Boekenweek 2011 – Geschreven Portretten (1)

Donkerbruine kousen

De moeder van mijn vader groeide op in een groot gereformeerd gezin in Klundert. Van haar jeugd herinnert zij zich vooral wat haar verboden was. Ze mocht haar haren niet kort laten knippen, ze mocht niet zwemmen en ze mocht niet met andere kinderen mee naar huis. Op zondag mocht ze zelfs nog minder; dan was het evenmin toegestaan met de poppen spelen, te fietsen of een boek te lezen. Behalve de bijbel. De bijbel mocht eigenlijk altijd wel.
Op een dag kwam een tante met een paar nichtjes logeren en mijn oma was jaloers: de nichtjes droegen beige kousen, wat erg modieus was in die tijd. Van haar vader mocht zij alleen zwarte kousen dragen. Mijn oma beklaagde zich net zo lang tot haar moeder met een compromis terug van de markt kwam:  donkerbruine kousen.
Meteen trok ze haar nieuwe paar aan en wachtte gespannen op de thuiskomst van haar vader. Wat zou hij doen? Het was zijn verantwoordelijkheid dat zijn kinderen zich goed gedroegen en wanneer zij dat niet deden, schoot hij in Gods ogen tekort. Hij wachtte tot na het avondeten en zei toen: ‘Ik zie het wel hoor, dat je geen zwarte kousen meer draagt, maar zolang ze heel blijven, hoef je ze niet weg te gooien.’ Verspilling was in zijn ogen een grotere zonde dan een afwijkende kleur.  Mijn oma mocht donkerbruine kousen dragen.