De dood van de muziekindustrie

Aan tafel zit een artiest die in zijn hoogtijdagen ruim een miljoen platen verkocht.  Nu heeft hij zijn eigen spaargeld geïnvesteerd om een album te kunnen opnemen waarvoor hij maanden na afronding nog geen contract heeft kunnen tekenen.

Tegenover hem zit een producent die in de loop van zijn leven een reeks gouden en platina albums heeft ontvangen. Nu schrijft hij filmscenario’s, want de royalty’s van zijn bands leveren steeds minder op.

Ze krijgen de menukaart uitgereikt door de zoon van een man die bekend stond als een van de machtigste mensen in de Franse muziekindustrie. Toen het label van zijn vader ten onder ging, heeft deze zoon zijn droom opgegeven ooit een nieuwe Gainsbourg te vinden. Nu runt hij een restaurant.

Gedrieën praten ze over drummers die in de bouw werken, bassisten die hoeden zijn gaan ontwerpen en vooraanstaande studio’s die hun deuren hebben gesloten. De groep hardnekkigen die op een houtje bijten en voortstrompelen wordt steeds kleiner.

Toch is het drietal niet erg aangedaan. De schuldvraag en de reddingsstrategieën hebben zij jaren geleden al bediscussieerd. De dood van deze muziekindustrie is simpelweg onafwendbaar.