Filosofiekalender 2010 (2)

‘Ik denk nog steeds dat boeken net als goden en kinderen in het voorgeborchte van het bestaan verblijven, een dimensie waarin gevolgen tot oorzaken kunnen leiden en de dag van gisteren uit die van morgen tevoorschijn kruipt.’ (Erwin Mortier, Godenslaap, 2008)

In Godenslaap van Erwin Mortier is de stokoude vrouw Helena aan het woord die dikke aantekenboeken vol pent met geen ander doel dan te schrijven en van de taal te genieten, misschien in de hoop dat iemand ze ooit leest.
Ze haalt herinneringen op aan haar jeugd en haar moeder, een moeder die niet van zweverige dichters hield en verbeelding iets onfatsoenlijks vond. Helena heeft zich vanaf haar prille jeugd tot schrijven en lezen aangetrokken gevoeld en laat zich niet door De Rede van haar moeder beperken. Boeken staan in haar ogen vol met niet-sluitende redeneringen, maar hoeven ook niet aan de rechttoe-rechtaan regels van de werkelijkheid te voldoen. Boeken hebben hun eigen universum, net als de doden. Ze zijn aanwezig zonder dat ze zich aan natuurwetten hoeven te houden:  ‘Alles moet er nog gebeuren en alles is er al voorbij.’