Jolimont (5)

De andere gasten zijn gearriveerd. Een recruiter-vrouw met haar man (arts) en zesjarige dochter uit Polen, een ander Pools koppel (werkzaam in marketing en bankwezen) met hun twee kinderen en een half Amerikaans half Zuid-Afrikaans homostel uit New York die beiden voor satelliettelevisie werken. Zojuist kwamen daar nog een oom en tante uit Frankrijk (in dienst van de VN) en twee vrienden uit Oostenrijk (muzikanten) bij en gezamenlijk zullen we straks een vuur maken en verhalen uitwisselen.
De taalverwarring die, wonend in Frankrijk en getrouwd met een Amerikaan, vaak op de achtergrond aanwezig is, neemt hier interessante vormen aan. Een op een kan ik Frans spreken met de ouders van de Zwitser, Nederlands met de Zuid-Afrikaan, Duits met de vrienden uit Oostenrijk, gebarentaal met de kinderen en Engels met de rest. Maar afhankelijk van de constellatie moet er steeds opnieuw een lingua franca gekozen worden, want geen enkele taal wordt door alle aanwezigen goed gesproken.
Ik ben benieuwd naar wat er vanavond gaat gebeuren als de tongen onder invloed van de vreemde woorden en te veel wodka in de knoop raken. Mijn vermoeden is: muziek maken en zingen; de lingua franca van alle tijden.

In: Het reizende leven — @ CP 30/05/2010

Filosofie Scheurkalender 2010 (16)

9789085712169‘Wij kunnen ons nooit zoveel toekomst voorstellen als we verleden hebben.’ (Cees Nooteboom, Allerzielen, 1998)

De roman Allerzielen van Nooteboom begint met een woord, dat op het moment zelf niet genoemd wordt en zich toch in de gedachten van zowel hoofdpersoon als lezer vasthaakt: geschiedenis.
De documentairemaker Arthur Daane wandelt door Berlijn, een stad die zich volgens hem alleen laat kennen door er eindeloos in rond te dwalen. Soms ontmoet hij zijn intellectuele vrienden in een restaurant voor een portie ouderwetse Duitse worst en soms ontmoet hij een intrigerende vrouw met een litteken.
Het verleden van Arthur, van de stad en van de mensen om hem heen, weegt zwaar op het heden, zo zwaar dat gedachten aan de toekomst nauwelijks van de grond komen. De wereld lijkt niets anders te zijn dan één grote referentie, een verzameling aan verwijzingen naar goden, oorlogen en liefdes. En als Arthur aan het slot van de roman, door naïeve nieuwsgierigheid gedreven, zich op de toekomst richt, blijkt het lot hem niet gunstig gezind. Door een brute overval op straat komt hij zo dicht bij de doden te staan, dat hij eindelijk accepteert zijn eigen doden voor altijd bij zich te dragen.

In: Filosofie — @ CP 28/05/2010

Jolimont (4)

Op een heuvel in Zwitserland, vijfhonderd meter boven het dorp Erlach, staat een huis waarin ik sinds donderdag verblijf. Ver van enig verkeer, omringd door bergen en met een uitzicht over akkers, bossen en meren, is dit de ideale plaats om tot rust te komen.
Zoiets moet ook de vader van mijn gastheer gedacht hebben toen hij als jongeman de heuvel opklom, met zijn rug tegen de stam van een boom ging zitten en het huis in zich opnam. De familielegende wil dat hij daar urenlang zat en zijn toekomst droomde. Eindelijk had hij het huis gevonden waarin hij zijn idealen zou kunnen verwerkelijken. Hier zou een muziekschool verrijzen waar moeilijk opvoedbare kinderen met kamermuziek en noestige huisarbeid voor het leven klaargestoomd konden worden.
Halverwege de jaren zestig opende de school zijn deuren en kwamen duizenden leerlingen  logeren. Soms voor een week en soms voor zes maanden. Men sprak er Frans, Duits en Italiaans en speelde er fluit, piano en viool. De oprichter trouwde met een van de instructrices en stichtte een gezin met vier muzikale kinderen. Na meer dan dertig gloedvolle jaren werd hij getroffen door een hersenbloeding. Hij herstelde grotendeels, maar begreep niet meer goed wat er om hem heen gebeurde. Vanaf die tijd leefde hij in het verleden, waar alles helder was.
Eerst vond ik zijn geschiedenis tragisch, maar hoe meer ik erover nadenk, hoe mooier ik het ga vinden. Deze man heeft een leven waarin hij maar liefst driemaal zijn gloriedagen mag beleven: eerst als toekomstdroom, dan als realiteit en nu als herinnering. Geen wonder dat hij voortdurend vrolijk is.

(Voor eerdere berichten uit 2009 over Jolimont, lees dit, dit en dit.)

In: Het reizende leven — @ CP 26/05/2010

Filosofie Scheurkalender 2010 (15)

9789085712169‘God tutoyeren was een misverstand geweest.’ (Esther Gerritsen, De kleine miezerige god, 2008)

In de derde roman van Esther Gerritsen volgen we de gedachten, handelingen en angsten van Dominique, een jonge vrouw die onlangs naar Amsterdam is verhuisd.
Als dramatherapeute werkt zij dagelijks met neurotische personen, maar ze weigert zichzelf met een kritische blik te bekijken en haar schuldcomplexen te analyseren. Omdat ze toch een getuige nodig heeft, iemand die haar leven volgt, zoekt ze voortdurend de blikken van anderen. En op een stille en eenzame dag spreekt ze uit het niets god aan. Zonder hoofdletter. Want god moest wel vertrouwd blijven.
Vanaf die dag leeft Dominique met een onzichtbare god om zich heen die ze tutoyeert en aanroept als ze hem nodig heeft. Maar wanneer haar leven ongelukkige wendingen neemt, merkt ze dat een kleine miezerige god haar niet kan redden of helpen. Hij kan enkel toekijken. En pas dan realiseert ze zich dat het een misverstand was om hem te tutoyeren. God laat zich niet tutoyeren. En wie het toch probeert, krijgt een onmachtige god op zijn bord, die lui toekijkt hoe alles misgaat.

In: Filosofie — @ CP 21/05/2010

China

Wanneer ik rondjes in het park ren, gaan mijn gedachten vaak alle kanten op. Richting roman of kort verhaal. Of richting belastingaangifte. Wanneer het me niet lukt mijn aandacht op iets te richten wat me interesseert, verzin ik soms een situatie waarin ik word geïnterviewd. Niet als heldin hoor of als wereldberoemde schrijver, maar gewoon als toevallige voorbijganger in een straatenquête .
Getver, zou je denken, nou inderdaad. In het echt vermijd ik zulke interviewtjes als de pest, maar wanneer ik ze zelf verzin, zijn ze blijkbaar boeiender.
Vanmorgen was het niemand minder dan een Michael Moore achtig type dat onderzoek deed naar de kennis die mensen hebben van de productiewijzen van hun kleding. Het gesprek ging als volgt:

Interviewer (I): Weet u wie uw T-shirt gemaakt heeft?
Ik (C): Nee. Ik weet wiens naam erop staat, maar ik weet ook dat de ontwerper de stof niet eigenhandig aan elkaar heeft genaaid. Het zal wel uit China komen.
I: Maar het is een Amerikaans merk, toch?
C: Ja, maar bijna alles komt tegenwoordig uit China, ook van de grote merken, behalve als je haute couture koopt, maar daar heb ik het budget niet voor.
I: Vind je het bezwaarlijk dat het uit China komt?
C: Ja. Je hoort zo vaak verhalen over uitbuiting. Volgens mij gaat het er in de meeste fabrieken niet zo menslievend aan toe. En zelfs als de wet niet wordt overschreden blijft de winst bij het Westerse merk hangen en worden de naaisters er niet rijk van.
I: Waarom draag je zo’n T-shirt dan?
C:  In mijn verdediging; dit kocht ik al weer jaren geleden, toen ik er nog veel minder mee bezig was en ik zoek tegenwoordig wel naar Fairtrade kleding, maar in Parijs is daar nog weinig van te vinden.
I: Dat is geen excuus.
C: Natuurlijk wel, maar misschien is het niet zo’n goed excuus.
I: Dan moet u met een beter excuus komen.
C: Misschien moet u wat minder hufterig zijn.
I: Ben ik hufterig omdat u een T-shirt draagt dat door slaven is gemaakt?

Op dat punt in het interview liep ik weg. Het is een slecht idee jezelf aan de tand te voelen over een onderwerp waar je eigenlijk nauwelijks iets van weet en waar blijkbaar een schuldgevoel aan verankerd zit.

In: Het alledaagse leven — @ CP 19/05/2010

Jarig

Bij verjaardagen hoort feest, al word ik er meestal treurig van. Niet omdat ik ouder wordt, een jaar erbij betekent voor mij nog steeds een jaar winst, maar omdat er op zo’n dag van alles van je verwacht wordt en ik meestal nergens zin in heb.
‘Dit is jou dag,’ zeggen de mensen om je heen en ik denk dan: ‘Als dat werkelijk zo was, zouden jullie me niet vertellen dat ik juist vandaag vrolijk en gezellig moet zijn.’

Na een paar vreemde verjaardagen waarop diverse mensen mij  in tranen of met (niet gespeelde) migraine aantroffen, besloot ik het dit jaar anders te doen. Geen bezoek, geen afspraken en de telefoon op stilte-stand. Alleen als ik werkelijk zin had om met iemand te praten zou ik opnemen. Mijn moeder was inmiddels weer terug in Nederland, mijn echtgenoot zou pas eind van de middag uit Londen terugreizen en verder had niemand voorgesteld langs te komen. Behalve de buurvrouw die prachtige pioenrozen voor de deur legde, liet de wereld mij dus ongemoeid. Heerlijk.
Na een uitgebreid ontbijt met de laatste Hollands Diep in handen en een wandeling door het zonnige park, meldde ik me bij een kleine vrouw voor mijn allereerste Thaise massage. Nadat al mijn spieren, zenuwbanen en wervels waren gerekt en soepel gewreven, liep ik met een licht hoofd terug naar huis, waar ik mij met een stuk chocola en een roman op de bank installeerde.
Pas na zevenen verscheen mijn man, uitgeput van een drukke productieweek en vol van verhalen. We dronken een glas champagne alvorens we naar een Japans restaurant vertrokken waar we de kleine gerechten naar binnen smikkelden.
’s Avonds in bed bedacht ik dat ik mij die dag nauwelijks jarig had gevoeld en geen enkel cadeautje had geopend. Glimlachend viel ik in slaap.

In: Het alledaagse leven — @ CP 17/05/2010

Filosofie Scheurkalender 2010 (14)

9789085712169‘Iedereen is er met een bepaald doel, dacht ik. En toen: Ja? Is dat zo? Is iedereen er met een bepaald doel?’ (Marcel Möring, Bederf is de weg van alle vlees, 1994)

Hoofdpersoon in de novelle Bederf is de weg van alle vlees is een jongen die als ober in een restaurant werkt. Op een morgen komt tweehonderd kilo vlees met onduidelijke herkomst het restaurant binnen en worden alle obers geïnstrueerd zoveel mogelijk biefstukken te verkopen. De hoofdpersoon doet wat hem wordt opgedragen en stelt geen vragen – voor hem is dit leven een spel, een tijdelijke verlossing uit zijn verveling. Hij moest toch iets doen sinds hij bij de kunstacademie is weggaan.
Zijn houding verandert als hij beseft hoe belangrijk het restaurant voor de anderen is; voor de kok, de serveerster en de bordenwasser is dit het enige leven dat ze hebben. Uit onvermogen zijn eigen leven richting te geven, begaat hij een dramatische daad: in de keuken van het restaurant giet hij flessen afwasmiddel en chloor leeg over het dubieuze vlees in de vriezer. Daarna heeft hij voor het eerst het gevoel dat hij iets heeft gedaan wat gedaan moest worden.
Maar de vraag of dit zijn doel was in het leven blijft onbeantwoord; de hoofdpersoon is er allerminst van overtuigd dat ieder mens er met een bepaald doel is. Zoals de meesten leeft hij simpelweg zijn leven in de vage hoop het antwoord op zijn vragen ooit te zullen vinden.

In: Filosofie — @ CP 14/05/2010

Toerist in eigen stad

Moeder in Parijs. Stop. Rijen voor Musée d’Orsay en uitgeweken naar La Durée. Stop. Ik raad vooral de macaron met champagnesmaak aan. Stop. Regen in Versailles, maar verliefd geworden op de tuinen van Marie-Antoinette. Stop. Vandaag staat het Palais de Tokyo op het programma. Stop. Is dat de zon?

In: Het alledaagse leven — @ CP 13/05/2010

Galette de Sarrasin

Bij mijn favoriete crêperie bestel ik een galette de sarrasin (oftewel een boekweitpannekoek) met artisjokbodems, ei en zongedroogde gemarineerde tomaten, zoals altijd. Maar dit keer hebben ze helaas geen artisjokbodems meer – of ik niet eens iets anders wil proberen? Ik bekijk de lange lijst die vrijwel uitsluitend bestaat uit vleesproducten en me dus weinig keus laat. Goed, zeg ik, doe er maar een met rucola en geitenkaas.
Hoe vaak ik het ook aanschouwd heb, het blijft een plezier de vakkundige handelingen van de chef te volgen;  hij smeert het beslag flinterdun uit en keert de crêpe op precies het juiste moment om zonder hem te scheuren. Daarna belegt hij hem royaal, zo royaal dat ik protesteer: zoveel kaas kan niemand toch eten!
Maar ik heb te zacht en bovendien te laat gesproken. De enorme blokken geitenkaas liggen al te smelten en voor ik het weet houd ik een hete met servetten omwikkelde maaltijd in handen waarmee ik naar het Jardin du Luxembourg wandel. Daar zoek ik een stoel in de zon en begin ik te eten, of beter gezegd: daar begin ik de strijd. Want hoe eet je een galette met lange slierten groen en enorme door kaas aan elkaar klevende happen? Ik probeer het voorovergebogen, met de benen uit elkaar en werk de rucola naar binnen zoals kinderen spaghetti slurpen.
Het blijft niet onopgemerkt. Op een afstandje leggen twee fotografen aan en nemen me onder vuur. ‘Merci!’ roep ik, in mijn trots gekrenkt. Ik mag hopen dat ze volgende keer gewoon weer artisjokbodems hebben.

In: Het alledaagse leven — @ CP 10/05/2010

Filosofie Scheurkalender 2010 (13)

9789085712169‘Zonder verhaal is er geen schuld.’
(Margaret Atwood, Payback, 2008)

In de tot een boek omgevormde serie lezingen getiteld Payback, verkent Atwood de geschiedenis van ons begrip ‘schuld’. Hoe en waarom is ons systeem van lenen en terugbetalen ontstaan?
Atwood gaat ver terug in de tijd, vergelijkt verschillende culturen en concludeert dat schuld uitsluitend kan bestaan, omdat wij een aangeboren gevoel van rechtvaardigheid hebben. Niet iedereen gedraagt zich eerlijk, betaalt zijn schulden terug of vraagt redelijke rentevergoedingen, maar iedereen begrijpt dat wie een klap verkoopt, een klap terug kan verwachten.
Toch zijn we er nog niet met een gevoel van rechtvaardigheid. Het concept ‘schuld’ veronderstelt ook een geheugen. Zonder een goed geheugen of een boekhouder die alles op papier zet, zullen schulden vergeten worden en daarmee ophouden te bestaan. Iedere schuld heeft een verhaal, een plot waarin verteld wordt wie jij bent, wat je van wie geleend hebt en onder welke voorwaarden. Zonder dat verhaal bestaat de schuld niet.

In: Filosofie — @ CP 07/05/2010