Fasten your seat belt
Op Bol is een fragment uit het boek geplaatst, of nu ja, een fragment, mijn verhaal is er integraal te lezen:
(Dit moet niemand ervan weerhouden de bundel te kopen,
want de andere 19 verhalen willen ook gelezen worden!)
Op Bol is een fragment uit het boek geplaatst, of nu ja, een fragment, mijn verhaal is er integraal te lezen:
(Dit moet niemand ervan weerhouden de bundel te kopen,
want de andere 19 verhalen willen ook gelezen worden!)

‘Deus Ex Machina’ - juli en augustus 2008
Met o.a. werk van:
Zadie Smith, John Calder, Thomas Mohlmann,
Vivian Liska, Claire Polders, Salomee Speelt,
Frans Kusters, Yves Petry, Harold Polis
De samenstelling van ons tijdelijke gezin is opnieuw veranderd. Twee Zweedse en twee Nederlandse meisjes zijn bij ons ingetrokken en vanavond arriveert een Duitse tekstschrijver uit Los Angeles. Het vakantiegevoel wordt in de avonden levend gehouden door live muziek en dramatische maan-en-wolk-composities, maar overdag wordt er gewerkt.
In mijn hoofd lopen de ideeën voor verschillende romans door elkaar heen. Deze zomer zal ik aan een nieuwe versie van mijn derde roman werken en tegelijk zijn de raderen in werking gezet voor een opzet van mijn vierde roman. Tijd voor pauze heb ik niet; de rij verhalen die verteld willen worden, wordt langer naar mate ik meer schrijf. Ik hoop dat ik minimaal honderd jaar mag worden en tot op de laatste dag zal kunnen schrijven.
Het is rustig in huis. Vier leden van de groep hebben ons verlaten en de feeststemming van afgelopen weekend is bedaard.
Op vrijdag bezochten wij de show ManuMission in een van de mooiste clubs op Ibiza en op zaterdag hadden we een ‘poolparty’. We zaten nog aan de brunch, toen de eerste gasten arriveerden en de barbecue aanstaken en rond vier uur ‘s middags dansten er dertig mensen in bikini of zwembroek rondom het zwembad op de beats van een dj-vriend, met in de ene hand een cocktail en in de andere een reepje Argentijnse steak. (Er zijn veel foto’s genomen, die ik hopelijk binnenkort weet te bemachtigen). Rond negen uur lagen de meeste gasten dronken, stoned of high op het terras. Je moet het een keer meemaken, denk ik.
Maar nu, nu zorgen de wolken boven mij voor een koele lucht en hoor ik de houten windmobielen klingelen. Het is rustig in huis. Het is tijd om te schrijven.

Twee hippiedetails: schoenen blijven buiten staan en Boeddha waakt over ons.

Sommige kamers hebben geen deuren – de zeebries waait zo langs de gordijnen je bed in.

Het terras waarop we elkaar dagelijk treffen voordat we ieder onze eigen weg gaan. “We” dat is op dit moment 3 songwriters, 1 moeder van, 1 zanger, 1 baas van Universal Stockholm, 1 dochter van, 1 studio eigenaar en 1 schrijver.

De spruit van een bijzondere cactus.

Aanwezig als VIP op Ibiza Rocks – met bands die ik niet ken, maar van wie honderden Engelse meisjes en jongens op dit eiland de teksten woord voor woord kunnen meezingen. Ik heb er ook de hand geschut van Andy Taylor van Duran Duran.

De weg naar het zwembad en de zwarte panter die de ingang bewaakt.

Deze spreekt voor zich.

Eerst dacht ik dat het een douche was. Handig, naast het chloor zwembad, maar het bleek iets originelers: een podium voor een paaldanseres. Ik hoef me niet meer af te vragen wat voor feesten hier soms gegeven worden.
Op het vliegveld in de lange rij voor de checkin sprak een Franse studente me aan met een praktische vraag. Uit beleefdheid gaf ik antwoord en tegen wil en dank raakte ik met haar in gesprek. Een van de redenen dat ik zo van reizen houd, is dat ik onderweg alleen kan zijn: dagdromen of opgaan in een boek – dat is voor mij vakantie. Maar in het half uur dat het wachten duurde, werd ik gedwongen volstrekt oninteressante informatie uit te wisselen en kwam er van mijmeren en lezen weinig terecht. Tijdens de bagagecontrole eindigden we in verschillende rijen en verloor ik haar uit het oog. Daarna ging ik mijn eigen weg: water kopen, laatste keer naar het toilet en op naar de gate. Eenmaal daar opende ik dat boek wat ik voor deze reis had bewaard (De wet van Spengler van Jaap Scholten).
Ik was nog op de eerste pagina toen ze bij me kwam zitten en het lege gesprek voortzette. Hoe kun je iemand beleefd duidelijk maken dat je geen behoefte hebt aan gezelschap? Ik dacht nog na over een antwoord op die vraag toen ze bekende dat ze vliegangst had. Dit gesprek met mij stelde haar op haar gemak. Fantastisch, nu kon ik haar niet meer zonder schuldgevoel afkappen. Ze vertelde over de stage die ze ging lopen en over de hitte van Madrid – ik luisterde. Een stemmetje riep dat ik moest aanbieden om tijdens de vlucht naast haar te gaan zitten, zodat ze minder nerveus zou zijn, maar een ander, wat egoïstischer stemmetje zei, dat ik vooral moest proberen die situatie te vermijden en dat ik recht had op wat alleentijd met mijn boek. Toen we het vliegtuig inliepen, ontglipte me toch een aanbod: ‘Als het je te veel wordt, moet je me maar komen opzoeken, ik zit op rij 14.’ Ze knikte dankbaar.
Tien pagina’s verder en me niet meer bewust van mijn omgeving, aaide er iemand over mijn arm. Verstoord keek ik op. Het was de studente. Natuurlijk. Ze zei dat de plaats naast haar vrij was en of ik alsjeblieft mee wilde komen, want ze voelde een paniekaanval opkomen. Ik graaide mijn bezittingen bij elkaar en liep met haar mee naar voren. Daar begon het geklets opnieuw. Waarom zat ik daar? Waarom had ze uit de groep van honderd passagiers mij gekozen om te pijnigen? Waarom praatte ze niet met de oude vrouw aan de andere kant – die vond een praatje misschien nog leuk.
Pas toen ik zag hoe ze tijdens haar monoloog bij iedere schommeling van het vliegtuig naar de leuning van de stoel tegenover haar greep, begon er iets te borrelen wat op mededogen leek. Ik had geen reden haar niet te helpen. Bovendien zorgde mijn irritatie voor spanning in mijn nek: ik kon me beter met de situatie verzoenen. Zodra ik dat besefte, ging mijn hart een beetje open.
Samen deden we ontspanningsoefeningen. Ik legde haar hand op haar buik en liet haar voelen hoe ze moest inademen en uitademen. En ik praatte tegen haar – over mijn aanstaande huwelijk, mijn derde roman, mijn schrijfvakantie op Ibiza. Bij ieder woord dat ik zei, kregen haar ogen meer glans en zag ik haar paniek afnemen. Halverwege de reis maakten we al grapjes en bij het uitstappen pakte ze mijn hand.
‘Hoe heb je geleerd iemand zo te ontspannen?’ vroeg ze. Ik moest over het antwoord nadenken – ik had het nooit geleerd. Ik wist alleen hoe ik mezelf rustig moest houden. ‘Yoga,’ zei ik. We namen kussend afscheid en met een intens tevreden gevoel liep ik van haar weg. Bij de gate voor Ibiza opende ik mijn boek. Ik had nog drie heerlijke alleenuren voor me.