Lectuur

Op mijn bureau wordt de stapel boeken steeds hoger. Zeker sinds ik mezelf de regel heb opgelegd om de boeken die ik graag wil lezen daar te laten liggen tot ik ze gelezen heb.
Onderaan ligt Don Quichot, waarin ik zes maanden geleden ben begonnen. Ik vond het natuurlijk een prachtige roman in een prachtige vertaling (van Barber van de Pol), maar blijkbaar is het geen boek om in een keer uit te lezen; in het tempo waarop ik nu lees, zal het pas over zes maanden naar een kast verhuizen.
Boven Don Quichot liggen drie boeken die ik in de afgelopen maanden cadeau heb gekregen: Hemelse Golven van Pearl Abraham, En de Liefde van Joke Hermsen en The Master and Margarita van Mikhail Bulgakov. Ik kan ze geen van drieën in verband brengen met de roman die ik op dit moment zelf aan het schrijven ben en daarom zijn het goede kandidaten voor mijn lectuur tijdens de laatste fase.
Maar daar bovenop liggen weer de nieuwe werken van David Mitchell en Jonathan Franzen – romans waarin ik gisteren al had willen beginnen, maar die ik van mezelf nog niet mag openen, omdat ik twee andere boeken, Ton Lemaires De val van Prometheus en Geert Maks De eeuw van mijn vader nog niet uit heb.
Er staat mij dit weekend dus maar een ding te doen: lezen, lezen en nog eens lezen. Heb ik überhaupt nog tijd om te schijven?