiek zich ophoudt en de rest van de avond pendel ik, op zoek naar de beste muziek.

Om drie uur is de champagneroes uitgewerkt en voel ik de pijn in mijn voeten. Naar huis! Ik slaap een aantal uur rustig totdat bouwvakkers onder het slaapkamerraam op luide toon met elkaar in discussie gaan. Amsterdam in de morgen.