Athene (3)

metropolitan_cathedral_of_athens_interior_011In het land waar Pallas Athene eeuwenlang is vereerd, buigen de meeste mensen nu hun hoofd voor de heiligen van de Grieksorthodoxe kerk. Nieuwsgierig naar hun praktijken stapte ik, met bedekte schouders, de kathedraal in.
Religies fascineren me. Op psychologisch niveau en door hun symboliek, twee aspecten die uiteraard met elkaar samenhangen. Gewend aan de op de borst en het voorhoofd geslagen kruisjes en de halfslachtige buiginkjes die katholieken elders in Europa maken, was ik verbaasd de toewijding van de Grieken te zien; voor iedere afbeelding of plakkaat bleven ze murmelend staan en gaven er vervolgens een kus op. Geen zoen in de lucht, maar een echte kus. Alle schilderijen van Jezus, Maria en de andere (half)goden gingen derhalve verborgen achter smoezelig glas met lipafdrukken. Ik ben benieuwd wat er gebeurt als er hier een keer een dodelijk griep uitbreekt.
De kerk zelf was ook de moeite waard, met draken, sfinxen en een afbeelding van een vrouw die verdacht veel op Pallas Athena leek (die zelf overigens weer verdacht veel op Isis leek, een Egyptische godin die we tegenwoordig vooral kennen in de vorm van het Vrijheidsbeeld in de haven van New York). Achter het altaar troonde een stralende in goud afgebeelde piramide, hèt embleem van de Illuminati.
Heerlijk zo’n religie, die zich niets aantrekt van waar een god of symbool vandaan komt en alles incorporeert dat tot de verbeelding spreekt. Het enige verschil tussen de oude en nieuwe verhalen is immers de status: een scheppingsverhaal is een geloof zolang er gelovigen zijn. Zodra de laatste ophoudt in het verhaal te geloven wordt het een mythe.

In: Het reizende leven — @ CP 29/04/2010

Athene (2)

Op de ranglijst van dieronvriendelijke landen staat Griekenland op nummer een. Dat vermeldde de Volkskrant onlangs en ik vroeg me toen af waarom. Na mijn bezoek aan het land kan ik melden dat het waarschijnlijk niet is vanwege de miljoenen grilrestaurants en de overmatige vleesconsumptie. En evenmin wegens overbevissing of het op de stenen mals slaan van gigantische octopussen. Nee, Griekenland staat op nummer een vanwege de wreedheid jegens dieren die door de rest van Europa vertroeteld worden.
Zodra ik mijn hotel verliet, struikelde ik over de dakloze honden en katten op straat. Sommige dieren liepen mank of krabden aan een etterende wond. Andere lagen futloos op de stoep in de zon en namen niet eens de moeite hun kop op te heffen wanneer ik voorbij liep. De meeste blaften of miauwden venijnig wanneer ze  van een terras geschopt werden. Twee maal zag ik een auto tegen een hond aanrijden zonder dat iemand ervan opkeek.
Ik houd helemaal niet van huisdieren, maar de taferelen in Athene grepen me naar de keel. Blijkbaar ben ik eraan gewend dat wreedheden jegens dieren (varkens, kippen, geiten) buiten mijn zicht plaatsvinden.  Het geschop van verwaarloosde beesten vond in Athene echter in het daglicht plaats en ik vermoed dat  Griekenland om die reden op de nummer een van de ranglijst staat.
Gelukkig bleken er ook dieren te zijn die in de oprukkende stad hun eigen habitat hadden behouden: op de heilige heuvel van de Acropolis wemelde het van de graskauwende schildpadden. Wie hun bewegingen een poosje volgt, voelt zich geheid onthaast.

P.S. Vegetarisch eten in Athene was overigens geen probleem. Op de gemiddelde menukaart stond tzatziki, auberginedip, gegrilde paprika, spinazie-met-feta-pasteitjes, gele erwten hummus, bietensalade met walnotenknoflookpesto, gefrituurde courgetteburgers, bonen-in-tomaten-stoofpot en gevulde wijnbladeren. En omdat de Grieken zelf ook vaak gerechten als tapas bestellen, keek geen ober vreemd op wanneer we vijf voorgerechten namen en het daarbij lieten. Wel bleken de enorme hoeveelheden olijfolie gevaarlijk: na drie dagen liepen mijn man en ik met puistjes rond.

In: Het reizende leven — @ CP 28/04/2010

Athene (1)

957920815_db5d73fecd_mNatuurlijk was ik in Athene om de Acropolis te zien. Drie jaar Grieks op de middelbare school en meer dan vijftien jaar interesse in mythologie hadden me nieuwsgierig gemaakt. Maar met de crisis voortdurend in het nieuws was ik ook benieuwd naar het huidige Griekenland: hoe zichtbaar of voelbaar was hun failliet?
Er werd flink gedemonstreerd voor het parlement, muren, telefoonpalen en elektriciteitshuisjes zaten onder de graffiti en talloze huizen (en soms halve straten) waren opgeofferd aan het verval. En toch was de sfeer op straat gemoedelijk en leek de nationale trots in tact. Zelfs de politie liet de massa’s (illegale) immigranten die overal hun waren aanboden grotendeels met rust, zodat de souvlaki’s en handtassen zij aan zij werden verkocht.
In de zes wijken waar ik doorheen wandelde, zaten de Grieken van ’s morgens vroeg tot ver in de avond druk pratend op terrassen met ijskoffies in handen, die overal voor de afgesproken prijs van vier euro per stuk werden aangeboden. Uit de gesprekken die ik her en der aanknoopte, leerde ik dat het leven er met de euro een stuk duurder op was geworden, maar dat dit niemand ervan weerhield om veelvuldig uit te gaan.
Het failliet was volgens de meesten vooral te wijten aan mismanagement: honderdduizenden zelfstandigen hoefden in het verleden geen administratie bij te houden en konden derhalve bij de belastingen declareren wat ze wilden, evenzoveel ambtenaren konden na twintig of vijfentwintig jaar dienst met pensioen (op 50 jarige leeftijd dus) en de corruptie tierde welig. Dat er iets moet veranderen, daar leek iedereen het over eens, al wilde uiteraard niemand daar zelf de dupe van worden.
Als kind van het Noorden trok ik mijn wenkbrauwen op bij de laksheid die de Grieken tentoonspreidden. En als kind van het Noorden voelde ik tevens een steek van jaloezie: aan de voet van de Acropolis ging het echte leven gewoon door.

In: Het reizende leven — @ CP 27/04/2010

Filosofie Scheurkalender 2010 (11)

9789085712169‘Musicale creatie aan de ene kant, een machine om te kwellen en vernederen aan de andere kant: het beste en het slechtste waartoe mensen in staat zijn.’ (J.M. Coetzee, Diary of a bad year, 2007)

De Nobelprijswinnaar Coetzee vindt in iedere roman een manier om zijn engagement te tonen en tegelijk een spannend verhaal te vertellen. In Diary of a bad year laat hij een alter ego aan het woord, een ouder wordende schrijver die verliefd wordt op een sensuele jonge vrouw die in zijn appartementencomplex woont. De schrijver werkt via een dictafoon aan een boek, dat de jonge vrouw uittypt en de lezer van deze roman te lezen krijgt.
In dat boek geeft hij zijn mening over terrorisme, Guantanamo Bay en nationale schaamte. De schrijver vindt het buitengewoon dat de Verenigde Staten martelingen toepast en dat niet meer Amerikanen zich de ogen uit hun kop schamen vanwege het beleid van hun overheid. Hoe kunnen zij de eer van hun land redden? Door zelfmoord? Door het wanstaltige regime te vermoorden?
Misschien kan de eer van Amerika alleen gered worden door het tegengestelde op te roepen: trots. Misschien moet men iets doen wat een hernieuwde trots op de Verenigde Staten kan rechtvaardigen: een symfonie schrijven bijvoorbeeld, die ieders hart en ziel beroert. Want de mens is tot het slechtste in staat, maar ook tot het beste.

In: Filosofie — @ CP 23/04/2010

Filosofie Scheurkalender 2010 (10)

9789085712169‘Lelystad was de bekroning van de vaderlandse strijd tegen het water.’  (Joris van Casteren, Lelystad, 2008)

In het alom geprezen boek Lelystad toont Van Casteren hoe de hoopvolle dromen voor de eerste nieuwe polderstad van Nederland stukslaan op ondoorgrondelijke bureaucratie en wanbeleid. De progressieve en goed bedoelde plannen van pioniers monden uit in een grijs en droevig crimineel bolwerk, met vierkante huizenblokken, betonpleinen en troosteloze hofjes. Wat een bekroning moest zijn van de vaderlandse strijd tegen het water, een ideale voorbeeldstad, werd een dieptepunt in de geschiedenis van de planologie.
Van Casteren wijst geen schuldigen aan en laat zich evenmin verleiden tot een alomvattende theorie. Wel doemt er uit zijn boek een these op: in een stad die vanaf de grond wordt opgebouwd en dus geen geschiedenis heeft, wordt de menselijke maat uit het oog verloren.

In: Filosofie — @ CP 16/04/2010

Facebook droom

Vannacht zag ik een bericht op Facebook. Ene Jan van Mersbergen maakte een cynische opmerking die ik me niet meer herinner, maar die naar een gebeurtenis verwees waarover ik nog niets had gehoord, wat me uiteraard nieuwsgierig maakte. Even later verscheen een kritische post van iemand genaamd Joost Zwagerman: een collega van hem zou wel eens diep in de problemen kunnen zitten – je wist het maar nooit met die dubbellevens van auteurs.

Het volgende moment zag ik het boekenbal door de camera van een persjournalist. De jongste zoon (13) van de schrijver die mogelijk in de problemen zat werd geïnterviewd. ‘Als je vader niet komt opdagen, kan de schuld naar zijn kinderen verlegd worden. Ben jij bereid voor je vader naar de gevangenis te gaan?’ De jongen straalde onverschilligheid uit. ‘Ik was nog niet eens zijn bord af ‘s morgens.’

De camera toonde vervolgens een ondergrondse en illegale champignonfabriek waar mannen in labjassen met injectiespuiten rondliepen. Ze verrijkten de grond waarin de champignons groeiden met een speciale formule vol vitamine B6. Op deze plek werd de tweede zoon (16) geïnterviewd. ‘Wat wij hier doen gaat het gemiddelde verstand te boven,’ zei hij, ‘Niks illegaal, maar vernieuwend.’ Ondertussen werd de schrijver in kwestie geboeid afgevoerd.

Om wie het ging? Twee weken geleden publiceerde hij een nieuwe roman waarover hij op Facebook veel heeft geschreven. Ik heb hem nog nooit ontmoet en volgens mij heeft hij helemaal geen twee zonen.

In: Het alledaagse leven — @ CP 15/04/2010

Een doordeweekse dag

8.30 Ik rek me uit en kijk door het raam. Blauwe luchten of grijs? Als het regent, heb ik dat al aan het getik op mijn dakraam gehoord. April doet wat ie wil: schapenwolkjes.

9.00 Een glas citroensap, het bed opmaken. En geen afwas, want gisterenavond gingen we uit eten met de man van Montreal. In gedachten droom ik verder.

10.00 Tijd voor de krant en de e-mail. Facebook en De Papieren Man. Of noodzakelijke administratieve rompslomp. Een vriend stelt voor in juli naar Sicilië te gaan, zodat ik allerlei verhalen op internet over dat eiland ben gaan lezen. Ik wil!

11.00 Ontbijt. In mijn huis bestaat dat vaak uit boekweit met fruit en een liter groene thee. Wilde mango, peer en walnoten; ik kan het iedereen aanbevelen.

11.30 Mijn werkdag begint en ik tik dit berichtje. Daarna open ik het document dat uiteindelijk een roman moet worden. Op dit moment is het nog een veelkoppig monster van hoofdstukken, fragmenten en aantekeningen. Soms raak ik in de chaos de weg kwijt. Dan denk ik: in minder dan 500 pagina’s lukt het me niet. En soms schrijf ik soepel een hoofdstuk waarin ik zoveel draden verweef dat het dichtheid en compactheid belooft. Iedere dag een stapje verder. Schrijven is toewijding en vertrouwen hebben dat de roman zich uiteindelijk wel kristalliseert.

Over ongeveer acht uur (onderbroken door een yoga sessie en een lunch) zal ik mijn pen weer neerleggen. Dan begint mijn avond met een goed glas Italiaanse wijn.

In: Het alledaagse leven — @ CP 14/04/2010

Filosofie Scheurkalender 2010 (9)

9789085712169‘Mogelijk heeft schrijven te maken met duisternis en met een verlangen, of wellicht een dwang, om erin binnen te dringen, en, als het meezit, het te verlichten en er iets van mee terug te nemen, het daglicht in.’
(Margaret Atwood, Negotiating with the dead, 2003)

In de essaybundel Negotiating with the dead spreekt Atwood over haar eigen professie: het schrijverschap. In haar lange carrière is haar vaak gevraagd waarom ze schrijft en in deze bundel onderneemt ze een poging een antwoord te formuleren.
Ze begint met een lijst van motieven die zij en haar collega-schrijvers noemen wanneer ze met de waaromvraag worden geconfronteerd. Het brengt haar niet ver, omdat iedereen een andere reden lijkt te hebben. Auteurs schrijven onder andere om de wereld te spiegelen, uit liefde, om zichzelf te plezieren, uit protest.
Atwood inventariseert vervolgens de antwoorden op de vraag hoe het voelt om te schrijven, en die inventarisatie toont dat schrijvers wel degelijk iets met elkaar gemeen hebben: bijna alle ondervraagden vergelijken hun werk met het binnengaan van een donkere ruimte. Voordat zij aan een boek beginnen, weten zij niet precies wat er zich in die ruimte bevindt, maar tijdens het schrijven dalen ze erin af en wordt de ruimte steeds iets meer verlicht. Het brengt Atwood tot de voorzichtige conclusie dat schrijven te maken heeft met het donker en met het verlangen of de impuls om in dat donker af te dalen en er elementen uit mee naar boven te nemen.

In: Filosofie — @ CP 09/04/2010

Salto Mortale in De Leeswolf

wolf_2010_2De Leeswolf (februari 2010):
‘De merites van dit uiterst leesbare boek schuilen in de geslaagde filosofische passages en de uitgesproken anticynische ontknoping.’

Lees de volledige recensie hier.

In: Nieuws — @ CP 04/04/2010

Salto Mortale in Vrouwen van Nu

vrouwenvannnuVrouwen van nu (februari 2010):

‘Een spannende roman die je in een ruk uitleest.’

Lees de volledige recensie hier.

In: Nieuws — @ CP