Filosofiekalender 2008 (7)

‘Het leven begint bij vijftig, in zoverre dat het eindigt bij veertig.’ (Michel Houellebecq, De mogelijkheid van een eiland, 2005)

In de wereld die Houellebecq in dit boek beschrijft, kan de mensheid opgedeeld worden in twee groepen: zij die sex hebben en zij die dat niet hebben. Of met andere woorden: zij die jong en aantrekkelijk zijn en zij die dat niet zijn. Geld speelt alleen in die zin een rol, dat rijkdom de onaantrekkelijkheid van mannen kan compenseren en dat seks gekocht kan worden.
Een vrolijk plaatje is het niet. Zodra borsten gaan hangen of haren uitvallen, is het echte leven over. Ouderdom is niet te verdragen en daarom ontstaat er een cult die de mogelijkheden van het klonen van mensen onderzoekt. Uiteindelijk bereiken ze hun ideaal: aanhangers kunnen op hun veertigste levensjaar zelfmoord plegen en herrijzen de volgende dag als jonge twintiger met hun kennis en herinneringen grotendeels in tact. Wat er tijdens het klonen verloren gaat, kan teruggevonden worden in de dagboeken die voorgangers hebben bijgehouden. Maar omdat de klonen niet beter zijn dan hun menselijke voorgangers (ze hebben alleen een efficiënter spijsverteringsysteem) houdt het leven ook voor hen nog altijd op met veertig.