Eeuwige kermis (3) – Nostalgie, toerisme en hyperrealiteit

St. John’s Town Center
Een paar jaar geleden is er in Jacksonville Florida een nieuw winkelcentrum gebouwd in de openlucht. Vóór die tijd bestonden naast honderden kleinere conglomeraties (strip malls) alleen twee gigantische overdekte malls met meerdere verdiepingen. Beide malls waren uiterst populair, maar na opening van het nieuwe centrum, zijn ze zeer snel hun klanten kwijt geraakt. Waarom?

Je zou denken dat het nieuwe centrum betere boetiekjes had, maar dat is niet waar – precies dezelfde ketens bieden er precies dezelfde waren aan, met een paar uitzonderingen zoals Louis Vuitton. Heeft de openlucht het dan eindelijk weer van de airconditioning gewonnen? Misschien, maar ik vermoed dat de populariteit van het nieuwe centrum vooral te maken heeft met de naam en zijn pretenties: St. John’s Town Center.

Hoe bedoel je, nep?
Kronkelpaden met groene plantsoenen ernaast, ouderwets aandoende winkelfaçades, een pleintje waar kraampjes staan waarin suikerspinnen en ijsjes worden verkocht; wie de gigantische grijze vlakken van omliggende parkeerplaatsen wegdenkt, kan zich in het centrum van een oud stadje wanen. Maar dan moet je wel goed je best doen, want voor een kritische bezoeker die Europese binnensteden kent, lijkt St. John’s Town Center te sterk op Disneyworld.
– ‘Waarom al die moeite om de illusie te scheppen?’ vroeg ik mijn Amerikaanse schoonmoeder eens, tijdens een jaarlijkse Kerstbezoek. ‘Laat iemand zich door zoveel nep foppen?’
– ‘Hoe bedoel je, nep?’ was haar wedervraag. In haar ogen was het winkelcentrum een heuse stadskern, want mensen kwamen hier ook om te eten, elkaar te ontmoeten en rond te wandelen. Bovendien had de binnenstad van Jacksonville er ooit precies zo uitgezien.
– ‘Maar u weet toch, dat dit allemaal spiksplinternieuw is? Dat er achter de façades identieke betonnen dozen schuilgaan van grote corporaties? Dat hier geen authentiek schoenmakertje tussenzit?’
– ‘Wat is authentiek?’ vroeg ze. ‘De oude binnenstad is door junkies overgenomen. St. John’s Town Center voelt echt en daar gaat het om.’

Illusie van het Echte Leven
Het interesseert mijn schoonmoeder blijkbaar niet dat de werkelijkheid is veranderd. Zij is zo nostalgisch verknocht aan ‘hoe het was’ dat zij een kopie van het verleden als origineel accepteert. Het ware leven is blijkbaar daar, waar de omgeving haar het meest aan dat ware leven herinnert.

Zij staat daarin niet alleen. In onze laatmoderne maatschappij verlangen veel mensen naar iets wat volgens hen verloren is gegaan en ze geven daar uiting aan door naar plaatsen af te reizen waar het echte leven nog wel te vinden zou zijn: schattige bergdorpjes, openluchtmusea, het platteland. Toch bieden die plaatsen soms niet meer dan een illusie van ‘het echte leven’.

In het geval van St. John’s Town Center is er zelfs nooit iets echts geweest. In het geval van Paradijssel, het fictieve dorp in mijn roman, bestaat er een oorspronkelijke kern, maar die dreigt juist door de massale toestroom van toeristen verloren te gaan.

Nabootsing als norm
Wanneer Julia Hollander naar huis terugkeert, is Paradijssel met zijn eeuwige kermis hard op weg een hyperrealiteit te worden, een plaats waar werkelijkheid en fictie niet meer uit elkaar zijn te houden en de virtuele realiteit voor fysieke realiteit wordt aangezien. Er bestaan zoveel films en foto’s waarop het dorp wordt getoond, dat bezoekers al een heel concreet idee hebben van wat ze zullen gaan zien. En wanneer het dorp bij aankomst niet aan hun idee voldoet, raken bezoekers teleurgesteld. Of zoals Julia Hollander het uitdrukt: ‘Ouderwetse reizigers lieten zich nog weleens zonder verwachtingen onderdompelen. Hedendaagse toeristen liepen met een boekje in de hand de attracties af om te verifiëren of het origineel wel even indrukwekkend was als het boekje beloofde.’

De nabootsing is blijkbaar de norm geworden: films en foto’s tonen de wereld niet alleen, ze zijn de wereld geworden, zodat de werkelijkheid aan het kortste eind trekt en verborgen blijft achter de voorstellingen waaraan bezoekers de voorkeur geven. Want in een poging aan de verwachtingen te voldoen, past het dorp zich steeds meer aan, zodat het uiteindelijk niets anders zal tonen dan een fantasie, een vals beeld van een ideaal dorp dat nooit heeft bestaan.

Maar wat mij misschien nog het meest interesseert: waarom zijn we zo nostalgisch? Wat missen we in onze huidige maatschappij dat we met een schamel kopie van het verleden genoegen nemen? Aflevering 4 verschijnt eind deze week: traditie en rituelen.

5 thoughts on “Eeuwige kermis (3) – Nostalgie, toerisme en hyperrealiteit

  1. Mensen vinden het nou eenmaal leuk om in een andere wereld te lopen. Als ze bij ons op bezoek komen vinden ze het ook helemaal fantastisch om in het oude amerika te lopen en te ontsnappen aan de werkelijkheid. Ik denk dat het centrale woord is:”ontsnappen uit de realiteit.”

    Dingen worden trouwens ook mooier in herinneringen. Als je in het colosseum staat denk je:’Is dit het nou’, terwijl als je het terugziet op fotos en/of ‘nakijkt’ in je geheugen het opeens veel mooier lijkt te zijn. (kan ook zijn omdat ik het tussen 10 000 amerikaanse toeristen en bij 40°C in de zon heb geizne)

  2. Ja, ik denk dat je gelijk hebt, dat mensen willen ontsnappen uit de realiteit – maar wat is er dan mis met de realiteit dat we daaruit willen ontsnappen?

    En ja, herinneringen zijn niet te vertrouwen! Daar gaat dit boek ook een beetje over. Helaas worden herinneringen niet altijd mooier – het mooie kan ook juist vervagen.

  3. Misschien heb jij wel een hele mooie realiteit: leuke man, veel vrijheid, wonen in één van de mooiste steden ter wereld, eigen baas qua werk, leuke reisjes

    Maar 99% (ok, een beetje overdreven maar toch) van de mensen wonen in een nieuwbouwwijkje met een suffe baan in een winkel of lunchroom en gaan 2 weken per jaar naar de camping 150 km verderop…

  4. Het was ook geen veroordeling of kritiek, ik zie alleen dat mensen willen ontsnappen en ik zelf ook. Maar wat zegt het over onze samenleving als grote delen van de bevolking hun realiteit willen vergeten? Is dat altijd zo geweest of is het iets van deze tijd? We zijn rijker dan ooit en toch niet gelukkig. Hoe komt dat? Etc Etc.

  5. Sorry als ik het teveel in het persoonlijke heb getrokken.

    Volgens mij is het van alle tijden, anders zouden sprookjes ook niet zijn geschreven, theater niet gemaakt etc.

Comments are closed.