Brussel (2) – Op zoek naar de Grote Markt

‘Hoe ver is het lopen, vanaf hier naar het centrum?’ vroeg ik aan de eerste de beste voetganger die ik op de stoep tegenkwam.
‘Waar wil je precies naartoe?’ vroeg ze. Vanonder haar gehaakte muts keken twee vrolijke ogen mij aan.
‘Eigenlijk ben ik gewoon een beetje aan het rondlopen,’ bekende ik.
‘Dan maakt het toch niet uit hoe lang je erover doet?’
‘Ik wilde weten of het een reële optie was naar de Grote Markt gaan. Te voet. Een wandeling met een doel gaat mij meestal toch beter af.’

En zo ging ik met een paar vage aanwijzingen van deze vriendelijke Belg op stap. Een goed half uur had ze voorspeld. Een makkie dus. De vorige avond was ik in het donker met een taxi vanaf station Midi naar de studio gebracht en ik had geen idee waar ik me bevond. De bandleden hadden de wijk XL genoemd, wat ik een zeer moderne naam vond voor een wijk, totdat ik op de eerste straathoek de naam uitgespeld zag staan: Ixelles, oftewel: Elsene.

Ik passeerde een groot ziekenhuis met aan weerszijden twee bloemenwinkels en twee begrafenisondernemers – ziekte en dood brachten brood op de plank. Hoe dichter ik bij de stadskern kwam, hoe levendiger het straatbeeld. De Arabische fruit-en groentehoekjes maakten plaats voor cafés en winkels met ouderwetse puien van Singer naaimachines en drogisterijen.

Verleid door een zijstraat, verliet ik de weg die mij was aangeraden en daalde ik verder af. Brussel is een heuvelachtige stad. Om erdoorheen te lopen moet je voortdurend klimmen of trapjes af. Uiteindelijk was ik natuurlijk verdwaald en stond ik ineens oog in oog met het Europees parlement. Nou, dan had ik dat mooi ook eens gezien.

Een Duitse toerist hielp mij weer op weg zodat ik, na ruim anderhalf uur lopen,  het Koningsplein bereikte, waar schoolkinderen in de rij voor het Magritte Museum stonden en ik op een bordje de naam ‘Zavel’ las. Als ik geweten had, hoe dichtbij de Grote Markt was, zou ik niet opnieuw voor een omweg hebben gekozen, maar ik wist het niet en volgens een paar FB-vrienden was Zavel de moeite van het bezichtigen waard. Ik  veranderde opnieuw van koers om deze wijk te bezoeken.

Inmiddels begon het al donker te worden. Zou ik de Grote Markt nog bereiken? Misschien was het beter rechtsomkeert te maken, aangezien er ook nog een berg werk op me lag te wachten. Juist op het moment dat ik besloot weer naar Ixelles terug te keren, verschenen de bordjes die me naar mijn beoogde doel beloofden te brengen. Vooruit dan. Op het nippertje vergaapte ik me aan de klassieke herenhuizen aan het beroemde plein. Het moet gezegd: het stadhuis van Brussel kan aan dat van Parijs tippen.

Brussel (2) – Op zoek naar de Grote Markt

‘Hoe ver is het lopen, vanaf hier naar het centrum?’ vroeg ik de eerste de beste voetganger die ik op de stoep tegenkwam.

‘Waar wil je precies naartoe?’ vroeg ze. Vanonder haar gehaakte muts keken twee vrolijke ogen mij aan.

‘Eigenlijk ben ik gewoon een beetje aan het rondlopen,’ bekende ik.

‘Dan maakt het toch niet uit hoe lang je erover doet?’

‘Ik wilde weten of het een reële optie was naar de Grote Markt gaan. Te voet. Een wandeling met een doel gaat mij meestal toch beter af.’

En zo ging ik met een paar vage aanwijzingen van deze vriendelijke Belg op stap. Een goed half uur had ze voorspeld. Een makkie dus. De vorige avond was ik in het donker met een taxi vanaf station Midi naar de studio gebracht en ik had geen idee waar ik me bevond. De bandleden hadden de wijk XL genoemd, wat ik een zeer moderne naam vond voor een wijk, totdat ik op de eerste straathoek de naam uitgespeld zag staan: Ixelles, oftewel: Elsene.

Ik passeerde een groot ziekenhuis met aan weerszijden twee bloemenwinkels en twee begrafenisondernemers – ziekte en dood brachten brood op de plank. Hoe dichter ik bij de stadskern kwam, hoe levendiger het straatbeeld. De Arabische fruit-en groentehoekjes maakten plaats voor cafés en winkels met ouderwetse puien van Singer naaimachines en drogisterijen.

Verleid door een zijstraat, verliet ik de weg die mij was aangeraden en daalde ik verder af. Brussel is een heuvelachtige stad. Om erdoorheen te lopen moet je voortdurend klimmen of trapjes af. Uiteindelijk was ik natuurlijk verdwaald en stond ik ineens oog in oog met het Europees parlement. Nou, dan had ik dat mooi ook eens gezien.

Een Duitse toerist hielp mij weer op weg zodat ik, na ruim anderhalf uur lopen, uiteindelijk het Koningsplein bereikte, waar schoolkinderen in de rij voor het Magritte Museum stonden en ik op een bordje de naam Zavel las. Als ik geweten had, hoe dichtbij de Grote Markt was, zou ik niet opnieuw voor een omweg hebben gekozen, maar ik wist het niet en volgens een paar FB-vrienden was Zavel de moeite van het bezichtigen waard, dus veranderde ik opnieuw van koers om deze wijk te bezoeken.

Een uur later kondigde mijn volle blaas een pitstop aan en warmde ik mij in een theewinkel aan een veel te hete groene thee die eigenlijk op zeventig graden bereid had moeten zijn. Als troost nam ik er een fondant au chocolat bij, wat een chocolademousse bleek te zijn. Tja, ik was in Brussel, niet in Japan of Parijs, ik had een wafel moeten nemen.

Inmiddels begon het al donker te worden. Zou ik de Grote Markt nog bereiken? Misschien was het beter rechtsomkeert te maken, aangezien er ook nog een berg werk op me lag te wachten. Juist op het moment dat ik besloot weer naar Ixelles terug te keren, verschenen de bordjes die me naar mijn beoogde doel zouden kunnen brengen. Vooruit dan. Op het nippertje vergaapte ik me aan de klassieke herenhuizen aan het beroemde plein. Het moet gezegd: het stadhuis van Brussel kan aan dat van Parijs tippen.