Waar is het beter schrijven dan in mijn atelier aan een hofje in hartje Parijs?
Misschien in een riant huis aan de kust van Bretagne met het strand op vijf passen afstand – het is de moeite van het proberen waard. Een dieet van boekweitpannekoeken en kreeften spreekt me in ieder geval al aan.
Ik kan hier berichten over mijn beslommeringen met de post die weigert pakketjes af te leveren. Ik kan het hebben over het hondje van mijn buurvrouw die iedere dag vijf minuten los mag en dan als een razende het hofje op en neer rent. Ik kan zelfs een tekst verzinnen over het filmbad waarin ik mij iedere avond dompel en waarin de Antoine Doinel serie van Truffaut langskomt drijven en nog een handvol andere films van deze regisseur. Maar de waarheid is, dat ik deze weken zo in het universum van mijn vierde roman leef, dat ik nauwelijks woorden over heb voor iets anders. Gisteren hebben de meeste personages namen gekregen en het wordt mij steeds duidelijker welk verhaal ik vertel. Dus vrees niet, als het op dit blog wat stiller is, ik rust niet op mijn lauweren: ik zit in veruit de beste fase van het schrijven.

Venetië blijft adembenemend - ieder stadspaleis vertelt zijn eigen familiegeschiedenis of liefdesverhaal.

Uitzicht over het archipel vanaf de Campanile.

Maar ik mag er blijkbaar niet over schrijven.

De immer inspirerende beeltenis van Medusa.

En de heilige die we ons toegeëigend hebben in de Basiliek van San Marco.


Het Como Meer – Bellagio nodigt uit tot schrijven

Portofino – oude chic.

Wij vonden de perfecte baai even verderop.
Terwijl tanks over Les Champs-Élysées rijden en helikopters boven mijn huis cirkelen (misschien omdat de geheime dienst gehoord heeft hoe ik de manke stappen van de korte president becommentarieer), denk ik terug aan de tien dagen die achter me liggen en die ik als drie weken ervaren heb.
Wie optimaal van Italië wil genieten, kan de maanden juli en augustus beter overslaan, maar uit mijn recente ervaringen blijkt, dat het zelfs in de drukke zomermaanden goed vertoeven is in dit land.
Na de pracht en praal van Venetië, inclusief een lunch op het terras van hotel Danieli , en de glorie van Verona, waar we de Puccini opera Turandot opgevoerd zagen in de Arena, het op het Colosseum na grootste Romeinse amfitheater, reisden we naar het water van het Garda meer en onder hevige stort- en hagelbuien verder naar het Como meer, waar we in Bellagio een rustpunt vonden.
Lang lagen we niet op onze lauweren, want met het ambitieuze plan om tot Rome en zelfs Capri door te stoten, moesten we haast maken en we reisden af naar de kust om Portofino te bezoeken en een duik te nemen in de Middellandse Zee. Vervolgens zakten we langs de kust af naar het Zuiden en stopten we in badplaatsen waar de tijd stil had gestaan en Italianen in grote families pizza’s aten en ijsjes naar binnenwerkten, voordat ze in autootjes op het plein rondreden of nog even snel bij Dolce&Gabbana of Gucci een zonnebril op de kop tikten.
Heimwee stuurde ons uiteindelijk naar de binnenlanden van Toscane, waar we tussen de dezelfde wijnranken verbleven als tijdens onze bruiloft. De plannen voor Rome en Capri waren inmiddels geschrapt en na drie dagen vechten tegen de agressieve tijgermuggen, die zich zelfs van de meest chemische verdelgers niets aantrokken, besloten we een laatste maaltijd te gebruiken onder de torens van San Gimignano.
Al met al had ik voldoende ontspannen en ruimschoots inspiratie opgedaan om de rest van de zomer te kunnen schrijven. Ik ben weer thuis.
(Foto’s volgen morgen)