2 December 2009

Wederom zal ik aanwezig zijn op de Nederlandse borrel in Parijs, die dit maal op woensdag 2 december valt, wanneer het volle maan is. (Ik hoop dat de wolken weg blijven.)

De borrel van vorige maand viel enigszins in het water en daarom heeft de organisatie besloten mijn derde roman nogmaals in het middelpunt te plaatsen.

Ik zal iets over Salto mortale vertellen en er een klein stukje uit voorlezen en uiteraard zal ik na afloop exemplaren van de roman verkopen en signeren.

Vanaf 20.30 in Lavinia: 3, boulevard de la Madeleine, 75001 Parijs. (De eerste 40 aanwezigen ontvangen een gratis champagne tasting bij Lavinia op 10 december.)

In: Publieke Agenda — @ CP 28/11/2009

Roland Holst Huis

365

In augustus 2010 zal ik een maand in het Roland Holst Huis wonen om inspiratie op te doen en aan mijn nieuwe roman P. te werken. Uiteraard zal ik op dit blog verslag doen van mijn verblijf.

In: Nieuws — @ CP 27/11/2009

De laatste dagen van Emma Blank

52136Gisteren was ik aanwezig bij de (Franse) première van Les Dernières jours d’Emma Blank in Parijs. Het woord ‘première’ zou associaties kunnen oproepen van rode lopers en exclusiviteit, dus ik moet erbij vermelden dat het om een gewone bioscoop ging met gewone kaartverkoop. Wel waren de producent en de hoofdrolspeelster aanwezig die vooraf geapplaudisseerd werden en achteraf bevraagd. Uiteraard was het publiek vooral geïnteresseerd in ‘hoe het nou was’ om met Alex van Warmerdam te werken. De antwoorden waren tamelijk onthullend; Nederlandse eerlijkheid of simpelweg frustratie? De producent gaf toe dat het werk hem door het karakter van zijn broer de regisseur bijna onmogelijk werd gemaakt en de actrice Marlies Heuer bekende dat zij zich niet mocht voorbereiden of inleven en vooral precies moest doen wat haar verteld werd. ‘Er zijn natuurlijk maar weinig regisseurs van wie je zoiets pikt.’

Over de film zelf: boeiend, uitstekend geacteerd en met prachtige scenes, al vond ik het niet zijn beste film. Boven het sadisme en onder de humor leek er een laag te missen, maar dat lag misschien aan mij, want het filmfestival van Venetië gaf het drama de Europese Cinema Label prijs voor beste Europese film. (meer informatie: www.emmablank.nl )

In: Kunst en cultuur — @ CP 24/11/2009

De zestiende kapel

In de Parijse metro tussen Nation en Place d’Italie hoorde ik twee Engelse toeristen met elkaar spreken.

- Have you visited any churches while you were here?
- Yes. The pantheon. That is a church now. And the really big one.
- Notre Dame?
- No.
- Sacre Coeur?
- No.
- I believe it was the Sixteenth Chapel.
- Sixteen, like in the number?
- Yes, exactly.

In: Het alledaagse leven — @ CP 20/11/2009

Vrijdag de dertiende

Op vrijdag de dertiende tilde ik een volle fruitschaal van de tafel en schoot er een vlam in mijn rug die me onmiddellijk verstijfde. Dit niveau op de menselijke pijnschaal had ik nog nooit bereikt. In een hoek van negentig graden en zwaar steunend op mijn armen waggelde ik de twee meter van de tafel naar de bank en zakte neer. Eenmaal horizontaal daalde de pijn tot een niveau waarop denken mogelijk was: wat was er gebeurd en wat moest ik doen?
Mijn eerste gedachten waren nog niet zo rationeel: hier blijven liggen, hoe lang houd ik dat vol? Zonder verwarming of deken zou ik het koud krijgen, maar dat kon ik wel aan. Honger en dorst waren ook te overleven: in 36 uur zou mijn man thuis zijn. Het schoot me toen te binnen dat hij een week eerder zonder sleutel van huis was gegaan, zodat ik uiteindelijk alsnog van de bank af zou moeten komen om de deur te openen.
Tien minuten later (of misschien was het een uur) besefte ik dat ik binnenkort naar de wc moest en dat als er iets ernstigs met mijn rug aan de hand was, ik hier niet kon blijven liggen. Het vooruitzicht me te bewegen en de pijn op te voeren, sprak me echter niet aan. Ik verkende mijn mogelijkheden: waar was het dichtstbijzijnde communicatiekanaal? Het bleek mijn mobiel te zijn op vier meter afstand.
Ik herinner me niet hoe ik die telefoon te pakken heb gekregen – ik herinner me nog wel dat ik pas bij het horen van de stem van mijn liefste moest huilen en wel zo, dat het me een tijdje kostte hem uit te kunnen leggen wat er aan de hand was. Hij wilde dat ik meteen een ambulance zou bellen om naar het ziekenhuis te gaan en foto’s te maken. Ik vond dat wat overdreven – misschien moest ik eerst eens op internet zoeken, mijn schoonzus bellen (die fysiotherapeut is), een arts in de buurt vinden? Mijn hersenen begonnen al beter te functioneren.
Na twee sterke pijnstillers met codeïne, die in Ierland zonder recept te verkrijgen zijn en die wij voor noodgevallen op voorraad hebben, lukte het me de trap op te kruipen, naar het toilet te gaan en mijn computer aan te zetten. Geruststellende informatie bereikte me snel: het was hoogstwaarschijnlijk spit, extreem pijnlijk, maar weinig gevaarlijk.
Via de Gouden Gids vond ik de dichtstbijzijnde fysiotherapeut zodat hij/zij vast zou kunnen stellen dat er geen zenuwen bekneld lagen en er geen wervel was verschoten. Op het moment dat ik de afspraak maakte, wist ik nog niet hoe ik de 500 meter naar zijn praktijk moest overbruggen aangezien ik niet kon lopen. Ik had er echter vertrouwen in dat de oplossing zich wel zou aandienen.
Opnieuw: ik herinner me niet hoe ik het geflikt heb, maar een paar uur later lag ik op een behandeltafel, alleen… de fysiotherapeut bleek een alternatieve geneesheer te zijn. Nu ben ik erg voor alternatieve geneeswijzen, maar in situaties die uren eerder nog reacties opriepen van loeiende sirenes, stel ik mijn vertrouwen toch liever in een ‘gewone’ geneesheer.  In plaats van een geruststellende diagnose kreeg ik een reikibehandeling, die mijn pijn  verlichtte zonder mijn twijfels over mijn rug weg te nemen. Energie om naar een andere arts te gaan, ontbrak en dus keerde ik naar de bank in mijn huiskamer terug met het voornemen er niet meer vanaf te komen tot mijn man er zou zijn. Het waren nu nog  24 uur, die waren te overbruggen.
De rest laat zich misschien raden; na een paar uur rust met een warme kruik, kon ik de trap weer op en heb ik gewoon in bed geslapen. De volgende morgen was de pijn er nog, al was het merkbaar minder. Sokken aantrekken bleef onmogelijk en ook bukken, opstaan, verzitten en draaien ging niet zonder tranen. Toch was het duidelijk dat ik het drama van vrijdag zou overleven. Op het moment dat mijn man arriveerde, stond ik weer recht overeind met slechts één illusie minder: ook ik word oud.

In: Het alledaagse leven — @ CP 16/11/2009

White noise

white_noiseWhite Noise stond al jaren in onze boekenkast. Het was een van de weinige boeken die mijn man uit de Verenigde Staten had meegenomen toen hij in 1999 naar Parijs verhuisde. De rest van zijn collectie en alle eerste-drukken bleven voorlopig bij zijn ex en zag hij uiteraard niet meer terug.
Van Don Delillo las ik slechts één boek: Underworld en wie dat boek gelezen heeft, begrijpt dat Delillo een briljant schrijver is, maar ook erg Amerikaans. Ik vond het na die dikke pil wel even genoeg; je kunt niet van alle auteurs het gehele oeuvre lezen, soms blijft het bij een enkel werk of meesterwerk.
Maar op een dag was ik op zoek naar een ironische toon, een intelligente stem met wat sarcasme hier en daar. Ik opende tientallen boeken, bekeek Salinger, Auster, Murakami, Nooteboom. Ze boden me niet wat ik zocht. En toen opende ik White Noise.
Wow. Jaloersmakend. Ik moest het boek soms even wegleggen omdat ik te veel onder de indruk was om door te lezen. De constructie van de roman vind ik niet eens zo geslaagd en sommige personages bestaan enkel om een bepaalde theorie uit de doeken te doen, maar wat kan deze man schrijven.
Zijn kracht ligt vaak niet in een zin en zelfs niet in een paragraaf, het is de manier waarop hij alles aan elkaar rijgt. Voor de nieuwsgierigen hier toch een kort fragment:

“That night, a Friday, we ordered Chinese food and watched television together, the six of us. Babette had made it a rule. She seemed to think that if kids watched television one night a week with parents or stepparents, the effect would be to de-glamorize the medium in their eyes, make it wholesome domestic sport. Its narcotic undertow and eerie diseased brain-sucking power would be gradually reduced.”
(Uit: White Noise van Don Delillo)

In: Kunst en cultuur — @ CP 12/11/2009

Luiaard

Ik doe nu net alsof  ik druk aan het schrijven ben – en dat ben ik natuurlijk ook, maar ik was vooral aan het nadenken en dat zien mensen niet aan je. Ik typ deze woorden nu alleen omdat twee buurvrouwen buiten in het hofje staan en naar de wijnranken kijken om in te schatten of die de winter zullen overleven. En wanneer zij die wijnranken met hun ogen volgen, komen ze vanzelf bij mijn raam uit op de eerste verdieping waarachter ik zit, in mijn pyjama met mijn handen op het toetsenbord. Als ik maar wat zat te staren, zouden ze kunnen denken dat ze een luiaard in het hofje hadden, maar nu ik tik, weten ze dat er een schrijfster woont, die zo veel inspiratie heeft, dat ze meteen uit bed gaat zitten werken en pas later de tijd neemt zich aan te kleden.

In: Het alledaagse leven — @ CP

Minder dan 100%

Na een klacht bij onze internetprovider over onze trage verbinding heeft een helpdesk me instructies gegeven om een programmaatje te downloaden waarmee ik driemaal per dag onze snelheid kan testen. Op basis van de resultaten van een week zouden ze daarna wel of geen stappen ondernemen.
De testen van de eerste dag gaven meteen aan dat onze klacht geen onzin was: van de 18MB die ze beloofden, hadden we nog niet de helft tot onze beschikking, soms zelfs minder dan een kwart. En toch durfde het programmaatje de resultaten ‘voldoende’ te noemen. Sinds wanneer moet je als consument genoegen nemen met minder dan 100% van de betaalde diensten?
Ik zal ze aan het einde van de week voorstellen om in het vervolg ook de rekening half te voldoen, misschien doen ze dan iets harder hun best.

In: Het alledaagse leven — @ CP 10/11/2009

American Beauty

imagesZag net voor de zoveelste maal American Beauty.

In de eerste minuut telde ik visuele perversie, seksuele insinuatie, een doodswens en een doodsbedreiging. Zo moet je dus een verhaal beginnen als je een publiek bij de lurven wilt pakken.

Misschien moet ik het eerste hoofdstuk van mijn volgende roman nog eens herschrijven.

In: Kunst en cultuur — @ CP 09/11/2009

Tijdloos

Tien jaar geleden, toen ik van Parijs niet meer gezien had dan Place du Tertre en Le Tour Eiffel, was ik zo brutaal me in te schrijven voor een semester aan de Sorbonne. Wie filosofie studeerde, moest in het land van de Verlichting zijn, vond ik. Na mijn examens over Descartes en Rousseau zou ik met een opgepoetste ratio weer vertrekken. Ik had er geen rekening mee gehouden dat Parijs voor sommigen een Hotel California is: You can check out anytime you like, but you can never leave.
Parijs nam bezit van me en steeds opnieuw verlengde ik mijn verblijf. Er waren hindernissen in de vorm van woningnood, student-onvriendelijke prijzen en een Kafkaëske bureaucratie, maar de stad had mij betoverd en weerloos voegde ik me naar mijn nieuwe habitat. De plannen die ik voor de toekomst had gemaakt en waarin ik een proefschrift zou schrijven en naar Afrika zou reizen werden uitgesteld en uiteindelijk vergeten. Mijn leven was hier en ik leefde het alsof ik dat altijd al had geweten.
Soms herken je een verhaal dat je nog nooit hebt gehoord, staar je in het vertrouwde gezicht van een iemand die je nog nooit hebt ontmoet of voel je heimwee naar een plaats waar je nog nooit bent geweest. Déjà-vu noemen sommigen dat en er zijn talloze wetenschappers en denkers die er hun tanden op hebben stuk gebeten. Parijs was voor mij een déjà-vu dat niet meer ophield, alsof ik alles wat ik in die stad deed al eens eerder had gedaan. Of in ieder geval, alsof ik in de voetsporen van anderen trad.
In de nieuwbouwwijk waarin ik ben opgegroeid, en daarna in de arbeidersstad die ik niet begreep, vulde ik mijn agenda van morgen tot avond met vergaderingen, hobbycursussen, sportafspraken, culturele activiteiten en etentjes. Pas achteraf begreep ik dat het een poging was de leegte te vullen en mijn bestaan betekenis te geven. Want blijkbaar was bestaan alleen niet genoeg – ik voelde mij nergens mee verbonden.
Dankzij de werken van Mircea Eliade heb ik vermoeden gekregen waardoor dat komt. Voor de moderne mens lijkt de tijd een rechte lijn, van geboorte en groei, naar veroudering en dood. Voor de aarde is de tijd een cirkel, van dag naar nacht, van seizoen tot seizoen, een eeuwigdurende kringloop. Het is deze tegenstelling die volgens Eliade voor vervreemding kan zorgen. De primitieve mens leefde in het ritme van de natuur en had geen oog voor geschiedenis – hij vierde het nieuwe jaar om het oude weg te wassen. De moderne mens ontleent zijn betekenis aan het verleden en viert het nieuwe jaar om de toekomst te verwelkomen. Een toekomst die zonder plannen angstaanjagend leeg kan zijn.
Zodra ik me in Parijs had nestelde, voelde ik me opgenomen in een traditie die het overbodig maakte mijn leven vol te proppen, want mijn toekomst lag hemelsbreed niet zo ver af van het verleden van deze stad. Mensen hadden hier al tientallen eeuwen geleefd en mijn leven verschilde niet wezenlijk van dat van hen. Parijs was tijdloos, antiek, klassiek en modern tegelijk, maar ook: zich herhalend. De geschiedenis toonde, dat wat was geweest, kon terugkeren, en weer verdween. Parijs was in andere woorden niets nieuws onder de zon en juist daarom voelde ik me er thuis.
Resultaat was dat de concrete tijd me ontglipte en Parijs zelf soms naar de achtergrond verdween. De stad weerkaatste mijn leven, en de statige boulevards met hun prachtige gevels bleven onopgemerkt. Wanneer ik schreef, zweeg Parijs. Alleen als ik bezoek had of op een toevallige zondag een lange wandeling maakte, drong de schoonheid van de stad weer tot me door. En zo kwam het dat één kort semester ongemerkt tien jaar werd.
In het verleden zijn het onze herinneringen die de duur aangeven. In de toekomst zijn het onze verwachtingen. Maar in het heden is het onze aandacht die bepaalt hoe lang iets duurt. Parijs is voor mij een magistrale en tegelijk vanzelfsprekende dag waar geen einde aan komt.

In: Het alledaagse leven — @ CP 06/11/2009