Filosofie Scheurkalender 2004 (10)

‘Ik moet een manier vinden om de waarheid te spreken zonder haar echt te uiten. Wat is literatuur per slot van rekening anders? Handige leugens die heimelijk de waarheid spreken.’ (Simone de Beauvoir, Een transatlantische liefde, 1998).

In februari 1947 ontmoet de dan al beroemde filosofe en schrijfster Simone de Beauvoir een nog niet zo bekende Amerikaanse schrijver in New York. Zijn naam is Nelson Algren en de twee worden op slag verliefd. Er volgen lange jaren met schaarse ontmoetingen en vele brieven. Pas in 1964, als hun politieke opvattingen met betrekking tot Vietnam te ver uiteenlopen, komt de correspondentie (en daarmee de relatie) tot een einde.
De Beauvoir schrijft Algren in haar brieven uitgebreid over haar werk en vertelt dat ze een boek over Amerika aan het schrijven is. Ze vindt het lastig om haar kennis van dit land te scheiden van haar gevoelens voor Algren, ‘want,’ schrijft ze, ‘alles wat ik van Chicago weet, heb ik van jou.’ Omdat ze in haar boek niet direct over Algren wil schrijven, terwijl het toch deze man is die meer indruk heeft gemaakt dan alles wat ze in Amerika gezien heeft, hoopt ze dat ze haar liefde voor hem onzichtbaar in het boek kan verbergen.

In: Filosofie — @ CP 07/05/2004

Filosofie Scheurkalender 2004 (9)

‘Cadavre Exquis’  (De surrealisten, 1924-1969)

De surrealisten (o.a. André Breton, René Magritte, Salvador Dali, Man Ray, Marcel Duchamp en Max Ernst) protesteerden met hun kunst tegen de tirannie van de rede. Ze stelden voor om de door de rede beperkte realiteit te verruimen met dromen en het onbewuste.
De grondlegger van de surrealisten, André Breton, gebruikte de psychoanalyticus Sigmund Freud als belangrijkste inspiratiebron. Freud bedacht een methode om het bewustzijn van een patiënt tijdelijk uit te schakelen, zodat het onbewuste aan het woord kon zijn. Freud noemde dit  ‘vrije associatie’ en het hield in dat patiënten adhoc ongecontroleerde woordstromen moesten opdreunen.
De surrealisten verzonnen op basis daarvan verschillende associatieve woordspelletjes en technieken. De bekendste heet cadavre exquis, naar de eerste zin die in dit spel ontstond: ‘Le cadavre exquis boira le vin nouveau’ (Het voortreffelijke kadaver zal de nieuwe wijn drinken). Het spel ging als volgt: men vouwde een vel papier op zo’n manier dat steeds slechts één deel zichtbaar was. Vervolgens schilderde of schreef iedere deelnemer iets op het papier zonder te weten wat de anderen voor hem hadden gemaakt of geschreven. Het resultaat was een surrealistische tekst of tekening.

In: Filosofie — @ CP

Filosofie Scheurkalender 2004 (8)

‘Er zijn mensen die postuum geboren worden.’ (Friedrich Nietzsche, Ecce Homo, 1888)

Nietzsche is ervan overtuigd dat hij te vroeg geboren is. En daar is hij nogal trots op. Het is zijn lot een voorbode te zijn voor een waarheid die niemand nog kan begrijpen. Gedurende zijn leven wordt hij geconfronteerd met mensen die hem niet snappen of die zijn ideeën afkeuren en deze tegenwerking deert hem niet, omdat hij weet dat zijn filosofie later wel geaccepteerd zal worden. Hij vermoedt zelfs dat wanneer mensen klaar zullen zijn voor zijn geschriften er speciale leerstoelen zullen komen om Also sprach Zarathustra te interpreteren.
We kunnen Nietzsche achteraf moeilijk ongelijk geven. Zijn filosofie werd pas ruim na zijn dood populair en pas ruim na de oorlog kreeg zijn uitspraak ‘God is dood’ de betekenis die het verdiende. Het is natuurlijk voor meer denkers en kunstenaars zo, dat ze pas na hun dood erkend werden, maar het unieke van Nietzsche was, dat hij zich niet te bescheiden betoonde om dit meerdere malen en met overtuiging op papier te zetten. Hij heeft het vooral over zichzelf als hij schrijft: ‘Er zijn mensen die postuum geboren worden.’

In: Filosofie — @ CP

Filosofie Scheurkalender 2004 (7)

‘Altijd maar leerling blijven is een slechte manier om iets terug te doen voor een leraar.’ (Friedrich Nietzsche, Ecce Homo, 1888)

Nietzsche wordt vaak gezien als een arrogante denker. In zijn autobiografie Ecce Homo beschrijft hij o.a. waarom hij zo knap is en zo wijs en waarom hij zulke goede boeken schrijft.
Toch is Nietzsche meer dan alleen vol van zichzelf. Hij is namelijk niet te beroerd om zijn kennis met anderen te delen en zijn leerlingen tot dezelfde intellectuele hoogten op te stuwen. Direct en indirect spoort hij zijn leerlingen  aan om zijn kennis op te nemen en vervolgens te vertrekken, want hij wil geen koor van aanbidders om zich heen. Hij ziet liever dat anderen zich aan hem optrekken en vervolgens de strijd met hem aangaan.
Het gaat Nietzsche dus niet alleen om zijn eigen wijze hoofd; hij wil  het liefste dat zijn leerlingen het van hem overnemen. Pas dan zou hij voelen dat hij geslaagd is. Vandaar dat hij zegt : ‘Altijd maar leerling blijven is een slechte manier om iets terug te doen voor een leraar.’

In: Filosofie — @ CP

Filosofie Scheurkalender 2004 (6)

‘De ware goedheid van de mens kan zich alleen in volstrekte zuiverheid en vrijheid manifesteren jegens hen die geen kracht vertegenwoordigt.’ (Milan Kundera, De ondraaglijke lichtheid van het bestaan, 1983)

In De ondraaglijke lichtheid van het bestaan creëert Kundera het personage Tereza, dat een theorie van de liefde ontwikkelt: liefde tussen twee mensen, hoe mooi en diep deze ook is, kan volgens haar nooit zuiver zijn. Er bestaat altijd een bepaalde machtsrelatie waarin de één zwakker is en de ander sterker. Je bent min of meer verplicht om lief te zijn voor je wederhelft, omdat je die andere persoon nodig hebt. Je liefde is niet onbaatzuchtig.
Voor naastenliefde geldt hetzelfde. Het is geen verdienste je vrienden goed te behandelen, want de consequenties zijn veel te talrijk als je het niet zou doen. Als je niet om anderen geeft, zullen anderen ook niet om jou geven en vergal je je eigen leven.
Tereza concludeert daarom dat de werkelijke morele beproeving van de mens berust op zijn verhouding tot wie aan hem zijn overgeleverd en zij noemt haar hond als voorbeeld. Haar liefde voor dit dier is zonder zelfbelang. Ze wil niets van de hond terug en verwacht zelfs geen liefde. De hond heeft haar nodig zonder dat zij het dier echt nodig heeft. Een liefde is pas zuiver als het gegeven wordt aan iemand die geen kracht vertegenwoordigt.

In: Filosofie — @ CP

Filosofie Scheurkalender 2004 (5)

‘Iets wat je weet, kun je iemand anders mededelen, wijsheid echter niet.’ (Hermann Hesse, Siddartha, 1950)

De hoofdpersoon Siddartha uit het gelijknamige boek van Hermann Hesse is zijn hele leven op zoek naar wijsheid en waarheid. Opgevoed door zijn vader de Brahmaan verlaat hij zijn huis en gaat hij leven als asceet in de bergen. Dan ontmoet hij Boeddha en sluit hij zich aan bij zijn groep. Weer later kiest hij voor een werelds leven in de stad met een rijke minnares. Pas als hij al zijn rijkdom opnieuw verlaat en voor het sobere leven van een eenzame veerman kiest, begint de waarheid hem te dagen.
Het monotone werk laat Siddartha ervaren dat hij niet naar één waarheid moet zoeken, omdat deze niet te vinden is. Van elke waarheid is het tegendeel namelijk even waarachtig.
Het is onmogelijk dit van iemand te leren, omdat leren communicatie veronderstelt en communicatie gebruikt indelingen die de waarheid versimpelen: dit is wit en dat is zwart. Maar niets is volledig zwart of volledig wit. Dat is de wijsheid die men alleen kan ervaren, niet mededelen. Want alles wat in woorden is uitgedrukt, is eenzijdig.

In: Filosofie — @ CP

Filosofie Scheurkalender 2004 (4)

‘J’ai raconté notre histoire. Je t’ai trompé ce soir avec cet inconnu. J’ai raconté notre histoire. Elle était, vois-tu, racontable.’ (Marguerite Duras, Hiroshima mon amour, 1959) [‘Ik heb ons verhaal verteld. Ik heb je vanavond bedrogen met deze onbekende. Ik heb ons verhaal verteld. Het was, zoals je ziet, vertelbaar.’]

De Franse film Hiroshima mon amour, geschreven door Marguerite Duras en geregisseerd door Alain Resnais, problematiseert de gedachte dat het vertellen van verhalen helpt om herinneringen levend te houden.
Een Franse actrice vertelt een onbekende man over haar verleden in Nevers: als jong meisje was zij in de oorlog verliefd geworden op een Duitse soldaat. Direct na de bevrijding wordt deze Duitser vermoord en wordt zij in een kelder opgesloten als straf. Pas maanden later, als de bom op Hiroshima valt, wordt ze vrij gelaten.
Het is de eerste keer dat de vrouw dit verhaal aan iemand vertelt. Ze probeert het intiem te houden door de onbekende aan te spreken alsof hij de verloren Duitse liefde is, maar haar woorden verraden de liefde die ze heeft ervaren. Want zodra een geschiedenis vertelbaar is, wordt het een verhaal tussen andere verhalen en gaat de uniciteit ervan verloren.
Vertellen en vergeten gaan altijd samen. Een verhaal is alleen begrijpelijk als het verteld kan worden en tegelijk gaan er in dat vertellen veel details verloren. Om te kunnen onthouden en begrijpen, moeten we helaas ook vergeten.

In: Filosofie — @ CP

Filosofie Scheurkalender 2004 (3)

‘Il n’est pas en leur pouvoir de taire ce dont ils ne peuvent pas parler.’ (Jean-François Lyotard, Le Différend, 1983)  [‘Het is voor hen niet mogelijk te zwijgen over iets waarover ze niet kunnen spreken.’]

In Le Différend ontwikkelt Lyotard een theorie over verschillende wijzen van zwijgen. Hij maakt onder andere onderscheid tussen zwijgen uit onvermogen en zwijgen uit verplichting. Daarvoor citeert hij Wittgensteins beroemde slogan uit de Tractatus: ‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.’ Lyotard vraagt zich af wat dit ‘moeten’ betekent. Moeten we zwijgen omdat we niet anders kunnen? Of moeten we zwijgen uit verplichting?
Lyotard gebruikt zijn theorie over zwijgen om uit te leggen waarom mensen moeite hebben om over Auschwitz te spreken. Hij concludeert dat veel overlevenden niet over Auschwitz spreken, omdat ze het niet kunnen en niet omdat ze het niet zouden mogen. Voordat we dus aannemen dat iemand niet spreekt vanwege een verbod, moeten we onderzoeken of die persoon er überhaupt over kan spreken. Over de overlevenden van de holocaust concludeert Lyotard: ‘Het is voor hen niet mogelijk te zwijgen over iets waarover ze niet kunnen spreken.’

In: Filosofie — @ CP

Filosofie Scheurkalender 2004 (2)

‘Hoe ben ik op deze onzinnige hypothese gekomen, terwijl iedere getuige ontbreekt?’ (Sigmund Feud,  Das Unbewusste, 1915)

Op basis van het gedrag van zijn patiënten heeft Freud een theorie ontwikkeld die verklaart wat wij nu een ‘trauma’ noemen.
Een trauma is meer dan het verdringen van een ervaring waaraan we liever niet herinnerd worden. Volgens Freud is een trauma het gevolg van een ervaring die zo’n grote schok teweeg brengt, dat hij niet door de ontvanger verdrongen kan worden: de ervaring is al verdrongen, voordat hij geregistreerd kan worden. Het opname-apparaat van de ontvanger (de patiënt) was niet ‘aufnahme-fähig, het kon niet waarnemen dat er een schok binnenkwam en het weet niet eens dat deze schok  zich nu ergens onzichtbaar schuilhoudt. Het is met andere woorden een ervaring zonder reactie. Pas later zal de stille gast wel van zich laten horen en zal er een reactie volgen zonder directe aanleiding. Op dat moment openbaart het trauma zich.
Het paradoxale van deze theorie is dat niemand van een trauma kan getuigen: volgens de ontvanger is er namelijk nooit iets gebeurd of geregistreerd. De ontvanger is zich niet eens van een probleem bewust! Freud vraagt zich dus terecht af hoe hij op een hypothese komt, die nooit via getuigen getoetst kan worden.

In: Filosofie — @ CP

Filosofie Scheurkalender 2004 (1)

‘Op internet ben ik niet meer en niet minder dan mijn representatie. (Maarten Coolen, Virtueel Verbonden, 1997)

Het ideaal van de moderne filosofie, de mens als autonoom subject, lijkt op het internet zijn voltooiing te vinden. Vroeger ontving je een identiteit bij geboorte, het was de optelsom van je omgeving: ouders, geboortedorp, een geërfd beroep.
In onze maatschappij, waarin mensen vrijer en onafhankelijker zijn, wordt een identiteit vooral bepaald door keuzen. Je kiest je vrienden, je huis en je bezigheden. Toch zijn er nog genoeg elementen die je niet in de hand hebt – een dialect is hoorbaar, een lichaam is zichtbaar – en die elementen bepalen het kader waarbinnen je identiteit vorm kan krijgen.
Op het internet lijken ook die laatste grenzen weg te vallen, want je laat uitsluitend zien, wat jij wilt tonen: op internet ben je niet meer of minder dan je eigen representatie.

In: Filosofie — @ CP