Andalusië (1)

Op het moment dat dit bericht op mijn weblog verschijnt, zit ik in de zon op een terras in Sevilla. Op voorwaarde dat ik vanmorgen mijn vlucht niet heb gemist en de weerman gelijk heeft gekregen. Twee vrienden berichtten mij een maand geleden over hun reisplan en echtgenoot en ik zeiden: we zien jullie daar! Berichten over Andalusië volgen.

In: Het reizende leven — @ CP 31/03/2009

Filosofiekalender 2009 (10)

‘Een kind hebben, betekent zich absoluut uitspreken voor de mens. ‘

Milan Kundera in De afscheidswals (1973)

In de derde roman van de Tsjechische schrijver Kundera staan de thema’s ouderschap en verantwoordelijkheid centraal. Zuster Růžena, die in een kliniek werkt waar vrouwen voor onvruchtbaarheid behandeld worden, raakt zwanger. Ze weet niet wie de vader is, maar vertelt de succesvolle trompettist Klíma dat zij een kind van hem verwacht, in de hoop dat zij op deze manier haar geboortedorp kan ontvluchten. Het eerste waar Klíma aan denkt is een abortus. Niet alleen omdat hij geen problemen met zijn mooie vrouw wil krijgen, maar vooral omdat het idee hem principieel tegen staat. Wie een kind wil, beweert dat het leven goed is en het verdient herhaald te worden. Wie een kind wil, meent dat de mens een uitstekend wezen is. En dat is iets waar Klíma het niet mee eens is: hij weigert zich zo absoluut uit te spreken voor de mens of voor het leven.

In: Filosofie — @ CP 30/03/2009

Filosofiekalender 2009 (9)

‘What there is must go into circulation, so that everyone can have a chance to be happy for a day.’

J.M. Coetzee in Disgrace (1999)

Hoofdpersoon David Lurie heeft zojuist een gewelddadige aanval in het huis van zijn dochter overleefd, wanneer hij probeert het voorval te relativeren. In Zuid-Afrika gebeurt zoiets iedere dag, vertelt hij zichzelf, iedere minuut. Hij moet blij zijn dat zijn dochter nog leeft en de overvallers hem niet als gijzelaar hebben meegenomen. Het is nu eenmaal een risico bezittingen te hebben. Een auto, een paar goede schoenen. Want er is niet genoeg voor iedereen. Wat er is, moet rondgaan, opdat iedereen de kans heeft voor een dag gelukkig te zijn.
Maar dan beseft hij dat dit alleen een theorie is om de waarheid niet te voelen. Hij wil niet aan het menselijke kwaad denken dat hem in brand heeft gestoken en zijn dochter heeft verkracht. Want dat menselijke kwaad heeft geen excuus en geen verklaring. Hij heeft zijn eigen moreel laakbare gedrag goedgekeurd met de stelling dat je niemand kunt straffen voor zijn verlangens. Maar ook dat is een theorie. Als hij over het menselijke kwaad nadenkt, wordt hij gek.

In: Filosofie — @ CP 27/03/2009

Dagboek

Mijn volgende roman, nee, niet degene die in september uitkomt, maar die erna, wordt autobiografischer dan wat ik tot nu toe heb geschreven en daarom herlees ik na tien jaar mijn dagboeken. De schriften van voor mijn achttiende  heb ik niet bij me in Parijs en dus begon mijn reis terug in de tijd op het moment dat ik mijn ouderlijk huis verliet.
Geobsedeerd door mijn gevoelsleven, gebruikte ik mijn dagboek toen vooral om  emoties op echtheid te toetsen. Ik kon namelijk niet vaststellen welke gevoelens ik werkelijk had en welke ik had verzonnen. Tijdens een dramatisch verslag over wat ik precies op welk moment had gevoeld, schreef ik een paginalange zin met een ontoelaatbare hoeveelheid bijzinnen. En dan staat er, heel terecht: ‘Hallo, gaat het een beetje? Je mag je best laten meeslepen door je emoties, maar wil je alsjeblieft wel op je taalgebruik letten?’

In: Het literaire leven — @ CP 26/03/2009

On roule pour vous

Het is een eigenaardige traditie, een auteur achter zijn bureau vandaan te vissen, of in dit geval uit zijn reizen te halen, en op een podium te installeren. Auteurs horen niet op een podium, al doet de souplesse waarmee sommige schrijvers zich laten interviewen anders vermoeden. Sommige schrijvers hebben het wezen van de publieke persoon onder de knie, maar de meesten moeten het zonder die gave doen. Zo ook Nooteboom, wat hem in mijn ogen des te charmanter maakt.
Wellicht was Nooteboom in zijn jongere jaren een ware performer, ik weet het niet, want ik zag hem gisteren pas voor het eerst, in het Institut Néerlandais, achter een tafel op een platform met felle lichten op zijn gezicht. Schuchter leek hij niet, wel onwennig en slecht op zijn gemak. Hij sprak Frans, uiteraard, want deze man spreekt zijn talen vloeiend, maar toch liep het gesprek niet lekker. Gevangen tussen de zachte stem van de ondervraagster en de schelle woorden uit de speakers, kon hij de vragen slecht verstaan. Ook zijn eigen eruditie bleef achter. Er is een groot verschil tussen ‘je goed verstaanbaar maken’ en ‘meesterlijk spreken’ en dat verschil was hoorbaar. Steeds wanneer Nooteboom tussen de vragen door een paar woorden Nederlands sprak met zijn vertaler, hoopte ik dat hij in het Nederlands verder zou gaan, want in de man die daar op het podium zat, herkende ik nauwelijks de auteur die zijn eigen taal zo machtig is. Optreden in een vreemde taal is blijkbaar nog compromisvoller dan optreden in eigen land.
Gelukkig werden er wel veel zinnige dingen gezegd, over reizen en schrijven en over de mogelijkheden en beperkingen van vertalen. Zo noteerde ik dat reizen een van de weinige manieren is om alleen en tegelijk geheel in de wereld te kunnen zijn en dat het lezen van Proust in het Engels het voordeel heeft, dat de stijl in nieuwe vertalingen voortdurend gemoderniseerd wordt en de boeken daardoor beter leesbaar blijven.
De humorvolle momenten hebben de avond voor mijn gevoel gered. Nooteboom was weinig welwillend om uit eigen werk voor te dragen. Eerder had hij een verzoek al uitgesteld en nadat hij één gedicht had voorgelezen, durfde men nauwelijks te vragen er nog een te kiezen. Nooteboom leek niet te begrijpen waarom men zo graag wilde dat hij voorlas en haalde zijn schouders op: ‘Natuurlijk kan ik er nog een doen - on roule pour vous’,  zei hij, wat misschien het beste vertaald kan worden met ‘U vraagt, wij draaien.’ De auteur als circusaapje van zijn publiek. Ik hoop dat Nooteboom de komende tijd weer ongestoord kan schrijven.

In: Het literaire leven — @ CP 25/03/2009

Filosofiekalender 2009 (8)

‘Hij was een oude man die alleen in een skiff in de Golfstroom viste en er waren vierentachtig dagen voorbijgegaan waarin hij geen vis had gevangen.’

Ernest Hemingway in The old man and the sea (1952)

In de novelle die hem volgens sommigen zijn welverdiende Nobelprijs opleverde, vat Hemingway in zijn beginzin het bestaan van een Cubaanse visser samen. Een man is oud en alleen en al bijna drie maanden heeft hij geen vis gevangen. Op de vijfentachtigste dag vangt de oude visser de grootste vis uit zijn leven en blijft hij dag en nacht op om deze marlin aan zijn boot te binden. Uiteindelijk verliest hij de vis aan de haaien voordat hij hem de haven in kan loodsen.
Zonder woorden vuil te maken aan ingewikkelde gedachten of dubbelzinnige emoties, schrijft Hemingway een existentiële roman. Het verhaal kan gelezen worden als het verhaal van ieder menselijk leven: een man heeft het talent en de inzet om grote dingen te doen en om van nog grotere dingen te dromen. Hij zet zijn intelligentie in om die dromen na te jagen, maar de realiteit is onbuigzaam: soms moet een mens juist zijn dromen opgeven om te kunnen overleven.

In: Filosofie — @ CP 24/03/2009

Schrijvende man

Sinds kort is mijn man ook schrijver. Dat ging natuurlijk niet van de ene op de andere dag, maar aangezien mijn man zijn aandacht niet kan splitsen, was de overstap toch vrij radicaal.

Jaren geleden, nog voordat ik hem ontmoette, heeft hij al eens een roman geschreven. Een roman van vijfhonderd pagina’s die in een la terecht kwam. Hij schreef ook twee scenario’s met een bevriende auteur, die bovenop die roman kwamen liggen. En toen kreeg mijn man het weer zo druk met zijn muziekproducties dat er van schrijven niets meer terecht kwam.
Toch was het verlangen nooit weg, want steeds als hij mij zag schrijven of met mij sprak over mijn werk, was hij jaloers. Ik probeerde hem er regelmatig van te overtuigen minder hard te werken en tijd vrij te maken om te schrijven, maar mijn man laat zich niet gemakkelijk overtuigen. Er moest geld verdiend worden. Schrijven was een luxe. Bovendien had hij vrij weinig te zeggen, vond hij.

Zo ging dat jaren, totdat er een regisseur op ons pad kwam, die wel brood zag in mijn man. Inmiddels hebben ze twee nieuwe scenario’s geschreven, waarvan er een in productie is en de ander door het filmfonds wordt gesponsord. En nu is mijn man dus schrijver. Hij neemt de telefoon niet meer op voor muzikanten en luistert niet meer naar platenmaatschappijen die hem nodig hebben. Vanaf nu geldt in ons huis maar één wet: die van de fictie.

In: Het alledaagse leven — @ CP 19/03/2009

Glamourland

Schrijver zijn betekent boeken schrijven. Maar ook: naar het boekenbal gaan. En daar hoort dan weer bij, dat je na afloop met namen strooit en vertelt met wie je allemaal gesproken hebt.

Mijn avond begon met het diner van De Geus en aan interessante tafelgenoten was geen gebrek. Zo zat ik naast de multiculturele auteur Fouad Laroui met wie ik over Parijs sprak en over Albert Camus. Vervolgens raakte ik afwisselend in gesprek met de mooie Rashid Novaire, de doorgewinterde Charles den Tex, zijn charmante vrouw Anneloes Timmerije, mijn gemoedelijke uitgever Eric Visser en zijn energieke vrouw alias bedrijfsleider Annemie Jans en de enthousiaste rechtenmanager Melanie Dumee. Uitgever Sander van Vlerken en publiciteits- en marketingmedewerker Jill Tio zaten ook bij ons aan tafel, maar ik moet bekennen dat zij net te ver weg zaten om onderling verstaanbaar te zijn. De auteurs van de tweede tafel van De Geus heb ik de hand geschud (o.a. Kader Abdolah en Esther Gerritsen) maar verder dan een introductie is het in de drukte niet gekomen.

En toen begon het bal. Voor de schouwburg stond het vol met pers en fans. Wij moesten ons door mannen met camera’s en vrouwen met teddyberen heen wurmen om de rode loper te kunnen bereiken. Ik liep naast Ton van Reen, gerenommeerd auteur van de oude garde, die me direct bij binnenkomst voorstelde aan Simon Vinkenoog. Omdat we aan de late kant waren, zochten we meteen onze plaatsen op in de Grote Zaal voor het voorprogramma.
Na afloop volgde er de welverdiende champagne en ging de marathon van start. Om de lijst enigszins beperkt te houden, noem ik hier alleen een paar van de auteurs (en niet de uitgevers, redacteuren en recensenten) die in enkele uren mijn pad kruisten: Janneke Jonkman en Ariëlla Kornmehl, Anne-Gine Goemans en Robert Haasnoot, Gerbrand Bakker en Jan van Mersbergen, Sophie van der Stap en Susan Smit, Ricus van de Coevering en Arjen Lubach, Kluun en nog een heleboel anderen. Met sommigen sprak ik een halve minuut en met anderen ging ik de dansvloer op. De kroon werd gespannen door Jowi Schmitz die ik maar liefst vijf keer tegen het lijf liep en de meest interessante vraag die mij gesteld werd, moet wel die van de twee anonieme confrères van Joris van Casteren zijn, die grinnikend wilden weten hoe oud ik was. Ja, dames en heren, waar zoveel schrijvers bij elkaar zijn, wordt er ook laat op de avond nog over belangrijke zaken gesproken.

In: Het literaire leven — @ CP 13/03/2009

Boekenweek 2009

Fijne boekenweek allemaal!

Ik ben op het bal… (wordt vervolgd).

kunstaffiche_koe_235

In: Het literaire leven, Publieke Agenda — @ CP 10/03/2009

Bobo (*)

Een regisseur, die onlangs een contract heeft getekend voor zijn eerste lange speelfilm en een beurs van het fonds ontving voor het schrijven van zijn tweede, heeft zin in een feestje. Gelukkig is hij jarig in maart en heeft hij een reden.
Samen met zijn vriendin, die op de prestigieuse kunstacademie van de Sorbonne heeft gestudeerd en werkt aan haar eerste expositie lithografieën, stelt hij een lijst van genodigden op. In de loop der jaren heeft hij helaas zoveel vrienden gemaakt, dat ze niet in zijn schamele 2-kamer appartement bij de Bastille passen, maar gelukkig bevindt zich te midden van die vrienden een oudere en zeer succesvolle kunstenaar, die een riant huis met een aansluitend atelier in de banlieu bewoont.
De kunstenaar, die bekend staat als zeer genereus, kan het verzoek van de regisseur om het feest bij hem te laten plaatsvinden niet weigeren en samen met zijn vrouw, die een beroemde stylist is, bouwt hij zijn atelier om tot een weergaloze eetkamer. Een chef, die de regisseur kent van zijn werk als cateraar tijdens filmopnamen, wordt ingehuurd om een zeven-gangenmenu voor zestien mensen te bereiden en de uitnodigingen worden geheel in stijl via de iPhone verzonden.
Op een zaterdagavond om half negen verzamelen de gasten zich in een salon waar een Picasso aan de muur hangt en de meubelstukken zo het museum voor moderne kunst in zouden kunnen. Iedereen heeft een fles wijn of een fles champagne meegenomen.
Naast de gastheer en zijn vrouw en de jarige en zijn vriendin zijn er de volgende figuren: een cameraman, een balletdanser, een journaliste, een tovenaar, een actrice, een scenarist, een postdoctorale student, twee muzikanten, een model, een muziekproducent alias scriptschrijver en een auteur.
Wanneer de schalen met krab rondgaan, zijn de eerste flessen al leeg en na het kaasplateau en het dessert, is de laatste bordeaux uitgeschonken. Ondertussen wordt er druk gediscussieerd over Slumdog Millionaire, over Guadeloupe, over de recente Césars en over het wel en wee van het artiestenbestaan. Namen en webadressen worden op servetten geschreven en er wordt gedanst, gerookt en cognac gedronken.
Tegen drieën gaan de eerste gasten naar huis en rond half vier kijken de regisseur en zijn vriendin elkaar in de ogen: over zes maanden weer?

* Bohémienbourgeois

In: Het alledaagse leven — @ CP 09/03/2009