| Op
de middelbare school
kreeg ik les van een intrigerende docent geschiedenis. Zonder disciplinerende
maatregelen wist hij zijn leerlingen stil te houden en meer nog: te boeien.
Aan het einde van het vierde jaar stelde hij voor een filosofiecursus
te geven voor wie interesse had. Twintig pubers staken hun hand op. We
beloofden vrijwillig een extra uur op school te blijven om nog meer van
zijn verhalen te kunnen horen. Dit keer niet over Gandhi, de Oorlog of
de Russen, maar over Nietzsche, Plato en Levinas. Het was een groot succes.
De filosofen in spe gingen op weekend en bezochten toneelstukken en films.
Het jaar erna bleven er maar een paar enthousiastelingen over. De filosofie
sneuvelde aan de examenstress. Samen met twee klasgenoten reisde ik op
dinsdagavond naar Delft om daar in de stamkroeg van onze docent te discussiëren
over waarheid, tijd en macht. We leerden daar ook onze natuurkundeleraar
beter kennen, die ons de relativiteitstheorie uitlegde. In 1992 publiceerde
Donna Tartt haar inmiddels beroemde boek The Secret History en
wij lazen en analyseerden het. Bij het Engelse mondeling hadden we er
zoveel over te vertellen dat we niet meer aan Shakespeare toe kwamen.
Toen de tijd aanbrak om een vervolgstudie te kiezen, vroegen wij alle
drie advies in de kroeg. Onze natuurkunde leraar was duidelijk: je kiest
natuurkunde of als het niet anders kan, filosofie. Misschien was wiskunde
ook toegestaan, maar van het 'softe' letteren waar ik mee op de proppen
kwam, wilde hij niets weten.
Mijn
geschiedenis leraar heeft geen specifieke studie aangeraden en heeft uiteindelijk
toch een beslissende vraag gesteld. Het ging voor mij om een keuze tussen
letteren en filosofie. Voor
de literatuur was ik al lang geleden gevallen, maar de afgelopen twee
jaar had de filosofie mij ook in zijn greep gekregen. Schrijven en denken,
ze waren sterk met elkaar verbonden en toch waren het twee studies en
moest ik kiezen. Ik zat maanden besluiteloos te tobben totdat mijn docent
me vroeg: waarom doe je ze niet allebei?
In
Tilburg kwam ik onder
de hoede van de studie-begeleider van de filosofen,
die het als een persoonlijke uitdaging zag alle studenten te laten slagen
in de wensen die ze ooit in haar kamer hadden uitgesproken. Ze begeleidde
me door mijn twee studies heen en baande enkele jaren later de weg vrij
voor mijn verblijf aan de Sorbonne.
Nadat ik de noodzakelijke lading antieke en middeleeuwse teksten achter
me had gelaten, werd het voor mij pas echt interessant: Nietzsche, het
existentialisme en de (post)moderne Fransen.
Het mooiste wat ik van de filosofie heb geleerd, is dat het er niet altijd
om gaat overeenstemming te bereiken. Het gaat juist om discussie en verschillende
meningen. Natuurlijk vind ik het leuk om met vrienden een film te zien
en er achteraf unaniem van overtuigd te zijn dat deze film het Cannes-filmfestival
had moeten winnen. Toch is het ook heel aanlokkelijk om mensen te spreken,
die een andere mening hebben en jou met argumenten andere invalshoeken
en criteria laten zien. Van die mensen leer ik namelijk het meest en daar
is het mij allemaal om te doen: filo-sofie is de liefde voor de wijsheid.
terug
naar Filosofie citaten
|