Filosofie Scheurkalender 2010 (8)

9789085712169‘Het genot ontstond door het te intense bewustzijn van de eigen degradatie.’ (Fjodor Dostojevski, Aantekeningen uit het ondergrondse, 1864)

Volgens de verteller van Aantekeningen uit het ondergrondse is een te groot of te sterk bewustzijn een ziekte. Een mens zou voor zijn dagelijkse handelingen aan een simpel bewustzijn genoeg kunnen hebben. Maar ontwikkelde mensen, zoals hij, kunnen zich niet onttrekken aan wat een geweten wordt genoemd. Zijn geweten is zijn ziekte en toch is hij er trots op.
Hij is trots, omdat hij zich bewust is van het perverse van zijn gedrag. Hoe meer hij zich bewust is van het goede en schone, hoe meer hij de neiging heeft zich in het moeras te dompelen. Lange tijd heeft hij zich hiervoor geschaamd – hij was niet normaal, een mens die uit zichzelf tot het slechte neigt, is niet normaal. Maar naast schaamte voelde hij ook genoegen. Hij kon ervan genieten, omdat hij zich volledig bewust was van zijn eigen degradatie.
Wie op de bodem ligt, kan niet meer zinken. En wie niet kan zinken, voelt zich licht, zo licht, dat misère in zijn tegendeel omslaat en iets wordt om van te genieten.

In: Filosofie — @ CP 31/03/2010

A Serious Man

poster-the-coens-a-serious-man1In A Serious Man, de laatste film van de gebroeders Coen, wordt het leven krachtig samengevat in een zin die op verschillende momenten wordt herhaald: ‘I didn’t do anything!’ (of de variant: ‘I haven’t done anything.’)

De serieuze man om wie het gaat heeft niets gedaan en toch wil zijn vrouw van hem scheiden, krijgt hij de maandelijkse selectie van de Colombia Recordclub thuis gestuurd en ontvangt het bestuur van de universiteit waarop hij werkt anonieme klachten over zijn gedrag. Om je leven op zijn kop te zetten, hoef je blijkbaar niets te doen. De beslissingen die anderen nemen, zorgen voor genoeg opschudding.

Of wordt er gesuggereerd dat iemand die altijd probeert het goede te doen zichzelf juist tot een speelbal maakt? Misschien niet, want op het moment dat de serieuze man door de knieën gaat en een handeling uitvoert die hij eerder principieel heeft afgekeurd, gaat op onheilspellende wijze de telefoon. Aan de lijn is zijn lot, klaar om hem nog eens extra te straffen. Wat een ijzersterke dubbelzinnige film!

In: Kunst en cultuur — @ CP 29/03/2010

Na afloop leefde iedereen op

Gisteren op het Institut Néerlandais was een kleine, maar voorname groep mensen verzameld. Drie schrijvers, Charlotte Mutsaers, Stefan Brijs en Tomas Lieske waren uitgenodigd om te komen praten over…ja, over wat precies? Twee intelligente critici, de een van Le Monde Raphaelle Rérolle, de ander van de NRC Margot Dijkgraaf, waren gevraagd om de schrijvers  te interviewen. In het publiek van pakweg vijftig geïnteresseerden ontwaarde ik onder andere Hugo Brandt Corstius, Henk Pröpper en Hugo Siblesz (onze Nederlandse ambassadeur hier in Parijs).  De verwachtingen waren hoog gespannen.

Het officiële gedeelte van de avond duurde twee uur, twee uur waarin ik wachtte tot het allemaal echt zou beginnen. Hoe kon een avond met zoveel talent zo verzanden in oppervlakkigheden? Dit is geen cynisme, maar oprechte verbazing. Ik begrijp het niet. Lag het aan mij, had ik weer eens te veel verwacht? Of greep niemand daar achter die tafel de kans om iets diepzinnigs te zeggen? Iets waar ze zeker wel toe in staat waren, als ik op de teksten en romans mag afgaan die ze geschreven hebben.

Op eerdere literaire avonden die ik bijwoonde, gebeurde er altijd iets; een schrijver kwam ter plekke tot een bepaald inzicht en deelde dat met het publiek, auteurs gingen – onder de verbaasde blikken van moderatoren – ineens met elkaar in discussie, of er ontstond buiten het geplande thema om een boeiende dialoog tussen auteur en vertaler.

Gisteravond bleef ik wachten. De presentatie van Brijs was onderhoudend en de voorgelezen fragmenten waren mooi en wel gekozen, maar toch veerde ik nergens op. Als iemand de avond gered heeft, was het wellicht Mutsaers die met haar scherpe opmerkingen en laconieke reacties de lachers op haar hand kreeg. En daarna was er Belgisch bier en een buffet en prees mijn Finse buurvrouw, die voor een keer met me mee was gekomen, de gezelligheid van de Nederlanders. Want ja, na afloop leefde iedereen op.

In: Het literaire leven — @ CP 27/03/2010

Nieuwsgierig

Deze week begin ik aan het derde deel van mijn vijfdelige vierde roman. Voor het eerst schrijf ik een boek van begin tot eind. Min of meer dan, want in het eerste deel heb ik expres gaten laten vallen, zodat er ruimte blijft om na het schrijven van de andere delen subtiele vooruitwijzingen te maken. En omdat ik nu nog niet weet hoe kort of uitgebreid iets daar al aan bod moet komen.
Ook heb ik lange fragmenten geschreven voor latere delen, al weet ik niet zeker of ik die ergens zal kunnen plaatsen. Soms gaat een verhaal namelijk een kant op die ik niet in de hand heb en ook niet in de hand wil hebben.  Een boek dat volledig is uitgedacht en strak volgens plan wordt uitgewerkt is te saai om te schrijven en daarom waarschijnlijk ook te saai om te lezen. Lang leve de verrassing, de spontaniteit, de inspiratie. Met andere woorden: ik ben nieuwsgierig naar hoe dat derde deel van mijn roman zich gaat ontwikkelen.

In: Het literaire leven — @ CP 25/03/2010

Lucifer

connie_palmen_en_d_161257aEn toen las ik dus Lucifer, een strak gecomponeerde, helder geformuleerde en aangenaam spannende roman. Niet de roman waarop ik na het lezen van Palmens poëtica hoopte (zie hier), maar ik verwachtte natuurlijk weer te veel. Ik wilde een nieuwe De Toverberg lezen, een nieuwe Schuld&Boete, en nee dat was Lucifer niet, al was er wel weer veel moois in deze roman te vinden, zoals wat in het boek de Ate-notie wordt genoemd:
‘Gebeurtenissen vinden plaats bij gratie van hun verhaalbaarheid.’
Zo ervaar ik dat ook in mijn leven. Als ik niet over mijn leven spreek of schrijf, overkomt me niets meer, alsof ik uitsluitend iets meemaak om erover te kunnen vertellen. Ook de distinctie tussen drama en tragedie was prachtig:
‘Een drama is erg, maar niks aan te doen. Een tragedie is erg, omdat iemand een stomme fout heeft begaan.’
Toeval versus schuld, waarop de schrijver in wie de lezer Harry Mulisch zal herkennen antwoordt:
‘Ongeluk verraadt een gebrek aan talent en de literatuur is zingevend en maakt dus korte metten met het toeval.’
Lucifer zelf staat bol van de betekenisvolle coïncidenties, het vormt de stof waarvan de roman is gewoven. Hoe iemand A zei, een dag voordat B gebeurde, hoe iemand C schreef,  vlak voordat D dood neerviel. De opwinding die Palmen gevoeld moet hebben bij het ontdekken van een ‘patroon onder de woekerende chaos van de werkelijkheid’ is evident en heeft ze deels op mij kunnen overdragen. Zo lang ik las was ik in de ban, toen ik het boek dichtsloeg was het weg.

In: Het literaire leven — @ CP 23/03/2010

Lenterige lichtheid

spaghettiOp een terras waar meer dan dertig Parijzenaren en toeristen zijn neergestreken, loopt een mager meisje rond met een enorm serveerblad. Op deze onverwacht mooie dag staat ze er alleen voor en van haar illusieloze blikken leid ik af, dat ze het heeft opgegeven om haar cliënten tevreden te  stellen. Alleen voor het hoogst noodzakelijke is ze beschikbaar: bestellingen opnemen, tafels afruimen en gerechten serveren die de keuken heeft uitgespuugd – ze doet het op de automatische piloot zonder te geloven dat iemand er beter van wordt. Verzoeken om waterkaraffen en extra servetten negeert ze. Evenals de klachten over het lange wachten.
Mijn man en ik bestellen twee glazen crianza en twee borden Spaanse soep met spelt en bonen. Haast hebben we met deze lunch niet. Het is weekend, we zitten buiten en hebben gespreksstof genoeg. De wijn is op voordat de soep op tafel staat, een soep die in kleine kommen is geserveerd en op bouillon lijkt. Pas na het oplepelen ervan beseffen we dat het beloofde brood niet is meegekomen. Ondanks onze honger besluiten we niet opnieuw iets te bestellen – we gaan later wel ergens een bakkerij in. Of niet.
De volgende stop blijkt een nieuwe wijnwinkel te zijn, die op deze zonnige zaterdag spontaan besluit tot een proeverij van biologische cuvées.  Uiteraard zeggen we geen ‘nee’, we hebben immers nog steeds geen haast. De eigenaar is uiterst gul met de scheuten alcohol en op de weg terug naar huis lopen we minder recht dan gewoonlijk, al is het nog geen zwalken te noemen.
Voor de deur van onze vaste enoteca staat onze cavist met zijn armen over elkaar – op ons te wachten lijkt het wel. Hij biedt ons een glas prosecco aan dat we niet kunnen weigeren. De lenterige lichtheid van de dag bereikt zijn hoogtepunt als mijn man besluit om thuis de eerste fles rosé van dit voorjaar open te trekken. En daarna maken we maar gauw wat te eten klaar; spaghetti pomodorini met tien tenen knoflook. Zwaar voel ik me voorlopig niet.

In: Het alledaagse leven — @ CP 21/03/2010

Het geluk van de eenzaamheid

HofreisIk was vijftien toen ik De Wetten las en begreep dat de Nederlandse literatuur meer te bieden had dan Wolkers. Voor die tijd had ik mijn heil gevonden in Kundera en Kafka, in vertalingen die een wereld toonden die me bekend was, al had ik er nooit een voet gezet.

Pas na De Wetten vond ik mijn weg naar Mystiek Lichaam en Rituelen en naar al die andere prachtromans die onze taal heeft voortgebracht. Op de universiteit verliet ik het pad van de Nederlandse literatuur weer om auteurs als Coetzee en Pamuk te bestuderen. Ook Palmen keerde ik de rug toe. Ik las haar volgende romans wel en waardeerde ze ook, maar de indruk die De Wetten op mij had gemaakt, bleef uit. Haar laatste Lucifer staat om die reden nog ongelezen op de plank.

Niet voor lang waarschijnlijk, want onlangs las ik haar essay Het geluk van de eenzaamheid waarin zij over het wezen van de roman schrijft. Hoewel ik het niet altijd met haar eens was, raakten haar woorden me,  letterlijk:  ze bewogen me fysiek, gaven me vlinders in mijn buik en een kloppend hart. Soms brak mijn enthousiasme door mijn concentratie heen, zodat ik het lezen moest staken, precies zoals tijdens De Wetten.

Marie de Niet was het eerste personage waarin ik mijn fundamentele eenzaamheid herkende en Palmen werd daardoor de eerste schrijver die mijn vage en kinderlijke verlangens concreet maakte: ik wilde schrijver worden en ik zou schrijver worden, zij was het bewijs.

Het geluk van de eenzaamheid
verbindt me opnieuw met deze auteur: dezelfde thema’s, dezelfde doelstellingen. Toen ik begon met schrijven, durfde ik niet te zeggen waarop ik hoopte. Ik was bang dat mensen het arrogant zouden vinden wanneer een jonge debutante verkondigde dat ze een roman had geschreven om mensen een nieuw verhaal te geven dat hen zou helpen om zich van oude en vastgeroeste verhalen te ontdoen. Maar inmiddels geloof ik, dat zonder de intentie om de blik van je lezers te veranderen, je net zo goed niet kunt schrijven. Ik kan het alleen nog niet zo scherp uitdrukken als Palmen: ‘Het enige waarin ik geloof is in de macht van de roman, in zijn vermogen de enkeling te sterken in de kunst en het geluk van de eenzaamheid, en daarmee zijn weerbaarheid tegen dogma’s, conventionele verhalen en clichés te vergroten.’

In: Het literaire leven — @ CP 19/03/2010

Praatstad

buttes1
Mijn broer en ik doorkruisen de stad. Van Montparnasse naar Hôtel de Ville en Places de Vosges. Of we zijn ambitieuzer en wandelen vanaf de linkeroever eerst naar het park Monceau en vervolgens over de lange boulevard Hausmann naar het park Buttes Chaumont. De zon verwarmt onze ruggen en schijnt ons soms recht in het gezicht, maar de handschoenen blijven aan.

In gedachten zijn we op een boot in Zeeland of in een keuken of een tuin, want herinneringen domineren onze gesprekken. Parijs blijft daardoor een decor. De statige huizen, uitbundige kerken en gevels vol kleuren en letters verdwijnen op de achtergrond. Een goed decor dringt zich niet op.

Soms sta ik stil en knijp in zijn arm. ‘Kijk eens,’zeg ik dan en zijn ogen gaan open. We staan voor de Notre Dame of steken een beroemde laan over. Hij geniet en ik ook: al woon ik al tien jaar in deze stad, ik blijf hem bewonderen. Zodra een van ons het woord herneemt, schikt de omgeving zich weer naar zijn positie. We raken heel lang niet uitgepraat.

In: Het alledaagse leven — @ CP 17/03/2010

Brief aan mijn jongere zelf (3)

Boekenweek 2010
Titaantjes - Opgroeien in de letteren.


Lieve Claire,
Het is tijd voor een bekentenis. Jouw bekentenis. Je hebt het al jaren uitgesteld, omdat je denkt dat het veiliger is te zwijgen. Zo lang jij nog niets hebt uitgesproken, zal niemand iets van je verwachten.
Het is alleen niet waar: mensen verwachten altijd iets van je, of je hen nu wat belooft of niet. En daarom is het beter zo snel mogelijk een bekentenis te doen, zodat ze geen dingen gaan verwachten die je helemaal niet wilt waarmaken.
Ik weet wat je denkt, dat als je het uitspreekt, je niet meer kunt terugkrabbelen. Dat jij iemand van je woord bent. Des te beter. Een motivatie erbij. Een stap dichter bij je doel.
Het zal bovendien niet de eerste keer zijn. Als kind heb je het al tegen iedereen geroepen die het wilde horen. En denk maar niet dat de bewijzen van je vroege bezigheden verloren zullen gaan. Onze moeder bewaart alles, zelfs de sullige briefjes die je voor haar op het aanrecht achterlaat.
Dus kom er nu maar gewoon voor uit. Je bent veel te serieus geworden, veel te calculerend. Spelen moet je, want garantie op succes heb je nooit. En wat is uiteindelijk vervelender: vallen en opstaan met een kloppend hart of met rechte rug en lege blik hoge ogen gooien?
Ik heb gewacht tot ik uiteindelijk midden op een piazza in tranen uitbarstte omdat het verlangen een roman te schrijven me ineens overweldigde. Zolang hoef jij toch niet te wachten?
Tot zover en liefs, CP

In: Het literaire leven — @ CP 15/03/2010

Brief aan mijn jongere zelf (2)

Boekenweek 2010
Titaantjes - Opgroeien in de letteren.

Lieve Claire,
Laat ik het er maar meteen uitgooien: je bent een aanstelster, een fanaticus, een lijf geworden cliché. Sta onmiddellijk van die keukenvloer op en haal het plakband van dat apparaat. ‘Nestor Martin’ is het merk van een oven. Half afgedekt wordt het niet de naam van je toekomstige vriend.
Ik weet dat dit je eerste grote verliefdheid is, die natuurlijk in geen velden of wegen beantwoord wordt en dat ik daarom mild moet zijn. Meisjes worden nu eenmaal verliefd, zeker op jongens die jaren ouder zijn. Het onvermijdelijke liefdesverdriet is straf genoeg.
Maar ik weet wat er komen gaat. Dat het na die eerste verliefdheid niet ophoudt. Ik weet dat jij in pauzes naar jongens gaat staren, dat je briefjes in hun brievenbus zult doen, dat je ellenlange passages in ons dagboek zal schrijven over welke jongens wel of geen gevoelens voor jou zouden kunnen hebben en welke jongens wel of geen verlangens in jou wakker roepen. Ik weet dat je uren, dagen, weken en maanden van je tijd zult verdoen met de meest stupide activiteiten en ik weet ook dat die later geen enkele waarde meer zullen hebben voor wie jij ondertussen geworden bent.
Ik wil je dus waarschuwen. Als je de liefde wilt leren kennen, sluit je dan op in je kamer met een stapel boeken. Lees Werther. Lees Madame Bovary. Lees Wuthering Heights. Ze zullen je meer over de liefde vertellen dan al je loze hartstochten bij elkaar.
En misschien is het niet verstandig dit te verklappen, maar uiteindelijk komt het allemaal goed: aan het einde van je studie kom je hem tegen en het zal liefde op het eerste gezicht zijn. Wederzijds.
Tot zover en liefs, CP

In: Het literaire leven — @ CP 12/03/2010