Parijs komt weer tot leven. Vanmorgen op weg naar het park waar ik mijn dagelijkse rondjes loop, zag ik de eerste tekenen: rolluiken zijn opgehaald, ramen worden gelapt en in de etalages dragen de poppen weer kleren.
Parijzenaars die het zich konden veroorloven zijn de hoofdstad ontvlucht om bruin te worden in het Zuiden en keren nu na een lange zomer uitgerust terug. De sfeer is daarom uitermate positief. Het is als een mooie voorjaarsdag die iedereen de straat opjaagt, of als de eerste dag van het nieuwe jaar waarop mensen met goede voornemens de wereld ineens opgewekter tegemoet treden. Boekhandels presenteren de boeken van het seizoen, cafés en restaurants tonen hun nieuwe interieur en theaters bieden kortingen aan voor hun bomvolle programma’s.
Welkom. La Rentrée is hier.
Mijn nieuwe boek dat ik in het vervolg met P zal aanduiden, om hem niet te verwarren met Salto mortale, een roman die immers ook nieuw genoemd kan worden, heeft zijn eigen folder op mijn bureaublad gekregen. Met de losse documenten in de folder ‘Schrijven’ liep het uit de hand, want P bestaat uit 12 hoofddocumenten en een subfolder getiteld ‘overig’ waar nog eens 14 subdocumenten instaan.
De hoofddocumenten heten:
1. P (de titel van de roman)
2. Aantekeningen P
3. Fragmenten en zinnen
4. Aantekeningen naam van hoofdpersoon 1
5. Aantekeningen naam van hoofdpersoon 2
6. Aantekeningen naam van hoofdpersoon 3
7. Personages
8. Geschiedenis dorp
9. Synopsis
10. Structuur
11. Woorden en gezegden
12. Referenties
Het eerste document is geen probleem; dat is behalve een vage schets voor de indeling (die uitgebreider wordt toegelicht in ‘Structuur’) nog maagdelijk wit. De laatste 5 vormen eveneens geen probleem. In een paar pagina’s staat keurig opgesomd wat ik nodig heb om een begin te kunnen maken met schrijven. Het probleem zit hem in document 2 t/m 7, want die beslaan samen maar liefst 200 pagina’s.
Met de illusie dat ik een onderscheid kon maken tussen ‘aantekeningen algemeen’, ‘aantekeningen specifiek voor een personage’, ‘fragmenten algemeen’ en ‘fragmenten specifiek voor een personage’ heb ik verschillende documenten opgezet waarin ik mijn verbeelding kon laten gaan. Maar in een roman hangt natuurlijk alles met alles samen; een bepaald fragment heeft alleen betekenis op een bepaalde plek in het verhaal, na een bepaalde discussie die gevoerd is tussen twee personages die elkaar pas na een bepaalde gebeurtenis ontmoeten. Etcetera.
Indien u zich afvraagt wat ik deze weken doe, badend in het zweet in heet Parijs: ik construeer een roman vanuit mijn georganiseerde chaos.
Er is mij iets opgevallen.
Het begon met een column in de NRC van Gerrit Komrij, waarin stond dat hij zich in afgelegen Portugese dorpjes met een taxi verplaatst en waaruit ik opmaakte dat hij geen rijbewijs heeft. Het kreeg een vervolg op het weblog van Ted van Lieshout, waar genoemde schrijver bekende tot voor kort nooit een rijles gehad te hebben. Het verwierf kracht door de verslagen van Gebrand Bakker over zijn vertraagde en gemiste treinen die hem naar diverse lezingen moesten brengen en waaruit ik concludeerde dat ook hij niet kan rijden. Het won aan waarschijnlijkheid door de geschreven bekentenis van Maarten ’t Hart over zijn vergeefse pogingen een bewijs te halen. En het werd onontkenbaar toen iemand mij vertelde dat ook A.F.Th. nooit achter het stuur kruipt.
Het is een verdachte reeks, want behalve bovengenoemde auteurs, ken ik buiten mij niemand die nooit is afgereden. Ik bevind mij in goed gezelschap: schrijvers rijden geen auto.
Wie meer voorbeelden kent, wordt vriendelijk verzocht de namen in de comments achter te laten. (En tegenvoorbeelden bestaan natuurlijk altijd; die bewijzen niets….)
Boekpresentatie Salto Mortale op Manuscripta
dag: zondag 6 september
aanvang: 16.00
duur: 60 minuten
locatie: Flexbar, Westergasfabriek, Amsterdam.
Interview op Manuscripta
dag: zondag 6 september
aanvang: 14:45
duur: 30 min
locatie: Ketelhuis 2, Westergasfabriek, Amsterdam.
Het is stil in Parijs. Behalve de toeristen, die op voorspelbare plaatsen samendrommen, en de bewoners van de banlieu, die van Paris Plage genieten, is de stad verlaten. In mijn straat zijn de winkels en cafés tot het einde van de maand gesloten.
Ik geniet ervan, want de drukte van een grote stad is vermoeiend. Ruzies op straat, toeterende auto’s, ongeduld en frustratie. Af en toe vraag ik me af of ik niet beter naar het platteland kan verhuizen. Naar het verfrissende Bretagne, het dromerige Toscane of de geurige Provence. Ik kan er altijd vol inspiratie en zonder afleiding schrijven.
Zal ik de restaurants missen? De concertzalen? De bioscopen? Voor iemand die zelden haar huis verlaat en dus nauwelijks gebruikt maakt van alles wat Parijs te bieden heeft, lijkt het antwoord ‘nee’ te zijn. Waarom ben ik dan zo aan deze stad verknocht? Misschien is het eenvoudig zo, dat ik de gevels en façades die ik op weg naar de supermarkt tegenkom eindeloos fascinerender vind dan rijen wuivende populieren.
Het is stil in Parijs. Ik kan mij eigen gedachten weer horen.