Italië 2009 (1)

Terwijl tanks over Les Champs-Élysées rijden en helikopters boven mijn huis cirkelen (misschien omdat de geheime dienst gehoord heeft hoe ik de manke stappen van de korte president becommentarieer), denk ik terug aan de tien dagen die achter me liggen en die ik als drie weken ervaren heb.
Wie optimaal van Italië wil genieten, kan de maanden juli en augustus beter overslaan, maar uit mijn recente ervaringen blijkt, dat het zelfs in de drukke zomermaanden goed vertoeven is in dit land.
Na de pracht en praal van Venetië, inclusief een lunch op het terras van hotel Danieli , en de glorie van Verona, waar we de Puccini opera Turandot opgevoerd zagen in de Arena, het op het Colosseum na grootste Romeinse amfitheater, reisden we naar het water van het Garda meer en onder hevige stort- en hagelbuien verder naar het Como meer, waar we in Bellagio een rustpunt vonden.
Lang lagen we niet op onze lauweren, want met het ambitieuze plan om tot Rome en zelfs Capri door te stoten, moesten we haast maken en we reisden af naar de kust om Portofino te bezoeken en een duik te nemen in de Middellandse Zee. Vervolgens zakten we langs de kust af naar het Zuiden en stopten we in badplaatsen waar de tijd stil had gestaan en Italianen in grote families pizza’s aten en ijsjes naar binnenwerkten, voordat ze in autootjes op het plein rondreden of nog even snel bij Dolce&Gabbana of Gucci een zonnebril op de kop tikten.
Heimwee stuurde ons uiteindelijk naar de binnenlanden van Toscane, waar we tussen de dezelfde wijnranken verbleven als tijdens onze bruiloft. De plannen voor Rome en Capri waren inmiddels geschrapt en na drie dagen vechten tegen de agressieve tijgermuggen, die zich zelfs van de meest chemische verdelgers niets aantrokken, besloten we een laatste maaltijd te gebruiken onder de torens van San Gimignano.
Al met al had ik voldoende ontspannen en ruimschoots inspiratie opgedaan om de rest van de zomer te kunnen schrijven. Ik ben weer thuis.

(Foto’s volgen morgen)