Jolimont (2)

In het kantoortje waar deze computer staat en waar ik overdag werk, heb ik uitzicht op de stal met koeien, beesten die zich verbazingwekkend kalm houden wanneer onze gastheer voor het avondeten stukken kalf op de barbecue legt en de geur van het verschroeide vlees ook hun neusgaten moet bereiken. In de slaapkamer die mijn man en ik toegewezen hebben gekregen, kijk ik uit op het meer, waarop met sterke windkracht surfers op hoge snelheid over het wateroppervlak scheren en zwanen geagiteerd opvliegen. En vanuit de keuken, waar ik voor ieder van ons vieren een verschillend bordje bereid, omdat ik rekening wil houden met ziektes, allergieen en voorkeuren, zie ik de paarden draven en hinnikt het pasgeboren veulen zoals alleen pasgeboren veulens dat kunnen, naief en angstig, vrolijk en terughoudend tegelijkertijd. Na tien jaar Parijs, na tien jaar stad, of eerlijk gezegd, na dertig jaar, na een levenlang stad, ontwaakt in mij een verlangen naar het platteland. Het is geen vals nostalgisch verlangen, ik heb geen geromantiseerd plaatje van de idyllische boerderij. Er landen hier strontvliegen op mijn avocado, ik word wakker van de haan s morgens, de douche heeft kuren en geeft regelmatig alleen koud water en mijn telefoon heeft geen bereik. En toch denk ik: heerlijk, hier kan ik schrijven.

PS Excuses voor eventuele spelfouten en ontbrekende leestekens in bovenstaand en onderstaand stukje – ik werk op een computer met Zwitsers toetsenbord en Word verandert mijn woorden soms ongevraagd in Duitse varianten.