Citaat 24

Immanuel Kant
'Der kategorische Imperativ ist also nur ein einziger, und zwar dieser: handle nur nach derjenigen Maxime, durch die du zugleich wollen kannst, daß sie ein allgemeines Gesetz werde.'
(Grundlegung zur Metaphysik der Sitten, 1785)


Kant probeert in zijn ethiek een basis te vinden voor normatieve uitspraken, waardoor deze algemene geldigheid kunnen krijgen. Hij zoekt a priori beginselen van ons ethisch normbesef. In tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten verwerpt hij het idee dat God aan de oorsprong staat van al onze morele normen. Kant zoekt het in de menselijke rede zelf.
Het categorische imperatief dat Kant zoekt, het algemeen en onvoorwaardelijk geldende bevel, moet een zuiver formeel beginsel zijn en is niet inhoudelijk bepaald. Morele imperatieven gelden voor ieder redelijk wezen en ze mogen daarom niet op ervaring of andere principes berusten. Het categorische imperatief moet een uitdrukking van de redelijkheid zelf zijn.
Elk maxime dient daarom aan de toets te worden onderworpen of ze tot algemene wet verheven kan worden: het is een gedachtenexperiment. Iedereen moet zich met betrekking tot zijn handelingen als mogelijke wetgever beschouwen, alsof zijn handelingen een algemene wet zouden opleveren. Kan mijn maxime tot algemene leefregel verheven worden of heft ze zichzelf op wanneer ze als algemene gedragsnorm wordt aangenomen?. Dat is het enige categorisch imperatief dat Kant accepteert.


terug naar overzicht citaten
vorige citaat
volgende citaat