Vanmorgen bracht ik opnieuw een bezoek aan mijn allergologe. Sinds ik mijn leren jas heb opgeborgen, vis ben gaan mijden en alle cosmetica waar parfum of petroleum in zit heb weggegeven, ben ik grotendeels van mijn eczeem genezen en vraag ik me verbaasd af hoe ik al die jaren heb kunnen leven zonder zachte huid. Maar af en toe heb ik nog van die kleine irritant jeukende plekjes op mijn handen of rug, dus mijn lichaam schijnt nog ergens anders allergisch voor te zijn.
De verdachten zijn dit keer mosterd, aubergine, cacao, champignons en gist. Terwijl de arts met een naaldje moleculaire hoeveelheden stofjes inbrengt, klaagt ze tegen mij over haar collega, een man, die zonder te kloppen voortdurend haar kabinet komt binnenstormen, die de deur nooit dicht doet, of juist wel, maar dan op momenten dat ie juist open moet blijven. Het zit haar allemaal goed dwars, dat is duidelijk, en ik knik af en toe meelevend om haar het idee te geven dat ik aan haar kant sta. Maar het enige wat ik denk, is: ‘U hoort zich helemaal niet tegen een patiënt te beklagen. U bent mij aan het behandelen, u moet uw aandacht erbij houden.’
Halverwege de test, rent mijn arts zonder aankondiging de kamer uit en begint op de gang een ruzie met haar collega. Ik versta ieder woord. De man is een hark, maar zij is hysterisch. De feminist in mij, die heus ergens te vinden moet zijn, fluistert dat ik mijn arts niet moet veroordelen, dat haar collega vast een hele nare man is, maar de patiënt in mij, die haar vertrouwen in de arts verliest, wil naar huis.
Wanneer mijn allergologe na vijf minuten terugkomt en mijn arm ziet, slaat ze haar handen voor haar gezicht: ze is vergeten te noteren op welk plekje welk stofje zit. Ik ben duidelijk allergisch voor iets, maar het valt niet meer te achterhalen waarvoor. Er zit niets anders op dan een nieuwe afspraak te maken en de test opnieuw te doen.
De rechter in mij, of is het de angsthaas, wil die afspraak bij thuiskomst meteen annuleren.
Het was drie dagen grijs. En grijs is voor mij een teken om binnen te blijven. Ik had genoeg eten in huis, hoefde niet naar het postkantoor en had met niemand een afspraak. Ik mocht dus ook binnen blijven en daarom deed ik het.
Na drie dagen moedigde ik mezelf aan: ‘Kom op, even een frisse neus halen.’ Ik stribbelde nog wat tegen, want wat heb je aan een frisse neus, maar de deur was al van het slot en ik had schoenen aan in plaats van sloffen.
Meestal haal ik mijn frisse neus in het park. Of de tuin, want officieel heet dat park Jardin du Luxembourg, maar voor ik er erg in had, was ik de andere kant opgelopen, richting Montparnasse. Ik kwam voorbij de crêperies en bioscopen, de 24uur-open apotheek en een amateurskunstmarkt en liep de begraafplaats op. Ik was er al lang niet meer geweest.
Zonder dat ik het wilde, liep ik langs de bekende graven, van Sartre en De Beauvoir, van Baudelaire. Ik nam een zijpad waar geen toeristen waren in de hoop onbekende tombes tegen te komen, familiezerken waar niemand meer voor zorgde. Maar ik had geen geluk. Waar ik ook keek, bekende namen. Susan Sontag bleek er ook te liggen. En Beckett natuurlijk. Uiteindelijk gaf ik het op – mijn neus was wel weer fris genoeg.
Thuis, toen ik het document getiteld Salto Mortale Oktober 2008 opende en verder ging waar ik was gebleven, zag ik dat ik in een scène was blijven steken waarin een van mijn personages naar een kerkhof gaat.
Opnieuw een update, Kundera eist excuses.
Comments Off
Dit weekend is het zo ver. De stapels op de grond zijn te vaak omgevallen, de romans die tijdelijk horizontaal liggen, raken verkleurd door de zon en ik ben voortdurend titels kwijt omdat ze achter andere titels zijn gestald. Het is tijd om de boekenkast op te ruimen.
In ons kleine huis betekent dat, dat ik boeken moet selecteren voor het slachthuis (c.q. een tweedehandsboekwinkel of plank van een ander, want romans weggooien kan ik niet). Op deze manier zal ik nooit een collectie van zesduizend exemplaren bereiken. Gelukkig zal ik ook nooit angstvallig boeken verzamelen die me niets zeggen.
Als u na dit bericht niets meer van me hoort, ben ik tijdens het karwei in het stof gestikt of van de trap gevallen. Wens me succes.
Comments Off
Vanmiddag kwam ik mijn Finse buurvrouw op ons hofje tegen. Wij wonen dan wel naast elkaar, maar omdat ik kluizenaarstrekken vertoon en zij niet durft aan te kloppen als ze mij achter de computer ziet zitten, spreken we elkaar lang niet iedere dag. Ik moest raden wie zij de dag ervoor in onze straat had gezien: Kundera. Maar ze had hem niet aangesproken, want hij zag er zo verloren uit.
We bekritiseerden het onrecht wat hem onlangs is aangedaan en namen ons voor dat als we hem nog eens zagen lopen, we hem zouden uitnodigen voor een hartversterkende borrel. Ik betwijfel of Kundera daar op zit te wachten, maar je weet maar nooit.
Comments Off
Gisteren ben ik met de biografe op bezoek geweest bij de kleinzoon van Cécile de Jong van Beek en Donk, een van de vrouwen over wie de biografie Strijdbare Freules gaat. Hij was een aimabele man van ver in de zeventig op een veertiende verdieping met een magnifiek uitzicht over Parijs, en had een nog aimabelere vrouw, die thee voor ons zette in antieke porseleinen kopjes en aandrong op de consumptie van madeleines en crêpes dentelles.
We hebben bijna vijftig foto’s gescand en evenveel anekdotes aangehoord, waarvan de biografe mij achteraf vertelde dat ze de helft van die verhalen al eens eerder had gehoord. Van het luisterende oor van een biografe wordt veel gevergd.
In de taxi op weg naar Courbevoie, waar dit aimabele echtpaar woont, spraken de biografe en ik over realiteit en fictie, een onderwerp waarover ik misschien kan spreken tot ik zelf ver in de zeventig ben. En in de huiskamer van het aimabele echtpaar zag ik een prachtig boekomslag voor een essaybundel over dat onderwerp.

Comments Off
Terwijl de regen in Parijs naar beneden stort, begint het dak van het kasteel, waarin mijn romanhelden verblijven, te lekken. (En ’s nachts droom ik dat ons dakvenster breekt en mijn computer, inclusief mijn roman, verloren gaat.)
Wanneer ik mijn tanden in een stuk brood zet, dat net iets te lang in de oven heeft gelegen, overweeg ik of een van mijn helden een stukje tand moet verliezen. (De symboliek van de gebroken tand is al nauw met deze roman vervlochten, zie hier en hier.)
Omdat honger en inspiratie vaak tegelijk opdoemen, maar ik me niet kan concentreren als mijn maag rammelt, heb ik een zak noten en een pak crackers naast mijn computer gelegd, en ik vraag mij af welk voedsel mijn personages tot zich nemen als ze alleen thuis zijn. (Laat mij uw koelkast zien en ik vertel u wie u bent.)
En zo leef en schrijf ik door elkaar heen.
Comments Off
Vandaag online: www.traveltreasures.nl
En een project in aanbouw voor Berry de Mey (link volgt later).
Daarnaast ging er een pitch de deur uit voor een notebook bedrijf, heb ik gewerkt aan een eerste site-opzet voor een Nederlandse documentaire maakster / journaliste en ben ik gevraagd een biografe te vergezellen op haar tocht in Parijs – ik zal woensdag het beeldmateriaal scannen en fotograferen voor haar biografie Strijdbare Freules.
En ondertussen? Nou, ondertussen schrijf ik twee korte scenario’s die mijn agente binnenkort wil gaan pitchen en redigeer ik minimaal vijftig pagina’s per dag van Salto Mortale.
Het leven is druk, maar mooi.
Lees de update
Ik spring mee in die bres!
Comments Off
Zo gaat het altijd. De ene maand neem ik bij mooi weer gerust een middag vrij om met een boek in het park te zitten en de maand erna gun ik mezelf nauwelijks een pauze. Waarom komen opdrachten altijd in hordes? Drie nieuwe webklanten, drie projecten waar ik geen ‘nee’ tegen wilde zeggen, en toch komt de deadline die ik mezelf voor Salto Mortale heb gesteld, steeds dichterbij. Het is ontwerpen, redigeren, offertes maken, nieuwe hoofdstukken schrijven – alles door elkaar. De televisie blijft uit, er wordt niet gechat via skype en koken gebeurt uiterst efficiënt om de avond in grote porties. En gek genoeg vaar ik er wel bij. Stress is voor mij geen zenuwenbom – het geeft me enkel de illusie dat ik mijn leven in de hand heb en dat ik met hard werken mijn vooruitgang kan garanderen. Lang leve de droom.
Comments Off